Monarchie

In zijn anti-monarchie artikel (NRC Handelsblad, 10 september) schetst Jan Prillevitz een beeld van een soort absoluut koningschap dat me eerder doet denken aan Lodewijk de 14de en zijn l'état c'est moi dan aan onze huidige staatvorm. En uit de doeken doen hoe heerszuchtig, bazig en bemoeizuchtig onze huidige koningin wel niet is, op basis van gesprekken 'onder twee ogen' die Prillevitz blijkbaar heeft gevoerd met niet nader aangeduide personen, valt dat niet onder de categorie 'roddel'?

Prillevitz vindt het een kwalijke zaak dat Beatrix een voorsprong heeft op 'ministeriële passanten' door haar kennis en ervaring, omdat hierdoor haar politieke macht zou toenemen. Als haar invloed hierdoor toeneemt, ligt dat dan aan haar? Hebben de 'ministeriële passanten' niet juist veel te weinig kennis en ervaring? Bij de toewijzing van de ministersposten van Paars II leken kennis en ervaring niet bepaald belangrijke criteria op grond waarvan ministers werden benoemd. Hoe zou men dan kunnen klagen over de kennis en ervaring van Beatrix?

Als ik afga op Prillevitz dan ben ik één van velen die versuft door 'media-narcose' de monarchie een warm hart toedragen. Prillevitz zelf lijkt me echter onder de invloed van 'nostalgie-narcose': hij zou graag het non-conformisme van de jaren '60 en '70 terugzien. Geen wonder dat zijn gezeur over de verderfelijkheid van de monarchie zo sterk lijkt op het protest-gewauwel in die toch echt vervlogen tijden.