De olievlekken golven dwars door de economie

Zijn de winstwaarschuwingen van Shell en Philips stenen in de vijver die golven in de hele economie veroorzaken? Het vertrouwen van consumenten verzwakt. De industrie en de financiële wereld lijden. Volg de olievlek.

ROTTERDAM, 23 SEPT. Eerst Koninklijke Shell, toen Philips. Als de grootmachten van het Nederlandse bedrijfsleven met winstwaarschuwingen komen, wie is dan nog veilig?

“Het is heel vroeg”, zegt hoofd beleggingsresearch F. van Schaik van ABN Amro, “maar als dit leading indicators zijn van een afzwakkende economie, zal dat elders in de economie consequenties hebben.”

De aankondiging van een lager dan beloofd rendement op het geïnvesteerd vermogen (Shell) en nul winstgroei (Philips) schokte de afgelopen dagen beleggers en financiële analisten.

Wie volgt? Consumenten hadden in september beduidend minder vertrouwen in de economie, meldde vanochtend het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De financiële bedrijfstak kampt met een lange lijst tegenvallers, variërend van een lagere rente (drukt beleggingswinsten verzekeraars) tot verliezen in eigen financiële handel (banken, financiële handelshuizen).

De banken, die de beleggerslievelingen waren tot de piek van de effectenbeurs in medio juli, hebben 40 procent of meer van hun waarde verloren. De afgelopen dagen dumpten beleggers ook de aandelen van andere 'sterren', de bedrijven in de automatiseringsbranche, zoals Baan, Cap Gemini en Getronics. De beurskoers van ASM Lithography, een toeleverancier voor de chipsindustrie, is ten opzichte van zijn piek tweederde gedaald.

De verkoopgolven in deze informatietechnologiefondsen, die gisteren tot stilstand kwamen, zijn niet alleen typerend paniekvoetbal door beleggers (koerswinst nemen zolang het nog kan), maar duiden ook op angst dat de afzwakkende economie zich voortplant door de economie.

Als de economische groei echt terugvalt en managers van bedrijven daarop in hun eigen bedrijf willen anticiperen, liggen drie kostenposten voor de hand: de prijzen van grondstoffen en de inzet van vaste en ingehuurde werknemers. In die laatste categorie vallen niet alleen automatiseringsdeskundigen, zo schetst Van Schaik met een slag om de arm, maar ook de aantallen medewerkers die via uitzendbureaus worden ingehuurd.

Zo tast de financiële en economische kaalslag in Azië via talloze doorgeefluikjes ook dienstverlenende bedrijven in Nederland aan, die in tegenstelling tot ondernemingen als Shell en Philips hoegenaamd geen zaken doen met economisch besmette landen in Azië, Rusland of Latijns Amerika.

Shell en Philips werken grotendeels op internationale markten, zoals de verkoop van olie, gas, halfgeleiders en mobiele telefoons, die relatief gemakkelijk via de internationale goederenstromen duizenden kilometers elders afgezet kunnen worden. Ook in de chemie zijn de prijsdalingen tastbaar. De Duitse gigant Hoechst kwam vorige maand met zijn tweede winstwaarschuwing dit jaar.

Vervoerders van de goederenstromen, zoals Nedlloyd, voelen de repercussies. Nedlloyd, dat in het eerste halfjaar zestig miljoen gulden verlies leed, gaat met lege containers naar het Verre Oosten, maar komt vol terug.

De vraaguitval en de prijsdruk die Shell, Philips, ASM Lithography en chemiebedrijven parten speelt verplaatst zich over de wereld, niet alleen in de vorm van lagere inflatie, maar ook in nieuwe saneringen, sluitingen (chipsfabrieken) en - mogelijk - uitstel van de bouw van nieuwe productiecapaciteit. Juist Nederlandse bedrijven, die de afgelopen jaren meer dan honderd miljard gulden hebben gespendeerd aan buitenlandse overnames, zijn relatief kwetsbaar als de groei op hun nieuwe tweede thuismarkten in Europa of Amerika lager uitvalt.

Wat analist Van Schaik van ABN Amro opmerkelijk vindt is het verschil dat zich voordeed in de reactie van beleggers in aandelen en in leningen met een vaste rente. Beleggers in vastrentende effecten hebben door hun koopdrift in deze leningen (die de rente omlaag duwt) al aangegeven dat zij minder inflatie, een tragere economische groei en een lagere winstgroei in het bedrijfsleven voorzien. De aandelenbeleggers komen daar nu schoksgewijs ook achter.

De rentedaling, die aan het begin van het jaar in de rekenmodellen van de aandelenanalisten een geweldige stimulans was voor de beurskoersen, geeft nu het tegenovergestelde signaal. Het signaal dat aandelen de komende tijd niet meer de superieure belegging zijn waarop hun faam de afgelopen vijftien jaar van bijna onafgebroken koersstijgingen is gebouwd.