Serviërs in de aanval in Kosovo

PRIŠTINA, 23 SEPT. In Kosovo hebben de Servische politietroepen gisteren een nieuw offensief ontketend tegen het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK. Als gevolg van het offensief zijn weer enkele duizenden Albanese dorpelingen uit hun woningen verdreven.

Het nieuwe offensief is ingezet tegen een van de laatste bolwerken van het UÇK in het noorden van Kosovo. Volgens Servische bronnen in Kosovo werden vier dorpen in de gemeenten Obilic, Glogovac en Srbica bestookt. De vier dorpen zouden van UÇK-strijders zijn gezuiverd. “Vele” rebellen zouden daarbij zijn gedood en twee Serviërs werden gewond. De Serviërs gaven geen verdere details.

Albanese bronnen maakten gisteren melding van militaire acties tegen twaalf dorpen, waar in totaal tien- tot twaalfduizend Albanezen wonen. De meesten van hen zijn de bossen ingevlucht.

In Kosovo is met ontsteltenis gereageerd op de moord, gisteren in de Albanese hoofdstad Tirana, op kolonel Ahmet Krasniqi, die minister van Defensie was in de ondergrondse regering van de Kosovo-Albanezen en die opperbevelhebber was van de strijdkrachten van die regering, de FARK ('Strijdkrachten van de Republiek Kosovo'). Krasniqi wordt omschreven als een vertrouweling van Bujar Bukoshi, de premier (in ballingschap) van de ondergrondse regering. De FARK werden drie maanden geleden gevormd als tegenhanger van het UÇK, dat aanzienlijk radicaler is dan de regering van Bukoshi lief is en dat ook niet door de politieke leiding van de Kosovo-Albanezen wordt gecontroleerd.

Krasniqi, een voormalige beroepsofficier in het Joegoslavische leger, werd in Tirana vermoord door twee gewapende mannen. In Kosovo heeft het Kosovo Informatiecentrum gisteren geconcludeerd dat de Servische regering achter de moord op Krasniqi zit, maar andere Albanese bronnen meldden dat de moord een resultaat is van de rivaliteit tussen de FARK en het UÇK.

In Albanië zijn twee opslagplaatsen van de VN-hulporganisatie UNHCR, met hulpgoederen voor vluchtelingen uit Kosovo, geplunderd. Uit de twee opslagplaatsen, een in Tirana en een in Bajram Curri in het noorden van Albanië, zijn goederen ter waarde van honderdduizenden dollars gestolen, vooral dekens, tenten, zeep en bouwmateriaal. Ook opslagplaatsen van het Albanese Rode Kruis en van de Islamitische Vereniging in Bajram Curri zijn leeggeplunderd. Volgens een VN-woordvoerder in Tirana dienden de chaotische taferelen van begin vorige week in Tirana als dekmantel voor de overvallen.

Het ondergrondse parlement van de Kosovo-Albanezen heeft gisteren het UÇK gesommeerd elf Kosovo-Albanese politici vrij te laten die onlangs werden aangehouden bij een bezoek aan vluchtelingen. Onder de elf bevindt zich de vice-voorzitter van het parlement, Djerdj Dedaj. (Reuters, AP)