Genderkliniek trotseert verbod van minister

De Genderkliniek in Utrecht, waar ouders het geslacht van hun baby vooraf kunnen laten bepalen, moet per 1 oktober dicht. De directeur legt zich er niet bij neer.

UTRECHT, 23 SEPT. De Genderkliniek aan de Amsterdamsestraatweg in Utrecht lijkt op een noodgebouwtje. Aanstaande ouders kunnen daar, met een onbepaalde mate van zekerheid, voorafgaand aan de conceptie het geslacht van hun kind laten bepalen.

De kliniek heeft een spreekkamer voor de intakegesprekken, een laboratorium waar het sperma wordt gescheiden in 'mannelijke' en 'vrouwelijke' zaadcellen, en een behandelkamertje waar de man achter een kamerscherm zijn zaad produceert, en waar bij de vrouw een paar uur later het 'voorkeurzaad' wordt geïnsemineerd.

De kliniek moet op 1 oktober zijn deuren sluiten. Op basis van de Wet bijzondere medische verrichtingen is er in deze kliniek volgens minister Borst (Volksgezondheid) sprake van “ongewenst medisch handelen”. Volgens Borst worden er ethische grenzen overschreden.

Maar directeur Bert van Delen denkt al een oplossing gevonden te hebben. Per 1 oktober wordt de kliniek gesplitst in drie juridisch onafhankelijke eenheden. De nog op te richten Stichting Voorlichting Geslachtskeuzebepaling, met Van Delen aan het hoofd, zal dan de intakegesprekken verzorgen. De scheiding van het sperma komt in handen van de Stichting ULAB, die vanmiddag is opgericht. Onafhankelijke artsen doen de inseminaties. “Het gaat om een organisatorische wijziging, de poppetjes blijven op hun plaats”, aldus Van Delen. “De behandeling wordt 'gedemedicaliseerd', zodat die wet niet meer van toepassing is.”

De nieuwe constructie wordt nog onderzocht door de Inspectie voor de Volksgezondheid. Ook hebben leden van CDA, SP en SGP er vorige week Kamervragen over gesteld. Van Delen maakt zich niet al te veel zorgen: “Wij hebben er drie advocaten op zitten.”

Het openhouden van de kliniek is voor Van Delen inmiddels ook een prestigezaak geworden. Een verliezer worden past niet in het succesverhaal van zijn leven. Hij is van adellijke afkomst, studeerde bedrijfskunde op Harvard in de Verenigde Staten, en werkte een paar jaar als freelancer voor De Telegraaf, waar hij naar eigen zeggen tussen de acht- en vijftienduizend gulden per maand verdiende. Maar dat werk was hem te slopend. “Je gaat over lijken om aan je nieuws te komen. Dat houd je niet vol. Ik werk graag hard, maar slijten probeer ik te voorkomen.” Dus ging hij bedrijven adviseren. Dat doet hij nog, naast zijn werk in de Genderkliniek.

Een Genderkliniek beginnen was eigenlijk nooit zijn streven. Hij werkte als media-adviseur op een advocatenkantoor toen een cliënt, Berend Havinga, hem vroeg of hij nog een idee had om een of ander project op poten te zetten.

Van Delen wist dat er in Londen een kliniek voor geslachtskeuze bestond. Zou het aardig zijn om hier ook zoiets te beginnen? Een advocaat, gespecialiseerd in gezondheidsrecht, zocht het allemaal uit: er waren geen juridische belemmeringen. “Als jij de pr doet, doe ik de investeringen”, had Havinga gezegd. Toen was het snel geregeld. In oktober 1995 opende de Genderkliniek zijn deuren. Van Delen is er onbezoldigd directeur. “Het is liefdewerk, oud papier. Voor het geld hoef ik het niet te doen. Maar ik krijg natuurlijk wel een flinke onkostenvergoeding.” Havinga is inmiddels opgestapt. Volgens Van Delen kon hij niet tegen alle negatieve publiciteit.

De kliniek was vanaf het begin omstreden. Om te beginnen is de werking van de zogeheten Ericsson-methode om mannelijke van vrouwelijke spermacellen te scheiden door middel van filterprocessen, nooit wetenschappelijk aangetoond. Verder volgden de media met belangstelling de moeite die het de Utrechtse kliniek kostte om artsen aan te trekken. Eén arts werd ontslagen, nadat hij niets bleek af te weten van de Ericsson-methode, en in het tv-programma NOVA had opgemerkt dat de kliniek zich er nog maar eens op moest bezinnen als het echt zo erg was als de interviewer beweerde.

In Utrecht lijkt de Ericsson-methode redelijk te werken. Sinds de oprichting zijn in de kliniek 288 echtparen behandeld. Er zijn 120 kinderen geboren, de overige echtparen zijn nog onder behandeling of hebben die gestaakt. Van deze 120 echtparen wilden er 72 graag een meisje, wat in 57 gevallen lukte; 48 echtparen wilden een zoon, wat in 43 gevallen uitkwam. Op Internet merkt een Australische spermatoloog op dat de techniek “in sommige handen lijkt te werken, al weet niemand waarom”.

In de media werden verder ethische vragen gesteld over de mogelijkheid het geslacht van je kind vooraf te bepalen. Er zijn drie soorten mensen die dat graag willen, vertelt Van Delen. Meer dan 80 procent van zijn cliënten bestaat uit autochtone dertigers die al een of twee kinderen hebben en nu hun gezin willen completeren met een kind van het door hen gewenste geslacht - meestal een meisje. Verder is circa negentien procent van de cliënten allochtoon - “maar niet de Turk in de straat, het zijn mensen met een hoge opleiding” - die vaak een zoon willen. Ten slotte heb je wat Van Delen de traumagevallen noemt. Deze groep, minder dan één procent van het totaal, heeft een kind verloren door ziekte, een ongeluk of moord, en wil weer een kind van hetzelfde geslacht. Van Delen vindt niet dat die laatste categorie per se een negatief advies moet krijgen. “Afraden is onze taak niet. Een uroloog zegt ook niets over longklachten. De arts is wel vrij iemand te weigeren. Artsen hebben een enorme ervaring in het taxeren van gevoelens. Daarin doen ze niet onder voor een psycholoog.”

Ethiek is volgens Van Delen een veranderlijk begrip. “In Nederland en Duitsland worden sinds de Tweede Wereldoorlog alle ideeën over selectie voor de geboorte verschrikkelijk gevonden. In Amerika is abortus veel erger. Hoe kan minister Borst het nu wel goed vinden dat buitenlanders een meisje laten aborteren, omdat ze in psychische nood raken als ze het houden, terwijl ze er tegen is als ze bij ons een jongetje bestellen? Als die mensen bij ons over abortus zouden praten, zouden we ze weigeren.”

Ook bij twijfels over het inkomen worden mensen soms geweigerd, vooral als de vrouw wat ouder is. Elke behandeling, spermascheiding plus inseminatie, kost 1.645 gulden. Bij 35-plussers loopt het aantal noodzakelijke inseminaties vaak op tot meer dan zes, met twintig tot nu toe als record. Dat echtpaar gaf uiteindelijk op.