Van Dijke (RPF) 'had niemand willen kwetsen'

De voorzitter van de Tweede-Kamerfractie van de Reformatorisch Politieke Federatie, Leen van Dijke, stond gisteren terecht wegens het beledigen van homoseksuelen in een vraaggesprek met een weekblad.

DEN HAAG, 23 SEPT. De vrouw en kinderen van de streng-christelijke RPF-voorman Leen van Dijke waren meegekomen naar de rechtbank in Den Haag. Advocaat Spong van Azimut, die de belangen van homseksuelen behartigt, checkte of de achterban op de publieke tribune hem kon horen.

Het Tweede-Kamerlid Van Dijke moest zich gisteren voor de strafrechter verantwoorden voor uitlatingen in een interview in Nieuwe Revu over praktiserende homoseksuelen. Een unieke zaak, omdat “het niet vaak voorkomt dat een parlementariër voor de rechter moet komen”, vond Spong: “En een parlementariër moet het goede voorbeeld geven.”

In juni 1996 had Van Dijke, die de officier van justitie een boete van 300 gulden hoorde eisen voor belediging, de homoseksuele praxis vergeleken met fraude. Beide overtredingen van de bijbelse geboden zijn in zijn ogen even ernstig. “Ja, waarom zou een praktiserende homoseksueel beter zijn dan een dief?”, was de uitsmijter in het vraaggesprek. Een zin die Van Dijke geschrapt zou hebben als hij meer tijd zou hebben gehad om het interview voor publicatie te lezen, zei hij gisteren. Over de nogal chaotische toedracht van de autorisatie van het interview werd gisteren uitgebreid gesproken, vooral door toedoen van de verdediging van Van Dijke. De fax bij de RPF had niet gewerkt, het faxnummer van de postkamer van de Kamer was verouderd en toen Van Dijke de fax eenmaal had, zat hij in een vergadering van een onderzoekscommissie. Uiteindelijk had zijn medewerker Jacob Pot het interview gelezen en goedgekeurd.

“Het was een hectische toestand, waardoor we nog weinig tijd overhadden”, zei Pot, die als getuige werd gehoord. De gewraakte passage had Pot “wel gezien ja, maar niet doorgesproken” met zijn fractievoorzitter. Pot verzuchtte: “We snapten niet waar die commotie vandaan kwam”. Onmiddellijk na het interview hadden de fractievoorzitters van andere politieke partijen in de Kamer Van Dijke een boze brief geschreven.

Van Dijke die gisteren meermalen aangaf snel een 'excuus-brief' te hebben geschreven, beklemtoonde niemand te hebben willen kwetsen. Het verhoor door de rechter over de feitelijke toedracht benutte Van Dijke voortdurend voor het houden van een pleidooi, waarin hij onder meer zei “zich voor het hoofd te kunnen slaan” het interview te hebben gegeven. Op de vraag of zijn spijt voortkwam uit het feit anderen te hebben gekwest of door de veroorzaakte deining, antwoordde van Dijke: “Ik heb er last van dat anderen gekwetst zijn, dat ik mijn overtuiging niet heb kunnen overbrengen.” De rechter constateerde droog: “Beide dus”.

De gekwetsten kregen gisteren stem door Spong, die namens Azimut een vergoeding van 1.000 gulden eiste voor immateriële schade, het “opvangen van mensen en het beleggen van vergaderingen enzo”. Niet alleen ten behoeve van homseksuelen, maar ook van hun ouders “die blijkbaar een fraudeur hebben gebaard”. Spong vond de uitlatingen van Van Dijke wrang ook met het oog op de wet gelijke behandeling, die enkele jaren geleden werd aangenomen na “eeuwen van discriminatie”.

Justitie besloot aanvankelijk tot een sepot, maar nadat Azimut een procedure had aangespannen, werd toch besloten tot vervolging over te gaan. Volgens de woordvoerder Van Azimut speelde de toenmalige 'super-pg' Docters van Leeuwen daarbij en doorslaggevende rol.

De officier citeerde gisteren uit het bijbelboek Leviticus: “Een man die gemeenschap heeft met iemand van het mannelijk geslacht - beiden hebben een gruwel gedaan, zij zullen zeker ter dood gebracht worden gebracht.” Volgens haar betekent de vrijheid van godsdienst in Nederland dat het “niet verboden is dit te geloven” zolang het uitdragen van dit geloof anderen niet kwetst.

Een veroordeling van Van Dijke zou volgens zijn raadsman wel strijdig zijn met de godsdienstvrijheid. Orthodox-protestanten zoals Van Dijke maken onderscheid tussen mensen met een homoseksuele geaardheid - die niet worden afgewezen - en mensen die leven als homoseksueel - die wel worden afgewezen. Op de vraag van zijn advocaat of de RPF de homoseksuele praxis strafrechtelijk zou willen vervolgen, antwoordde de politicus Van Dijke: “Daarover staat niets in het verkiezingsprogramma van de Reformatorisch Politieke Federatie.”