De gulden moet in één keer wijken voor de euro

Minister Zalm van Financiën vindt een overgangsfase van de gulden naar de euro van drie tot vier weken redelijk. In het hoofdredactioneel commentaar (NRC Handelsblad, 14 september) wordt een duale fase van een dergelijke lengte 'overzienbaar' genoemd. Verder vindt de commentator dat de detailhandel zijn voorkeur voor een invoering ineens niet moet opdringen aan alle anderen.

Was het maar zo eenvoudig dat de detailhandel gewoon dwarsligt, dan zou ik geen moeite hebben met dit commentaar. De werkelijkheid is echter anders. Het Midden- en Kleinbedrijf (MKB) en de detailhandel pleiten in Nederland voor de Legal Big Bang. Bij een Legal Big Bang gaat de status van wettig (legal) betaalmiddel op E-day van de gulden over op de euro. Het is waar: winkeliers hebben dan geen 'gedonderjaag' met dubbele kassa-lades en massa's wisselgeld. Maar voor mij staat ook vast dat de relatie tussen consument en leverancier en de goodwill van de euro gered worden door steeds slechts één munt te hanteren als betaalmiddel. Tot 1 januari 2002 de gulden, daarna de euro.

Terwijl het bedrijfsleven zich voorbereidt op de invoering van de girale euro op 1 januari 1999, is de consument nog onbezorgd - de euro is nog ver weg. Toch is het overleg over de wijze van invoeren in een cruciaal stadium gekomen. Na een patstelling in het Nationaal Forum, dat voor soepele invoering moet zorgen, is nu een onderzoeksfase afgesproken van zes weken. Eindelijk wordt het standpunt van de gehele Nederlandse detailhandel serieus onderzocht.

Het aanvankelijke botte 'nee' op het voorstel van MKB en detailhandel werd met geen enkel steekhoudend argument onderbouwd. Maar ook de consument mag zich gelukkig prijzen dat de stemming is omgeslagen. Immers, de gevolgen van een duale fase kunnen het vertrouwen van de consument in de nieuwe munt en in zijn leveranciers danig ondermijnen. Want wat verdedigt de commentator van NRC Handelsblad? Hij vindt het een goede zaak dat gedurende een nader te bepalen termijn twee muntsoorten tegelijk als wettig betaalmiddel gehanteerd kunnen worden. Je betaalt met guldens en krijgt euro's terug, of je betaalt zelfs met guldens en euro's als dat zo uitkomt.

Op plaatsen waar geen digitale kassa's zijn, zoals de markt, de taxi of een drukke kroeg, zal een dergelijke regeling veel verwarring scheppen. Ze zal tot wanhoop leiden aan de kant van de ondernemers en tot het gevoel getild te worden bij de consument. Chaos en wantrouwen zullen het resultaat zijn. Het vertrouwen in de nieuwe munt zal al geschokt zijn nog voordat de munt twee weken in de roulatie is.

Door de moeilijkheden bij het betalen zullen ondernemers in de verleiding zijn toch maar guldens terug te geven om de klant tevreden te houden. Maar daarmee krijgen we de guldens nooit uit de circulatie en dat was toch de bedoeling? De kans op lange rijen, verwarring, fouten of zelfs oplichting is levensgroot.

Ook het logistieke proces veroorzaakt problemen. Bij een korte duale fase zullen munten en biljetten zich ophopen bij de detailhandel. Afvoer van deze munten is logistiek zeer moeilijk. Bovendien brengt de ophoping van grote hoeveelheden geld in winkels een onacceptabel veiligheidsrisico met zich mee voor onder andere de caissières. Ik zou niet willen dat mijn dochter daar aan de kassa zat met een emmer met guldens naast zich. Mensen worden overvallen voor twintig gulden. Als een oplossing gevonden wordt voor dat probleem zal de detaillist het geld dagelijks toch zo snel mogelijk proberen af te voeren naar de banken, die dat nou net dachten te kunnen voorkomen met de duale fase.

De Legal Big Bang is het alternatief voor een duale fase. Altijd slechts één betaalmiddel dus. Deze krant verwart de Legal Big Bang met het moeilijke logistieke proces van het uit de markt halen van de gulden. Het misverstand is dat men denkt dat dan alle munten en biljetten ook op die ene dag moeten worden ingeleverd. Juist niet.

Door de consumenten in de voorafgaande maand december al te voorzien van wat euro's - frontloading - bestaat geen enkele noodzaak om massaal naar omwisselpunten te rennen. Iedereen kan juist op z'n gemak, op een tijd die hem of haar uitkomt, zijn oude muntsoort bij de omwisselpunten gaan inwisselen. Intussen spuien de flappentappen al euro's en op ieders bankrekening zijn de guldens automatisch in euro's omgezet. In de winkels is men weliswaar onwennig, maar van chaos of wantrouwen is geen sprake omdat duidelijkheid heerst.

De begrijpelijke aarzeling van de commerciële banken ten aanzien van het voorstel van MKB en de detailhandel ontstaat natuurlijk op het punt van de kosten, die zij onafwendbaar op zich af zien komen. Ten onrechte. De euro is een zaak van algemeen belang, die het bedrijfsleven wordt opgelegd. Sommige sectoren hebben er direct voordeel van, andere pas op lange termijn. Waar mogelijk moeten de kosten dan ook gedragen worden door de instantie die daar het meest voor in aanmerking komt: de overheid en in dit geval De Nederlandsche Bank.

De Nederlandsche Bank is ook de eerste die een enorm profijt trekt uit de invoering van de euro door munten en biljetten die niet ingeleverd worden. Dat voordeel kan oplopen tot vijf miljard. Er blijft genoeg over voor nóg een Mondriaan.