De Europese vergissing

Niet zolang geleden is in Californië serieus overwogen of, op verzoek van een plaatselijk televisiestation, de voltrekking van een doodvonnis in de gaskamer mocht worden uitgezonden. De initiatiefnemers hadden een beroep gedaan op het heilige recht van het publiek om alles te weten, the Public's right to know. Er waren ook voorstanders die tegelijkertijd verklaarde tegenstanders van de doodstraf waren, maar die enige heilzaamheid in zo'n uitzending zagen omdat op deze manier de verschrikking in al haar wreedaardigheid aan iedereen duidelijk zou worden. Er werd een grote kijkdichtheid verwacht. Het is niet doorgegaan.

De rechter oordeelde dat aan het rechtsgevoel voldoende was tegemoet gekomen met het bericht dat de operatie was geslaagd. Bovendien zijn bij de uitvoering van doodvonnissen in de Verenigde Staten altijd verslaggevers die de laatste ogenblikken van de verdachte beschrijven, en die dit zeer zorgvuldig doen. Hoe belangrijker het proces, hoe groter de nauwkeurigheid. In 1953 werd het echtpaar Rosenberg op de elektrische stoel ter dood gebracht. Het telexbericht was meters lang, en onvergetelijk van walgelijkheid. Een Amerikaanse columnist schreef: 'a fieldday for sadists', een traktatie voor sadisten. In dezelfde categorie horen de tricoteuses van de Franse Revolutie, die om het schavot zaten te breien in afwachting van de volgende voorstelling met de guillotine.

Er is geen overeenkomst met het drama van president Clinton, behalve dat de halve wereld voor de televisie heeft zitten breien tot de lang verwachte uren met de 'overspelige leugenaar' zouden aanbreken. Hij is nog geen verdachte in een proces, er is geen officiële aanklacht tegen hem ingediend, maar iedereen weet nu alles wat iedereen al wist, zij het nog beter, na nog grondiger 'waarheidsvinding'. Mag het, mag het niet? Psychologen geven karakteranalyses, ethici breken zich er het hoofd over, de wijsheid en de platheid zijn niet van de lucht, en in de kijkcijfers is een mondiaal record gevestigd. Het enige dat aan de voorstelling heeft ontbroken is een camera live in de huiskamer van Kenneth Starr, zodat er rechtvaardig, objectief kon worden gezapt.

Is dit het begin van een kruistocht naar een betere wereld? Een gek die het gelooft. Is het politiek? Natuurlijk, en van de destructiefste soort. Het gaat in eerste aanleg om de volkomen vernietiging van een man en zoveel mogelijk van zijn partij, en daarna om de inhoud en waardigheid van het presidentschap, en ten slotte, op de achtergrond, om politieke denkbeelden, programma's; maar die spelen geen rol in het gevecht dat nu aan de gang is. Er is een goldrush op het verleden van één man, en daarbij gaat het om de onpolitieke kant van wat gebeurd is.

Max Weber zou het een mooi voorbeeld van verwarring van politiek met geklets van ouwe vrijsters hebben gevonden. Hij schreef in 1919, toen het vooroordeel tegen deze oude dames nog niet als vooroordeel was ontmaskerd en het geklets van nog jongere heren als hoogst belangrijk kon worden beschouwd. De schuldvraag, zei Weber in zijn rede Politik als Beruf, hoort tot wat voorbij is; politiek bemoeit zich met de toekomst. In zijn tijd was er nog geen televisie. Hij zou ervan hebben opgekeken als hij gehoord had dat de halve wereldbevolking zich tot ouwe vrijster had getransformeerd, om mee te helpen de Amerikaanse president kapot te maken, zonder nadere vorm van proces.

Naar de Amerikaanse president wordt alleen nog geluisterd als hij over zijn verleden praat. Hij heeft het ernaar gemaakt zal men alweer zeggen, maar helemaal verdiend is het niet. Vorige week maandag lanceerde hij het initiatief tot een conferentie van de rijke landen om een strategie tegen de dreiging van een economische wereldcrisis te ontwikkelen. Binnen dertig dagen zou vergaderd moeten worden. Misschien zijn de voorbereidingen in volle gang, maar het nieuws daarover is dan verpletterd door de beelden van het uitladen van 37 dozen zedenbederf.

De rede waarin Clinton zijn voorstel deed, is lang niet de slechtste uit zijn carrière. Het gaat op het ogenblik niet in de eerste plaats om de rijkdom van de naties maar om de gezondheid van de vrijheid, zei hij. In het Engels klinkt het beter, en ongetwijfeld zal het geschreven zijn door een speechwriter die met zo'n aforisme zijn werkgever op het nippertje nog een plaats in de geschiedenis wil geven. Achterdocht vergezelt hem. Maar toch: het is van meer belang dan wat hij over de seks tegen de grand jury heeft gezegd. “Als economische verwarring miljoenen plotseling in armoede dompelt, en het leven van de gewone mensen raakt ontwricht, groeit de kans op politieke en sociale onrust en dreigt er gevaar voor de democratie.”

Het is een waarheid als een koe maar geen verkoopbare. De grote politieke werkelijkheid is niet wat vorig jaar in een hoekje van het Oval Office is gebeurd. Het is de dreigende economische wereldcrisis en wat daarop zou kunnen volgen. Dat weet iedereen, ook in Amerika.

Zonder Amerikaans leiderschap zou de rest van de wereld tegen de economische crisis machteloos zijn. Maar eerst moeten de Amerikanen, met één oog steeds op het Witte Huis, het andere nog af en toe op de Dow Jones gericht, door het kleine verleden van de president heen. Ze doen het met een radicalisme dat hier als een onbegrijpelijke politieke zelfvernietiging wordt gezien. Europeanen kunnen zich vergissen in de Amerikaanse hardheid, en in de aandacht van het volk voor zichzelf.

Dat hebben ze meer gedaan, en nu weer. Nu moet eerst de president worden gezuiverd, hoe dan ook - al denkt de rest van de wereld dat ze daar de kluts kwijt zijn - en dan komt de rest weer aan de beurt. Tot het zover is, moet de rest zichzelf redden.