Met Il trovatore verslaat Verdi nog altijd elke soap

Voorstelling: Il trovatore van G. Verdi door de Vlaamse Opera o.l.v. Marc Piollet. Decor en kostuums: Paul Steinberg; regie: Christopher Alden. Gezien: 22/9 Kon. Vlaamse Opera Antwerpen. Herhalingen aldaar t/m 7/10. Opera Gent: 15 t/m 28/10.

Het gezeur over Verdi's Il trovatore is altijd dat de opera een onuitputtelijke stroom van de meeslependste muziek heeft, maar dat het verhaal zo onbegrijpelijk, onwaarschijnlijk en absurd is. Met het libretto, waarvan het verhaal zich over een lange tijd uitstrekt, is echter niet meer aan de hand dan dat Verdi in 1853 zijn tijd ver vooruit was. Zijn scènes uit een familiekroniek staan soms even los van elkaar als die in tv-soap-opera's, waarin van alles tegelijk en onafhankelijk van elkaar kan verlopen.

In Il trovatore is er zelfs nog meer rationaliteit en richting in het verhaal te ontdekken dan bijvoorbeeld in The bold and the beautiful. En wat de onwaarschijnlijkheden betreft: ik kan me best indenken dat een zigeunerin het verkeerde kind in het vuur gooit of dat de ene broer (Luna) de andere broer (Manrico) doodt, zijn rivaal in de liefde, van wie hij niet weet dat het zijn broer is. Het was toch veel gekker dat in Dallas Bobby werd doodgeschoten maar later uit de douche stapte alsof er niet was gebeurd? In Mary Hartman, Mary Hartman zag ik eens iemand verdrinken in een bord soep. Maar misschien was dat persiflerend bedoeld.

Het opzienbarende van de nieuwe productie van Il trovatore, waarmee de Vlaamse Opera het nieuwe seizoen opent, is dat allerlei niet bestaande 'onwaarschijnlijkheden' hier nu juist worden geïntroduceerd. Op het toneel staat in de eerste twee actes een vuurrode zaal, waarin zich alles afspeelt. Het maakt niet uit waar het verhaal is gesitueerd - in het paleis van Aliaferia, de tuin van het paleis, een vervallen huis in Vizcaya, de binnenplaats van een klooster - iedereen komt hier elkaar voortdurend zomaar toevallig tegen rond de resten van de brandstapel waarop de moeder van Azucena de dood vond.

Het zou niet zo hinderlijk zijn, als de ene ruimte abstract was, maar die is juist erg nadrukkelijk vormgegeven, onder andere met een zeer frequent gebruikte deur. Na de pauze worden vier andere locaties in één ander decor gespeeld maar dat werkt beter. Merkwaardig is dan wel dat al het eerdere rituele en mystieke heksen- en voodoo-gedoe met babytjes, kinderlijkjes, poppen en schedeltjes nauwelijks nog een rol speelt.

Genoeg over die visuele overbodigheden van regisseur Christopher Alden, want dit is de gepassioneerdst gezongen Verdi die ik in lange tijd heb gehoord. De vurigheid die zo overdadig in het decor wordt verbeeld, vlamt uit de kelen van de gereputeerde zangerscast. De Amerikaan Ned Barth (Luna) en de Rus Mikhail Davidof (Manrico), elk met het hart op het puntje van de tong, zingen tegen elkaar op met intense heftigheid.

De Russin Olga Romanka (in de Rotterdamse Opera Ahoy' de vertolkster van de titelrol in Aida) is een voortreffelijke Leonore. En met de Amerikaanse Barbara Dever is de rol van Azucena zelfs op exemplarische wijze bezet; zij zingt met verzengende kracht. De jonge Franse dirigent Marc Piollet, die het vak leerde in Duitsland, begrijpt deze Verdi helemaal, zodat hier sprake is van een Il trovatore, die men moet horen.