Kessel wil gedragsregels bij hoofdblessure

ROTTERDAM, 23 SEPT. De medische commissie van de Europese voetbalunie (UEFA) moet uniforme gedragsregels opstellen bij het behandelen van blessures bij spelers die tot hersenbeschadiging kunnen leiden. Dat zegt KNVB-arts F. Kessel in een reactie op een onderzoek van de neuropsychologen E. Matser en R. van den Hurk en de neurologen J. Breuer en J. Troost. Zij constateerden mentale gebreken bij 45% van 53 actieve Nederlandse voetballers, die veelvuldig ballen hadden gekopt of hard in aanraking waren gekomen met het hoofd of de elleboog van hun tegenstanders.

Volgens Kessel is de medische commissie van de UEFA onder voorzitterschap van de Belgische arts M. D'Hooghe het meest geschikt om een nieuwe gedragscode te ontwikkelen, omdat “die niet wordt gehinderd door commerciële belangen”. De teamarts van het Nederlands elftal, die na het WK in Frankrijk afscheid nam, pleit daarbij niet voor “bizarre maatregelen als het dragen van een helm door de voetballers of het totaal verbieden van het koppen”. Kessel ziet meer in het verplicht vervangen van spelers, die na een botsing buiten bewustzijn zijn geraakt. “En een verplichte keuring voor ze weer mogen spelen en dat geldt ook voor scheidsrechters die groggy zijn geraakt na een botsing.”

Kessel vreest dat het voorstel wereldwijd nauwelijks valt in te voeren. “Ik spreek mezelf meteen tegen door een markant voorbeeld uit mijn praktijk te geven”, zegt Kessel. “Tijdens het WK in 1974 kreeg Johan Neeskens in de halve finale tegen Brazilië een geweldige knal voor zijn kop van zijn bewaker Perreira. Verzorger Van den Akker was er het eerste bij. Johan was helemaal vertrokken. Maar nadat hij weer bij kwam, heb ik hem eerst vijf minuten geobserveerd en hem vervolgens in de kleedkamer aan een test onderworpen. Met Neeskens was niets aan de hand en prompt maakte hij na rust het eerste doelpunt voor Nederland.”

Kessel wenst de bevindingen te nuanceren. “Statistiek is in wezen bedrog. De cijfers van de onderzoekers zeggen me niet zo veel. Je kunt de uitkomsten altijd in de gewenste richting interpreteren. Ik zou graag een onderzoek zien waarbij mogelijke hersenschade bij verdedigers van het type Stam wordt vergeleken met die bij artistieke spelers als Jonk en Lenstra, die in hun voetballeven nog nooit een bal hebben gekopt. Kinderen kunnen ook schade oplopen door het koppen van een te kleine of een te hard opgepompte bal.”

Kessel meent dat ook clubartsen en fysiotherapeuten een gedragscode moeten opstellen. “Ze mogen zich in elk geval niet laden leiden door de belangen van hun werkgevers.” Ajax-clubarts P. Bon waarschuwt voor “een heksenjacht” op spelers die nu als potentiële risicogevallen worden nagewezen. Neuropsycholoog Matser zei te hebben vastgesteld dat Ajacied Babangida na een botsing in de wedstrijd tegen AZ aan trainer Olsen zou hebben gevraagd 'welke kant hij op moest spelen'. Hij noemde het ontbreken van adequate behandeling “griezelig”.

Bon verklaart dat Babangida in dat geval meteen op een brancard van het veld is gedragen nadat bij hem een hersenschudding werd geconstateerd. “Waarna hij in het VU-ziekenhuis aan een uitgebreid neurologisch onderzoek is onderworpen. Zo help je dus indianenverhalen de wereld in.” Bon erkent dat clubartsen in principe onder druk kunnen worden gezet door het bestuur en de technische staf van de verenigingen om geblesseerde voetballers toch te laten spelen. “Maar je kunt niet elke speler na afloop van een wedstrijd onder een scan leggen om te zien of hij hersenletsel heeft opgelopen.”

Volgens Bon heeft bij Ajax de medische staf altijd het laatste woord. “Wij zijn er ook om topsporters tegen zichzelf in bescherming te nemen. Ik noem het een education permanente, waarbij alle betrokkenen voortdurend hun normen en waarden moeten bijstellen. Ik ben het eens met Kessel dat ook clubartsen hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Maar dan wel zonder medische informatie op straat te gooien.”

Zowel Kessel als Bon zegt nooit te hebben gewerkt met een voetballer die mentale gebreken vertoonde nadat hij op het veld buiten bewustzijn was geraakt. Maar hoe slecht is het veelvuldig koppen van een bal voor een voetballer?

De 35-jarige John de Wolf (nu Helmond Sport en vroeger onder meer Feyenoord) zegt: “Ik keek wel op van de uitkomsten van dat onderzoek, ja. Vroeger stond ik er nooit bij stil dat veelvuldig koppen tot een hersenbeschadiging kan leiden. Bij de clubs waar ik heb gespeeld was altijd een prima medische staf aanwezig, daar had ik alle vertrouwen in. Ik was ook een jongen die altijd doorspeelde, blessure of niet. Tijdens een Europa-Cupwedstrijd tegen FC Porto in 1993 kreeg ik een vreemde tinteling in mijn ogen. Dat is de enige keer in mijn loopbaan geweest dat ik een clubarts heb gevraagd wat er met me aan de hand was. Achteraf zeg ik: die tinteling is ontstaan door het vele koppen. Er zijn weleens periodes waarin ik last heb van hoofdpijn of vergeetachtigheid. Of dat door veel koppen komt? Ach, iedereen vergeet wel eens wat.”

Oud-international Ruud Geels voelt zich nog kiplekker. De inmiddels 50-jarige spits heeft heel wat ballen gekopt. “Ik ben in elk geval niet kaal geworden door het koppen.” Maar hij kan zich voorstellen dat kopduels tot hersenbeschadiging kunnen leiden. “Het is volgens mij ook een kwestie van techniek. Ik was geen beuker als Kees van Kooten of Dick Nanninga die puur op kracht de duels aangingen. Ik kwam vaak voor mijn tegenstander. Bij mij schampten de ballen soms van mijn hoofd en ik raakte ze altijd met het voorhoofd. Het is geen pretje als je de bal boven op je kop krijgt. Ik had er altijd een hekel aan om de bal na een uittrap van de keeper door te koppen. Dat had ik na vier keer wel gezien. Zeker op een nat veld kwam er veel kracht op je schedel te staan en dat kon nooit gezond zijn.”