Videotape

NEW YORK TIMES

De videoband van de grand jury liet ons opnieuw een gedaagde zien die op zijn hurken achter zijn advocaten zat, maar geen president die weer greep kreeg op zowel de politieke situatie als op zijn eigen lot. Voor zover het de biografie van Clinton betreft, zagen we een opgejaagde man die mijmerde over een bezoedeld presidentschap en over zijn onherroepelijk verminderde reputatie. Vanuit het oogpunt van de burger bezien worden we nu geconfronteerd met een natie die de grandeur van het presidentschap afweegt tegen een aantrekkelijke, maar aantoonbaar disfunctionerende persoonlijkheid.

[...] De Republikeinen, die een meerderheid in het Congres hebben en bang zijn voor een terugslag, komen voor grote constitutionele verantwoordelijkheden en aanmerkelijke politieke gevaren te staan als ze de reacties van het publiek op Clintons vernederende omstandigheden beoordelen. Want hoewel de opiniepeilingen omslaan, wil een meerderheid van de bevolking doormodderen met een grotendeels in diskrediet gebrachte leider om zo het verankerde verkiezingsritme niet te hoeven verstoren.

Maar de regeling die uit een dergelijke houding voortkomt is niet mogelijk als Clinton blijft eisen dat wij, als volk, zijn leugens accepteren. De heerschappij van de wet is van te groot belang voor de toekomst om te worden opgeofferd aan de grillen of het bedrog van de president. Hem te zien liegen op de band doet ons denken dat we ons onder aannemelijke voorwaarden kunnen veroorloven een natie van vergevers te zijn. Maar we moeten geen natie worden van gedogers.