Trainen van getuigen: onbehoorlijk of redelijk?

Het OM Haarlem heeft politiemensen getraind voor een optreden als getuige in zaak tegen Etienne U.

AMSTERDAM, 22 SEPT. Procu- reur-generaal P. Brilman gaf toe “ongelukkig” te zijn met de situatie. J. Vermeulen, voorzitter van het Amsterdamse gerechtshof, noemde het “onbehoorlijk”. En C. Korvinus, advocaat van de vermeende drugssmokkelaar Etienne U., spreekt van een “vertoning”.

Vorige week werd duidelijk dat het Haarlemse openbaar ministerie en het Kernteam Randstad Noord (KTR) trainingen hebben georganiseerd voor de politiemensen die waren opgeroepen als getuigen in het hoger beroep tegen Etienne U. Vandaag moet de Haarlemse politiepsycholoog die de getuigentrainingen hield, zich voor het Amsterdamse gerechtshof verantwoorden. Dan moet duidelijk worden of de trainingen, zoals aanklager Brilman zegt, “vooral waren toegespitst op de technische kant van het verhoor”, of dat is gesproken over de inhoud, zoals de verdediging aanvoert. Korvinus zal het hof in elk geval verzoeken het OM niet ontvankelijk te verklaren.

De advocaten van U. en vier medeverdachten hadden de betrokken politiemensen als getuige opgeroepen omdat ze wilden weten wat de aanleiding was van een nieuw onderzoek dat plaatshad ter voorbereiding van het hoger beroep. Volgens Korvinus en zijn collega's beschikte het KTR over informatie afkomstig van het in 1994 opgeheven IRT. Dat had in een eerder onderzoek tegen U. gebruik gemaakt van verboden opsporingsmethoden. De 'besmette' informatie uit het IRT-dossier mocht niet worden gebruikt.

Bij de getuigentrainingen heeft het KTR de politiemensen voorbereid op vragen naar een verband met het IRT. Dat blijkt uit de vragenlijsten die bij de trainingen zijn gebruikt. Tijdens een rollenspel werden eerdere verklaringen van de politiefunctionarissen minutieus nagelopen. De politiepsycholoog gaf ook aan wat de bedoeling van een bepaalde vraag van Korvinus en zijn collega's zou kunnen zijn: 'Doel: betrokkenheid bij het Delta onderzoek (van het IRT, red.) suggereren' staat er als kop boven een van lijsten. Hierna de vraag: 'Heeft u destijds samengewerkt met mensen als Langendoen en Van Vondel en/of andere medewerkers van het toenmalige IRT?' Waarna opnieuw een toelichting: 'In verband met het uitfilteren van besmet materiaal'.

Welke antwoorden de politiemensen tijdens de trainingen hebben gegeven is niet na te gaan. Evenmin is duidelijk of de antwoorden hierna door het KTR zijn geëvalueerd en zo mogelijk bijgesteld. En dat is essentieel om vast te stellen of het OM de “behoorlijkheidsgrens” heeft overschreden, zegt J. Nijboer, directeur van het seminarium voor bewijsrecht van de Universiteit Leiden. “Dat de politiemensen worden voorbereid op een dergelijk verhoor hoeft niet te betekenen dat er doelbewust is geprobeerd informatie achter te houden. Dit is een grensgeval.”

Volgens strafadvocaat G. Spong is de zaak echter duidelijk: het OM moet niet ontvankelijk worden verklaard. Spong: “Wat er precies geoefend is, is irrelevant. Het simpele feit dat getuigen getraind zijn, maakt ze a priori onbetrouwbaar. Het trainen van politiegetuigen ondermijnt het strafproces.”

Niet bekend

De rechercheschool in Zutphen verzorgt sinds drie jaar het vak 'rechtbanktraining' voor rechercheurs die deel uitmaken van de zogenoemde kernteams. De cursisten krijgen theorie en oefenen een rollenspel. “De bedoeling is dat rechercheurs leren omgaan met lastige vragen”, zegt docent T. Egberink: “Ze moeten leren om ook onder druk de feiten weer te geven zoals ze zijn.” Egberink benadrukt dat er “geen enkel verband” bestaat tussen de rechtbanktraining en de voorbereiding van de zaak tegen Etienne U. Wel kan hij zich voorstellen dat advocaten bezwaar maken tegen het trainen van getuigen: “Dat zou ik ook doen als ik de verdediging voerde. Maar de rechter bepaalt wat toelaatbaar is.”