Beurswaakhond STE wil duidelijker wetgeving

De Stichting Toezicht Effectenverkeer ziet steeds meer fraudezaken op zich afkomen. Voorzitter Loudon over schaars personeel, duidelijker wetgeving, meer controle en registratie van handelaren. En over schaarse kennis: “Het openbaar ministerie heeft een kennissprong gemaakt. Dat is mooi.”

AMSTERDAM, 23 SEPT. Twee miljoen Nederlandse huishoudens beleggen inmiddels, maar slechts weinigen kennen de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE). Voorzitter jhr.mr. F. Loudon zou graag anders zien: “Als mensen een beleggingsproduct wordt aangeboden, moeten ze direct vragen: heeft u een vergunning van de STE?”

Dat adequaat toezicht op de effectenhandel geen overbodige luxe is, blijkt uit de vele fraudezaken die de Amsterdamse beurs de laatste jaren in beroering brachten. Nusse Brink Commissionairs, de HCS-affaire en de BolsWessanen-voorkenniszaak waren geruchtmakende voorbeelden. En vooral: de Operatie Clickfonds, het lopende onderzoek naar een grootschalige beursfraude.

Mede onder invloed daarvan is de STE, die onder meer handelsvergunningen afgeeft en kan intrekken, sterk gegroeid. Toen zij anderhalf jaar geleden de controletaken van de voormalige Vereniging voor de Effectenhandel overnam, telde de stichting 25 personeelsleden. Nu zijn dat er 56. En dan zijn er nog 24 vacatures, waarvan twintig voor accountants die onderzoeken of financiële instellingen die onder het toezicht van de STE vallen voldoen aan de gestelde eisen.

De mensen die de STE zoekt zijn echter schaars. De beurswaakhond moet om nieuwe medewerkers concurreren met advocaten- en accountantsbureaus. De doorgaans complexe financiële fraude-affaires staan garant voor veel declarabele uren. De advocatuur ziet juridische bijstand in financiële fraudezaken als een lucratieve groeimarkt en investeert daarom flink in personeel.

De STE heeft voldoende budget om salarissen te betalen die in de buurt komen van wat advocaten- en accountantskantoren bieden. “Maar wij doen niet aan auto's van de zaak en andere grappenmakerij”, zegt Loudon.

Mogelijk wordt het werk van de STE verlicht als de wetgever manipulatie van koersen strafbaar stelt. De stichting is hier sterk voorstander van. Onder de huidige bepalingen is koersmanipulatie namelijk niet goed aan te pakken; bepalen of iemand koersen manipuleert dan wel stabiliseert is tijdrovend, arbeidsintensief en vatbaar voor interpretatie. De STE wil duidelijker wetgeving, zodat eenvoudiger valt vast te stellen wanneer ze moet ingrijpen.

“Een koers moedwillig intrappen kan natuurlijk niet”, zegt Loudon. “Zeker niet wanneer het publiek massaal wordt benadeeld en de handelaar er voordeel bij haalt.”

Volgens de STE-voorzitter zal de aanpak van koersmanipulatie zelfs zover moeten gaan dat optiehandelaren die de AEX-index naar beneden drukken strafbaar worden. Zoiets bewijzen zal moeilijk worden, erkent Loudon. “Maar het is van belang dat we een wettelijk handvat krijgen, zodat we een begin hebben.”

Met de controle op effectenhandel met misbruik van voorwetenschap is de STE verder, zij het dat het openbaar ministerie (OM) tot nog toe geen enkele grote voorkennisaffaire (HCS, BolsWessanen) met een veroordeling kon afronden - afgezien van de kleine Weweler-zaak. Het circumstantial evidence (indirect bewijs) waarmee de officieren van justitie H. de Graaff en B. Swagerman in de BolsWessanen-zaak misbruik van voorwetenschap wilden aantonen bleek voor de rechtbank niet voldoende. Het OM gaat nu in hoger beroep bij het gerechtshof.

Zou een veroordeling Loudon en zijn stichting motiveren? “Zo moet u dat niet zien. Wij houden toezicht en rapporteren over vermoedens. Daarna geven wij de zaak uit handen.”

Het steekt hem niet als na zoveel onderzoek geen veroordeling volgt. “Zo zit onze samenleving nou eenmaal in elkaar. In Nederland laten we liever tien mogelijke schuldigen lopen om te voorkomen dat er één onschuldige wordt gestraft.”

Wat de BolsWessanen-zaak in ieder geval duidelijk maakte was dat het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht grote moeite hebben met de complexiteit van de effectenhandel. Doorgewinterde handelaren, met jaren ervaring op optie- of effectenbeurs, legden met hun jargon in de rechtszaal een rookgordijn. Loudon drukt zich voorzichtig uit over het kennisniveau bij het OM. “Laat ik het zo zeggen: men heeft de afgelopen tijd een kennissprong gemaakt. Dat is heel mooi.”

De acht verdachten in de BolsWessanen-zaak werden ondersteund door een legertje fraudeadvocaten, die gezamenlijk de aanklacht van het OM afbraken. De ongelijkheid in kennis tussen OM en de gespecialiseerde advocatuur verontrust Loudon niet. “De achterstand op de advocatuur zal er altijd wel blijven. Ik denk dat het OM op de goede weg is. De ervaring die nu wordt opgedaan is in de toekomst weer bruikbaar. Ik ben ook blij dat de fraudeofficieren hebben afgesproken dat ze, mochten ze willen vertrekken, ze niet gelijktijdig gaan. Zo blijft de kennis aanwezig.”

Ondanks het gebrek aan personeel breidt de STE haar takenpakket binnenkort uit. Zo zal ze gaan meekijken over de schouder van de AEX-afdeling Toezicht Beurshandel; de STE krijgt een rechtstreekse verbinding met het handelsysteem van de Amsterdamse beurs. Dat stelt haar in staat opvallende veranderingen in omzetvolumes direct te registreren.

Opmerkelijk is dat AEX-president George Möller altijd heeft gezegd dit laatste stukje zelfcontrole van de beurs niet uit handen te willen geven. Loudon: “Wij vinden het in eerste instantie ook een verantwoordelijkheid van AEX. En ze doen het goed. Maar we willen dat niet alleen zij die verantwoordelijkheid dragen. Als zij iets hebben gemist, zijn wij de tweede instantie waar naar gewezen kan worden.”

Een wens van de STE die nog niet is geëffectueerd is de opstelling van een register van beurshandelaren. Handelaren kunnen daaruit worden geschrapt als ze hebben gefraudeerd. Zo kan worden voorkomen dat ontslagen handelaren elders hun illegale praktijken voortzetten. Loudon: “Eigenlijk willen wij hier geen actieve rol spelen. Het bestuur van een effecteninstelling is verantwoordelijk voor de kwaliteit en betrouwbaarheid van zijn medewerkers. De instellingen moeten zichzelf controleren. Ze moeten bij het aantrekken van een nieuwe werknemer gegevens opvragen bij de vorige dienstbetrekking van de sollicatiekandidaat.”

En als die niets wil zeggen? “Dan zou die kandidaat moeten afvallen omdat er dan altijd iets aan de hand is.”