Studiehuis

In het artikel van onderwijspsycholoog Willem Smit (NRC Handelsblad, 17 september), mis ik zoals in zoveel stukken over het studiehuis de ervaring op de werkvloer. Het is nogal gemakkelijk om te schelden op het studiehuis nog voor het breed in werking is gesteld. Als docent op een school waar het studiehuis al jaar en dag een feit is en met, gemeten naar de slaagpercentages, een meer dan gemiddeld succes, zie ik niet wat er virtueel is aan de 2de fase in het voortgezet onderwijs.

Denkt de heer Smit werkelijk dat een beetje docent het contact met leerlingen er aan geeft en gaat afwachten tot er iemand met een vraag komt? Denkt hij dat een docent genoegen neemt met een nieuwe methode en het verder wel ziet? Er is voor vele docenten een ongehoorde berg werk aan de winkel, omdat iedere docent weet dat er examenstof behandeld moet worden.

Geen docent die er over piekert om te vervallen in vaardigheidsonderwijs als dat ten koste gaat van de verlangde examenkennis. Trouwens, het is mij volstrekt niet duidelijk hoe je vaardigheid zinvol kan trainen zonder ook de kennis-component mee te nemen. Het is natuurlijk wel schandalig dat alles voor een appel en een ei ingevoerd moet worden, dat de nieuwe methodes ternauwernood op tijd zijn en dat voor een enkel vak nog geen proefexamen klaar ligt. De 2de fase wordt inhoudelijk breder en zwaarder dan het onderwijs op Havo en VWO voorheen was. De inhoud van de vakken is zeker niet vereenvoudigd.

Het zou verstandig zijn om het studiehuis met mate in te voeren. Niemand schrijft voor dat alle klassikale lessen vervangen moeten worden door vrij werken. Elke docent kan in beginsel kiezen hoe vaak en in welke samenstelling de leerlingen in de klas zijn, op welke manier ze daar les krijgen, en hoe alles beoordeeld moet worden.