Brussel vaart wel bij 'lastige' Eurocraten

Buitenlanders die bij de EU in Brussel werken mogen volgend jaar misschien meestemmen bij de raads- verkiezingen. Ze zouden een last voor de stad zijn. In werkelijkheid blijkt dat mee te vallen. Brussel profiteert ook flink van hun aan- wezigheid.

BRUSSEL, 23 SEPT. Eurocraten, zo worden met enige ergernis de buitenlanders genoemd die in Brussel werken voor instellingen van de Europese Unie. Zij en de medewerkers van vele andere kantoren die zich in verband met de EU en andere internationale instellingen in Brussel hebben gevestigd, zouden een last voor de stad zijn. Zij zouden schuldig zijn aan de sloop van statige huizen die moesten wijken voor kantoorkolossen, zij zouden dagelijks lange files veroorzaken en de huur- en koopprijzen van woningen in betere buurten opdrijven.

Daar komt nog bij dat Vlaamse kranten vrijwel dagelijks artikelen publiceren over het gevaar dat dreigt als buitenlanders afkomstig uit lidstaten van de EU volgend jaar bij de gemeenteraadsverkiezingen hun stem mogen uitbrengen. Op Belgisch federaal politiek niveau lijkt de zaak rond: ondanks Vlaamse weerstand komt er een grondwetswijziging die het mogelijk maakt dat EU-burgers in België lokaal kunnen stemmen. België is daarmee de laatste EU-lidstaat die hiermee voldoet aan een recht van EU-burgers dat is vastgelegd in het Verdrag van Maastricht van 1991.

Maar Vlamingen blijven roepen dat de EU-burgers slechts stemrecht mogen krijgen als daar compensaties voor Vlamingen tegenover staan. De Vlamingen zijn bang dat de Eurocraten op Franstalige partijen stemmen en zo hun positie in de negentien Brusselse gemeenten en in de op Vlaams grondgebied gelegen randgemeenten verzwakken. Onder Eurocraten wekt de Vlaamse druk om het EU-stemrecht beperkingen op te leggen toenemende ergernis. Daarom gaan er ook stemmen op om een eigen buitenlanderspartij op te richten zodat volgend jaar bij de gemeenteraadsverkiezingen zowel Franstalige als Vlaamse partijen vermeden kunnen worden.

Overigens bestaat slechts een kleine minderheid van de in Brussel woonachtige niet-Belgische EU-burgers uit EU-ambtenaren. Zestig procent van de EU-burgers zijn Fransen, Italianen en Spanjaarden die ooit om heel andere redenen dan de internationale instellingen naar Brussel kwamen. Totaal is dertig procent van de Brusselse bevolking buitenlander. Hiervan is 14,5 procent uit EU-lidstaten afkomstig.

Jos Chabert, minister van Economie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, heeft een studie laten verrichten naar de betekenis voor Brussel van de hier gevestigde internationale instellingen (behalve de EU ook de NAVO, de Benelux en Eurocontrol). Daaruit blijkt dat Brussel, het aangrenzende Vlaanderen en ook Wallonië bijzonder van die buitenlandse aanwezigheid profiteren en dat veel genoemde nadelen onjuist zijn. De onroerendgoedprijzen zijn de laatste jaren in Brussel veel minder gestegen dan in andere hoofdsteden.

Buiten Brussel wonende pendelaars veroorzaken veel files, maar van hen behoort slechts een klein deel tot de Eurocraten. Brussel heeft 950.000 inwoners. In het Brusselse gewest werken 628.000 personen, waarvan er 344.000 dagelijks pendelen. Het aantal personen dat in Brussel werk vindt dankzij de internationale instellingen is 62.000, van wie de helft Belg is. Van deze groep werken 20.000 personen voor de EU. Drie van de vijf EU-ambtenaren wonen binnen het Brusselse gewest. Van de anderen wonen de meeste in Vlaanderen en de rest in Wallonië.

De internationale aanwezigheid in Brussel genereert dit jaar uitgaven van tegen de elf miljard gulden, waarvan 79 procent in België blijft. Ongeveer tien procent van de Brusselse werkgelegenheid en dertien procent van het Brussels regionaal product is rechtstreeks of indirect te danken aan de aanwezigheid van de Europese en internationale instellingen.

Minister Chabert, een Vlaming, vindt Brussel “een multiculturele stad waar niet alleen de twee officiële talen - Frans en Nederlands - worden gesproken, maar ook Engels, Duits, Italiaans, Spaans en noem maar op”. Hij noemt de neiging om alle grootstedelijke problemen - van verkeer tot criminaliteit - in Brussel aan de internationalisering van de stad te wijten “onzin”. Dat betekent niet dat hij geen enkel probleem ziet. De verwachting is dat de internationale aanwezigheid in Brussel de komende jaren verder zal toenemen als zowel de EU als de NAVO uitbreiden met nieuwe lidstaten. Daarvoor zijn nieuwe kantoren nodig. De EU wil bovendien de huidige 66 kantoorlocaties terugbrengen tot dertig.

In 2005 zullen de EU-instellingen waarschijnlijk 1,4 miljoen vierkante meter kantoorruimte gebruiken, dat is veertien procent van alle Brusselse kantoren. Voor de ontwikkeling van Brussel is het van groot belang dat er geen wildgroei van kantoren komt, maar dat er beter gepland wordt dan in het verleden dikwijls het geval was.