Na maandenlange onrust; Zuid-Afrika doet inval in Lesotho Door onze correspondent

JOHANNESBURG, 22 SEPT. Legereenheden van Zuid-Afrika zijn vandaag Lesotho binnengevallen. In de bergstaat heerste al maandenlang politieke onrust en koning Letsie III had verzocht om interventie door bevriende staten.

De naar schatting 600 man sterke invasietroepen staken vanmorgen in alle vroegte in pantservoertuigen, begeleid door gevechtshelikopters, de grens tussen Zuid-Afrika en de enclave Lesotho over, waar ze in de hoofdstad Maseru het door betogers belegerde koninklijk paleis innamen. Drie Zuidafrikaanse militairen zijn bij de actie gesneuveld en elf soldaten raakten gewond.

De Zuid-Afrikaanse minister van Openbare Veiligheid, Sydney Mufamadi, liet gisteren al doorschemeren dat troepen van de veertien leden tellende Ontwikkelingsgemeenschap voor Zuidelijk Afrika (SADC) op het punt stonden om in te grijpen in lidstaat Lesotho. Waarnemend president Mangosuthu Buthelezi nam, bij afwezigheid van zowel president Mandela als vice-president Mbeki, afgelopen nacht het besluit het buurland binnen te vallen.

De onrust in het twee miljoen inwoners tellende koninkrijk, dat even groot is als België, begon eind mei, toen bij algemene verkiezingen het regerende Lesotho Congres voor Democratie (LCD) vrijwel alle zetels in de wacht sleepte. De oppositie betichtte de regering van fraude, eiste nieuwe verkiezingen en bemoeilijkte het overheidswerk door vele acties. Een deel van het (kleine) Lesothaanse leger koos de zijde van de oppositie.

Een onderzoekscommissie onder leiding van de Zuid-Afrikaanse rechter Pius Langa bevestigde vorige week in een rapport onregelmatigheden bij de verkiezingen, maar ging niet zover te zeggen dat de uitslag volledig was vervalst. De belangrijkste oppositiepartij, de Basutoland Congres Partij (BCP), ontstak hierover in grote woede; van het door de commissie voorgestelde overleg tussen regering en oppositie kwam niets meer terecht. Aanhangers van de BCP voerden de afgelopen dagen hun acties op en legden het openbare leven in Maseru volkomen lam. Ambtenaren werden mishandeld en verhinderd te werken. In de hoofdstad heerste volgens buitenlandse waarnemers volkomen anarchie. Groepen dronken jongeren lieten een spoor van vernieling achter zich.