Westerse training helpt Albanese politie op de been

Een week geleden dreigde Albanië even ten prooi te vallen aan dezelfde anarchie als een jaar geleden. Maar de politie kon de wanorde ditmaal de baas - wellicht omdat duizend Albanese politiemannen inmiddels door West-Europese collega's zijn getraind.

TIRANA, 22 SEPT. Toen de Albanese oppositie vorige week schietend met kalasjnikovs de straat op ging, sloeg de politie op de vlucht. Maandag dreigde een paar uur lang de totale anarchie. Maar ineens was de politie terug op straat, en binnen een uur was de orde hersteld.

“Dat is een enorme vooruitgang, en een grote winst vergeleken met vorig jaar”, zegt een buitenlandse politie-officier. “Bij de rellen na de instorting van de piramide-schema's leek het alsof je de staat zomaar omver kon blazen. Er was geen soldaat of agent meer te zien. Nu wankelde de staat, maar krabbelde hij toch weer overeind. Eerst de politie, en de volgende dag de militairen. In zo'n chaotische situatie als hier is dat een belangrijk resultaat. De burgers willen houvast.”

Eén onderdeel van de internationale hulp die vorig jaar op gang kwam is training van de Albanese politie. Hiervoor is het MAPE opgericht, het Multinational Advisory Police Element. Deze opereert onder auspiciën van de West-Europese Unie. “We mogen uitdrukkelijk geen daadwerkelijke hulp bieden, als het spannend wordt mogen wij alleen maar toekijken,” zegt Klaas Brandwijk, een opperwachtmeester bij de Koninklijke Marechaussee, die voor zes maanden in Albanië zit.

Maar tussen advies en hulp ligt soms een zeer dunne grens. Dat de politie maandagmiddag betrekkelijk snel weer overeind krabbelde, wordt op het krediet van de Italianen geschreven, die het belangrijkste onderdeel van het trainingsprogramma verzorgen, openbare orde. Ook in het politie-optreden vrijdag, toen oppositieleider Sali Berisha een nationale protestdag had georganiseerd, was de Italiaanse hand te herkennen. De politie was vóór de demonstratie nadrukkelijk aanwezig, hield veel mensen aan de rand van de hoofdstad tegen, maar bleef op afstand toen de mars begon, om provocaties te voorkomen.

Italië heeft de Albanese politie een modern crisiscentrum geschonken, waardoor de verbindingen aanzienlijk zijn verbeterd. Ook aan de training van de mobiele eenheid, die gewend was erop los te meppen, is veel aandacht besteed. Italiaanse officieren hebben verteld dat het in begin moeilijk was om het respect te verwerven van de macho-agenten in deze eenheden. Toen werden Italiaanse karate-experts als trainer ingezet met maar één opdracht: leg ze neer. Daarna wilden de Albanezen wel luisteren.

Er moet een enorme achterstand worden ingehaald. Eerst bestond het trainingsprogramma uit specialistische cursussen van drie maanden. Dat bleek te hoog gegrepen. Het is veranderd in een basisopleiding van twee maanden, met daarna de mogelijkheid voor verdere specialisatie.

“We ontdekten dat we op een lager niveau moesten insteken,” zegt Brandwijk. “Je kunt niet moderne Westerse begrippen loslaten op deze situatie. Sommige mensen konden hun naam niet eens schrijven. Vergeet niet dat er na de val van het communisme veel mensen bij de politie zijn gekomen die simpelweg een uniform hebben aangetrokken, en soms alleen maar een overhemd.”

Hij vertelt dat Albanese agenten steeds met hetzelfde rijtje komen als hun wordt gevraagd waar ze het meest behoefte aan hebben: orde, discipline. “Daar leggen we in de training de nadruk op. We leren ze ook respect te tonen voor mensen bij een controle. Als je respect toont, krijgt ze zelf ook respect.”

Sinds het programma vorig jaar op gang is gekomen, zijn ongeveer duizend agenten getraind. Op een totaal van 17.000 is dat niet veel, maar het begin is gemaakt en het programma wordt volgend jaar versneld. “Soms denk je: het slaat aan,” zegt een van de trainers. “De mensen zijn gemotiveerd, zeggen zelf dat ze veranderd zijn. Maar dan stap je weer in de auto en op het eerste het beste kruispunt moet je een paar honderd lek (een paar gulden) aan een agent geven.”

Albanese politie-agenten verdienen zeventig dollar per maand. Het kabinet heeft een loonsverhoging aangekondigd, maar ook daarmee is het salaris te laag om van te leven. “Je kunt de corruptie niet alleen uitbannen met idealen,” zegt Brandwijk. “Ze moeten een salaris hebben waarvan ze kunnen leven.” Maar voorstellen aan de WEU om financiële steun te geven aan het politiekorps zijn afgewezen.

Ook kolonel Huub Weusten, chief operations van MAPE, onderstreept dat meer nodig is dan betere training. “Met alleen maar vrome woorden kom je er niet,” zegt hij. “Ze hebben ook een enorm tekort aan materieel. Als je met hen komt praten, kijken ze altijd naar je handen, wat je meebrengt.”

De Nederlandse overheid heeft een aantal Landrovers en apparatuur voor vingerafdrukken geschonken aan de Albanese grenspolitie. Ook het bescheiden meubilair op het MAPE-bijkantoortje bestaat voornamelijk uit afgedankte meubelen uit Nederland. De trainingscentra in Tirana en Durrës worden grotendeels ingericht met het materiaal dat de Stichting Hoopvol Albanië uit Nederlandse kelders en opslagplaatsen weet te halen.

Kolonel Weusten: “Ik heb het gevoel dat de aanwezigheid van de Westerse politie veel Albanezen het gevoel geeft dat ze niet in de steek worden gelaten.” Een collega, eerste luitenant Gerard Jansen, geeft daar een voorbeeld van. “Terwijl maandag het tv-gebouw werd bestormd was ik op het MAPE-hoofdkwartier ernaast. Ik stond daar met mijn VN-blauwe helm en een kogelvrij vest terwijl de kogels me om de oren vloegen. Ze hadden granaten en zelfs anti-tankwapens. Toen kwam er een man naar me toe met een roos. Hij zei: 'peace, jullie hoeven niet bang te zijn.' Sommige mensen van de oppositie beschouwen ons als handlangers van de regering, maar dit laat zien dat er respect bestaat voor wat internationale organisaties hier doen.”

“Soms zijn we te ongeduldig,” zegt Weusten. “We moeten niet kijken naar hoeveel er nog moet gebeuren, maar naar wat er al is gedaan.” En Brandwijk: “Ik geloof er wel in, dat het uiteindelijk resultaat zal hebben, maar het zal zo ontzettend lang duren.”