Basisscholen door fusies steeds groter

VOORBURG, 23 SEPT. Het aantal basisscholen is de afgelopen acht jaar sterk afgenomen. Er zijn nu nog 7.200 basisscholen, tegen 8.500 in 1990. Het aantal leerlingen is in dezelfde periode toegenomen met 100.000, waardoor basisscholen gemiddeld steeds groter worden. In 1990 had een school gemiddeld nog zo'n 170 leerlingen, nu zijn dat er 210.

Dit blijkt uit het Jaarboek Onderwijs van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De Nederlandse basisscholen zijn sinds de jaren zeventig nog nooit zo groot geweest, zegt het CBS.

Fusies tussen scholen zijn de belangrijkste reden voor de afname van het aantal. “Ze verwachten zo financieel voordeliger uit te komen”, aldus onderzoeker G. Janssen van het CBS.

Het CBS signaleert ook verschillen per regio. Zo tellen de basisscholen in Noord- en Zuid-Holland gemiddeld de meeste leerlingen. De Friese scholen zijn met gemiddeld 123 leerlingen het kleinst. Zelfs die scholen zijn de afgelopen acht jaar gegroeid. In 1990 hadden zij nog gemiddeld 113 leerlingen. De steden Breda en Haarlem hebben de grootste scholen.

Het aantal middelbare scholen is meer dan gehalveerd. Met ruim zevenhonderd middelbare scholen zijn er duizend minder dan in 1990. De overheid reikte eind jaren tachtig en begin jaren negentig premies uit aan middelbare scholen die gingen fuseren. Ruim eenderde van de scholen is nu een brede scholengemeenschap.

Vooral het aantal scholen dat slechts één onderwijssoort (alleen VBO, Mavo, Havo of VWO) aanbiedt, is dan ook sterk gedaald.

Begin jaren negentig behoorde nog de helft van de middelbare scholen tot die categorie. Nu is dat gedaald tot een kwart.