Vanessa Redgrave

In een reeks profielen van gezichtsbepalende sterren deze week Vanessa Redgrave, wier radicale politieke stellingname vaak het zicht op haar filmrollen vertroebelde en die nu te zien is als Mrs. Dalloway, maar dan wel twintig jaar ouder dan Virginia Woolf haar optekende.

Wie de biografie van Vanessa Redgrave erop naleest zou zo af en toe de indruk kunnen krijgen meer met een opgewonden oproerkraaister te maken te hebben dan met een klassiek geschoolde actrice die inmiddels in zo'n zeventig films te zien is. Haar fanatieke pleidooi voor de Palestijnse zaak en Yasser Arafats PLO en het conflict met de joodse gemeenschap dat dat opleverde toen ze in 1980 in de tv-film Playing for Time gestalte gaf aan een musica die Auschwitz had overleefd, kregen meer media-aandacht dan Redgrave's indrukwekkende acteerprestatie en de bekroning van haar rol met een Emmy Award. Je vraagt je af hoe Redgrave naast het organiseren van demonstraties tegen de oorlog in Vietnam, de bewapeningswedloop en haar langdurige pogingen om een zetel in het Britse parlement te verwerven voor haar Workers Revolutionary Party, die een einde wilde maken aan kapitalisme en koningshuis, nog tijd overhad om zes van haar rollen voor een Oscar genomineerd te zien (Morgan, 1966; Isadora, 1968; Mary, Queen of Scots, 1972; The Bostonians, 1984; Howards End, 1992) en er een te winnen (Julia, 1977).

Vanessa Redgrave (Londen, 30 januari, 1937) groeide op als oudste dochter van acteursechtpaar Sir Michael Redgrave en Rachel Kempson, is de zuster van acteur en actrice Corin en Lynn, moeder van actrices Natasha en Joely Richardson (uit haar huwelijk met acteur Tony Richardson) en zag in haar controversiële politieke stellingname de enige manier om te ontsnappen aan deze onontkoombare Britse bourgeois theaterdynastie. Ze is geschoold aan de Londen Central School of Music and Drama, debuteerde voor het witte doek als dochter van haar vader in Behind the Mask (1958) en speelde in de jaren zestig hoofdrollen bij The Royal Shakespeare Company.

Ook in haar filmrollen lijkt zij een lichte voorkeur te hebben voor sterke vrouwenrollen uit het klassieke repertoire, periodefilms en literatuurverfilmingen (Guenevere in Camelot, 1967 waar zij haar tweede echtgenoot Franco Nero ontmoette; Jean Travers in Wetherby, met haar dochter Joely, 1985; Peggy Ramsey in Prick up Your Ears, 1987; Nivea in The House of the Spirits, 1993; Elsa Lubing in Smilla's Sense of Snow; Oscar Wilde's moeder in Wilde, 1997). Na het luwen van haar maatschappelijke engagement is Redgrave de karakterspeelster van de jaren negentig geworden voor rijzige, grijze dames, soms wat obstinaat maar altijd gedistingeerd. Wat een contrast met de mysterieuze donkere jonge vrouw op de foto's uit het park in Michelangelo Antonioni's Blow-Up (1966)!

Ook haar recente optreden in Marleen Gorris' Mrs. Dalloway past in die lijn. Maar Redgrave speelde Mrs. Dalloway zo'n twintig jaar ouder dan Woolf haar schreef, omdat zij 'meer zin had in de vertolking van een oudere vrouw'. Haar trotskistische verlangen naar een maakbare wereld lijkt ook in de onttoverde jaren negentig nog niet helemaal weggeëbd.