Khatami in New York

VERZORGT PRESIDENT KHATAMI slechts de public relations van Iran? Zijn rede voor de Assemblee van de Verenigde Naties scheen een opening naar een nieuwe diplomatieke verhouding met Amerika, voorheen de Grote Satan. Maar in een persgesprek naderhand werd bijna alles weer teruggenomen. Jammer van het misverstand, maar het Iraanse staatshoofd had slechts op culturele betrekkingen gedoeld. Zelfs burgemeesters zijn niet welkom. Eerst moesten de Verenigde Staten maar eens over de brug komen. Conclusie: het Iraanse leiderschap tracht de VS te bewegen tot toegeeflijkheid zonder daar al te veel concessies tegenover te plaatsen. Om te beginnen ontbrak de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken op een bijeenkomst in New York over Afghanistan, waar Kamal Khazari zijn Amerikaanse ambtgenoot had kunnen ontmoeten.

Een aanwijzing hoe het nieuwe Iraanse pragmatisme in elkaar steekt, was Khatami's uitlating over de fatwa tegen de Britse schrijver Salman Rushdie. Die zaak had de Iraanse regering achter zich gelaten. Een formele intrekking was niet nodig omdat het doodvonnis destijds niet meer was dan een opinie van ayatollah Khomeiny. Maar zo gemakkelijk komen de Iraanse verantwoordelijken er natuurlijk niet van af. Khomeiny was tot zijn overlijden de machtigste man in Iran. Zijn decreet zou voor moslims nog kracht van wet hebben, zelfs als een Iraanse regering de fatwa zou intrekken. Khatami heeft nu ten overstaan van de wereld alvast zijn handen in onschuld gewassen voor het geval iemand toch nog op het idee komt om toe te slaan.

DE IRANIËRS ZELF, en in hun gevolg de wereldleiders, klampen zich aan Khatami vast als een symbool van liberalisering in Iran. Daarom hebben de Iraniërs hem gekozen en daarom verwacht de wereld veel van hem. Maar de manoeuvreerruimte van het staatshoofd blijkt uiterst beperkt. Medestanders van hem als de burgemeester van Teheran verdwijnen in het gevang op grond van dubieuze beschuldigingen, kranten die hem bijvallen worden gesloten, journalisten achter de tralies gezet. Als de toestand van de mensenrechten in Iran al niet zo beroerd was, zou van een verharding van de omstandigheden kunnen worden gesproken. De godsdienstige leider Khamenei en zijn kornuiten, die dankzij hun de straat terroriserende aanhang in het land de dienst uitmaken, hebben nu de spanningen met de Afghaanse Talibaan aangegrepen om ook Khatami's diplomatie onder druk te zetten.

Zo blijft er van Khatami's optreden in New York niet veel meer over dan een poging over de hoofden van de Amerikaanse regering heen aansluiting te zoeken bij het grote zakenleven, dat versneld toegang tot de Iraanse markt verlangt. De Amerikaanse boycot van Iran zet de Amerikanen op achterstand tegenover de (Europese) concurrentie. De troebelen in Afghanistan, de bestrijding van het internationale terrorisme, de nuclearisering van de regio zijn evenzovele redenen om met Iran in gesprek te komen, gezien de grote strategische betekenis van het land. Helaas heeft het optreden van president Khatami allesbehalve houvast gegeven voor de verwachting dat met deze Iraanse leiding zaken zijn te doen.