Den Haag met universiteit het 'Boston' van Nederland

De gemeente Den Haag ontvangt de Universiteit Leiden met open armen. Net als Amerikaanse Boston wil de stad meeliften op het succes van een naburige alma mater.

DEN HAAG, 23 SEPT. Aan het Haagse Lange Voorhout opende de Universiteit Leiden vorige week een dependance. Voorlopig doet het pand dienst als kantoortje voor public affairs vanwaaruit een lobby naar het Binnenhof en de stad gevoerd wordt en informatie wordt verstrekt aan studenten. Maar Den Haag en Leiden willen meer, veel meer. Er liggen concrete voorstellen voor postdoctorale opleidingen informatica en internationaal recht, gesponsord door het bedrijfsleven, vertelt de Haagse wethouder Pierre Heijnen (Onderwijs, PvdA). Ook verwachten Haagse middelbare scholen binnenkort hun begaafde VWO'ers naar een masterclass van de universiteit te kunnen sturen.

De Universiteit Leiden en Den Haag begonnen anderhalf jaar geleden te praten over intensieve samenwerking. De universiteit hoopt, in een tijd van financiële krapte en teruglopende studententallen, op geld, kennis van bedrijven en meer studenten. De stad rekent op meer werkgelegenheid, meer perspectieven voor de beroepsbevolking en universitaire uitstraling - net zoals Boston in het Amerikaanse Massachusetts zijn voordeel doet met de Harvard universiteit in het naburige Cambridge.

Volgens Heijnen is een samenwerking tussen de gemeente Den Haag en de Universiteit Leiden van groot economisch belang voor de stad. “Hier in Den Haag zitten heel veel telecombedrijven, terwijl de personeelsmarkt klein is. Dan kan je het bedrijfsleven het toch niet kwalijk nemen dat ze mensen sneller willen opleiden? Door samenwerking kan de universiteit haar omzet vergroten en hoog opgeleide Hagenaars kunnen in hun eigen levenssfeer blijven”, legt Heijnen uit.

Concrete plannen voor het opzetten van een informatica-opleiding in Den Haag liggen klaar. Computer- en telekombedrijven zullen de research en postdocorale studie financieren terwijl de universiteit en de gemeente Den Haag het bestuurlijke werk uitvoeren. Daarnaast heeft Den Haag ook internationale faam hoog te houden als stad van internationaal recht en bestuur. “Dan kun je er toch niet meer omheen dat hier ook een postdoctorale onderwijsvoorziening op dat gebied aanwezig is”, aldus Heijnen.

Eveneens wordt serieus gewerkt aan het opzetten van universitaire eerstefase-opleidingen in de stad. Met name oudere studenten en mensen die een afgebroken studie alsnog willen afmaken krijgen de mogelijkheid om in Den Haag colleges te volgen. Ook wordt gesproken over het beginnen van een zomeruniversiteit - een samenwerking tussen de Universiteit Leiden, het Asser Instituut, de Haagse Academie voor Internationaal Recht, en Den Haag. Verder ziet Heijnen een mogelijkheid voor het diplomatenklasje van Buitenlandse Zaken dat opgeheven wordt. “Het kan onder de vleugels van de Universiteit Leiden in Den Haag nieuw leven ingeblazen worden.”

Mogelijke locaties en aanvangsdata kan de wethouder van Onderwijs nog niet geven. “Helemaal concreet zijn de plannen nog niet, maar het is wel zeer veelbelovend. Uiteindelijk zullen we niet alle vogels in de hand hebben, maar wel een groot aantal.”

Aan het Haagse Lange Voorhout zal op korte termijn een Wetenschappelijke Raad worden opgericht onder leiding van de Leidse hoogleraar U. Rosenthal. Deze raad bestaat uit een keur van Leidse wetenschappers en zal de stad van 'multidisplinair' advies dienen. Daarbij zal bijvoorbeeld de Leidse expertise op het gebeid van talen en psychologie worden ingezet voor opleidingen aan buitenlanders op middelbare scholen zoals het Johan de Wit College in Den Haag. Ook zal er een klasje voor Haagse toptalenten van middelbare scholen gevormd gaan worden. “Er liggen veel mogelijkheden om ook hier kansen te creëren voor talenten”, zegt Heijnen.

Eén ding wil Heijnen nog wel duidelijk maken. “Het is niet de bedoeling dat Den Haag een universiteitsstad wordt, maar de bevolking zal wel mogelijkheden krijgen om hier een adequate opleiding te gaan volgen. Het neerzetten van spiegelpaleizen en het bouwen van wegen kan overal, maar je kunt als stad echt onderscheiden door de kwaliteit van de beroepsbevolking.”