Trainer Robson valt woedend uit naar scheidsrechter Van der Ende; Ook PSV kan Feyenoord niet stuiten

EINDHOVEN, 23 SEPT. Abrupt beëindigde Stan Valckx het gesprek met enkele journalisten. Hij mompelde “de vraagstelling gaat de verkeerde kant op”, pakte zijn voetbaltas en spoedde zich naar het spelershome. De irritatie was gisteravond groot bij PSV na de nederlaag (1-2) tegen Feyenoord. Terwijl Valckx zich kribbig afvroeg waarom niemand het had over de progressie van PSV, viel trainer Bobby Robson uit zijn rol als gentleman. Zijn “jonge elftal” had ten onrechte verloren en dat was vooral te wijten aan de scheidsrechter.

Robson meende dat PSV drie keer ernstig was benadeeld door toparbiter Van der Ende. In twee kwesties had hij het juist gezien. Van Vossen verdiende al vroeg een rode kaart toen hij Rommedahl aan zijn shirtje trok. Daarop staat volgens de spelregels een gele kaart als sanctie en die had hij voor hetzelfde vergrijp al eerder ontvangen. Kort daarvoor beging hij trouwens ook een overtreding die tegen een kaart aanzat. “Een scheidsrechter die het WK heeft gefloten, zou beter moeten weten. Dit was een rode kaart”, brieste Robson na afloop.

De trainer vroeg zich ook af waarom de treffer van De Bilde werd afgekeurd. De maatregel van Van der Ende sloeg inderdaad nergens op. De Bilde zou doelman Dudek van Feyenoord gehinderd hebben toen hij een voorzet van Kolkka inkopte. Daar was geen sprake van. Slechts in één geval had Robson geen gelijk: het schot van Bruggink op het lichaam van Van Gastel was geen penalty waard.

Eén doelpunt meer of minder tegen Feyenoord maakte voor PSV een wereld van verschil. De feiten zijn nu dat de Eindhovense ploeg al na vijf competitieronden tegen een achterstand aankijkt van acht punten op de koploper. En er is geen reden om aan te nemen dat PSV in de titelrace binnenkort niet nog meer averij oploopt. Robson onderkent de niet bepaald rooskleurige situatie van zijn club, maar blijft zoals altijd strijdvaardig. “Het is inderdaad in deze fase een flink gat. Maar we zullen er alles aan doen om de achterstand zoveel mogelijk te beperken.”

Terwijl PSV voorlopig moet afhaken voor de titelrace, ontpopt Feyenoord zich steeds meer als een kampioenskandidaat. Toch was het krachtsverschil tussen de Rotterdamse ploeg en PSV niet eens zo groot. Feyenoord is in tactisch opzicht aanzienlijk gegroeid ten opzichte van vorig jaar. Ongetwijfeld ook omdat de communicatie op het veld goed kan zijn met zeven voetballers van eigen bodem. De verdediging ziet er redelijk solide uit. Al had linksback Tininho aanvankelijk grote moeite met de snelheid van Rommedahl. Daardoor moest de soms wat té enthousiaste Van Vossen verschillende keren aan de noodrem trekken. Rommedahl werd echter naarmate de wedstrijd vorderde steeds minder aangespeeld, waardoor Tininho zelfs nog aan aanvallende acties toekwam.

De goed georganiseerde defensie van Feyenoord, met Van Wonderen en Konterman in het centrum en Van Gastel ervoor, geeft de ploeg de mogelijkheid om verzorgd countervoetbal te spelen. Het is misschien niet helemaal de bedoeling geweest van het brein achter deze formatie, technisch bestuurslid Rob Baan, nota bene van PSV afkomstig en nog geen jaar in dienst bij Feyenoord. Maar de afgelopen weken pakte het wel goed uit in lastige bezoekjes bij Heerenveen, Stuttgart en PSV.

Leo Beenhakker, de trainer die bekwaam is in het blussen van binnenbrandjes en het bespelen van de media, heeft bij Feyenoord de touwtjes strak in handen. In een televisie-interview waarschuwde hij Cruz op niet mis te verstane wijze voor zijn gedrag. En dat heeft zijn uitwerking niet gemist. Cruz behoorde tegen PSV samen met doelman Dudek tot de uitblinkers. Hij had niet alleen een perfecte controle over de bal, maar ook over zijn emoties. Beenhakker noemde dat laatste een van de grootste winstpunten van de avond. “Zeventien keer hebben ze geprobeerd om zijn benen af te zagen. Maar hij bleef zich voorbeeldig gedragen. We hebben er lang aan gewerkt. Eindelijk is er bij hem sprake van een ommezwaai.”

Feyenoord kan nog verder groeien. De kwaliteiten van Van Gastel komen nog te weinig uit de verf. Beenhakker klaagde gisteren over gebrek aan diepte. Van Gastel is een van de beste spelverdelers uit de competitie, maar er wordt te veel verdedigend werk van hem geëist. Met zijn lange trap zou hij snelle spelers als Van Vossen, Tomasson of Kalou de diepte in moeten sturen. Tegen PSV speelde Van Gastel ver onder zijn niveau. Dat kwam ook door het tactische trucje van Robson, die aanvaller Van Nistelrooy had gevraagd de aanvoerder van Feyenoord op de huid te zitten. Van Nistelrooy moest daardoor extra loopwerk verrichten en dat ging ook bij hem ten koste van zijn spel. “De spelers worden tegenwoordig maar volgestopt met opdrachten”, bromde Van Gastel. “Er was voor mij te weinig ruimte om aan opbouwend werk toe te komen. Ik heb verder voor de wedstrijd wel even gedacht aan twee jaar geleden toen ik hier mijn been brak. Dat was ook zo'n beladen wedstrijd met Van der Ende eveneens als scheidsrechter.”

Feyenoord leek juist de eerste stormen van PSV te hebben doorstaan toen Ooijer in de vijftiende minuut uit een vrije trap van De Bilde de bal in het doel kopte. Feyenoord kreeg nauwelijks kansen. Maar in zes minuten liet PSV zich aftroeven. Twee minuten voor rust ging Van Vossen goed door na een perfecte pass van Tomasson. Hij schudde Ooijer van zich af en stiftte de bal over Waterreus. Vier minuten na de rust kreeg Cruz van Nikiforov de gelegenheid om 1-2 in te tikken bij een voorzet van Tininho. In de slotfase werd Feyenoord teruggedrukt in het eigen strafschopgebied. Maar Dudek onderscheidde zich als een goede lijnkeeper.