Herzien

'Fuck the context' is een bekende uitspraak van Nederlands beroemdste architect Rem Koolhaas. Hoe dat moet, liet hij zien in het gebouw voor het Nederlands Danstheater aan het Spuiplein in Den Haag, het eerste grote van Koolhaas' Office for Metropolitan Architecture. Drie gevels heeft dit theater - aan één kant zit het vast aan de Dr. Anton Philipszaal - en twee van de drie zijn volkomen autistisch en hebben de omgeving niets te bieden. Veel meer dan zwart-grijze vlakken zijn het niet, met hier en daar een hoognodig gat waar bijvoorbeeld decorstukken doorheen kunnen.

De derde gevel, die aan het Spuiplein, is de enige gevel die niet volstrekt sprakeloos is. Maar erg veel zegt ook de uitgesproken ontheatreale ingang die wordt gedeeld met de Philipszaal niet en de iets naar voren hellende ramen op de begane grond en de golfplaten gevelbekleding daarboven zouden net zo goed onderdelen kunnen zijn van een kantoor langs de snelweg. Er zijn eigenlijk maar twee onderdelen in het exterieur die karakteristiek zijn: de versiering op de toneeltoren en de omgekeerde kegel waarin het theaterrestaurant is gevestigd.

De versiering spreekt eenduidig maar niet overduidelijk: de tegen een roze achtergrond uitgespaarde witte dansers zijn zo geabstraheerd dat ze nauwelijks herkenbaar zijn. Gelukkig laten de woorden 'Lucent Danstheater' die op de gevel zijn aangebracht geen misverstand bestaan over de functie van het gebouw. Tweeslachtig is de boodschap van de kegel waarin het restaurant is gevestigd. Het gouden 'bakkie' begon als een typisch Koolhaasianse tarting van de goede smaak, maar is tien jaar later juist het toonbeeld van campy goede smaak geworden, omdat hij is voortgekomen uit het brein van Nederlands beroemdste architect.

Veel duidelijker dan het exterieur spreekt het interieur van het Danstheater. De grote donkere theaterzaal is weliswaar onopvallend, maar de garderobe en foyer zijn merkwaardige ruimtes geworden. Koolhaas verhult niet dat ze onder de oplopende theaterzaal liggen en laat het plafond van de foyer en garderobe doorlopen tot de vloer. De ovalen cafévloer, die los in de ruimte lijkt te zweven, is het beroemdste onderdeel van het theater. Dit is het meest gefotografeerde onderdeel van het theater.

Koolhaas' opvatting dat de omgeving iets is dat genegeerd moet worden, kwam bij het Danstheater bijzonder goed uit - lange tijd was het onduidelijk waar het zou komen. Aanvankelijk zou het Danstheater in Scheveningen komen, maar tenslotte belandde het gebouw in 1987, na lange onderhandelingen, op het Spuiplein.

Maar in Den Haag heeft de omgeving wraak genomen, want de enige gevel van het Danstheater die nog enigszins het aanzien waard is, gaat voor een groot deel schuil achter de brede trap die naar het Mercure Hotel voert. Zo staat het Danstheater er nu weggedrukt bij, als het autistische broertje dat wordt weggemoffeld door de andere familieleden aan het Spuiplein - Richard Meiers kolossale sneeuwpaleis annex stadhuis, Hertzbergers Spuitheater en woningen, D. van Mouriks Dr. Anton Philipszaal en Carel Weebers Mercure hotel.

Maar wonderlijk genoeg is juist het zielige broertje het invloedrijkste lid van de familie Spui geworden. Koolhaas' Danstheater is het vroegste voorbeeld van de collage-architectuur, die de Nederlandse bouwkunst van de jaren negentig zou beheersen. Niet alleen de gevel aan het Spui is een aaneenschakeling van heterogene elementen, ook de theaterzaal, foyer, dansstudio's en kantoren binnen zijn opgezet als een collage. Veel van de architectuurmodes die het aanzicht van de Nederlandse hedendaagse architectuur hebben bepaald, zijn al in het Danstheater te zien: het golfdak, de schuin vooroverhangende façade, de golfplaten gevelbekleding en het 'bakkie'.