Markant spel van pianist Brendel

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergjev. M.m.v. Alfred Brendel, piano. Werken van Berlioz, Beethoven en Purcell. Gehoord: 21/9, De Doelen Rotterdam.

Zondag 4 oktober geeft Alfred Brendel in het Amsterdamse Concertgebouw een recital met werken van Schubert, Mozart en Haydn.

Valery Gergjev heeft zo zijn hebbelijkheden. Zonder te verblikken liet de chefdirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest maandag weer eens een zaal met tal van prominenten en een keurig gestemd strijkorkest tien minuten antichambreren alvorens zijn entree te maken. Sinds Gergjev de bâton zwaait in Rotterdam is stiptheid uit de bedrijfsfilosofie verdwenen. Maar met liefde wordt dat op de koop toe genomen, want Gergjev heeft het niveau van het orkest in enkele jaren tijds een enorme kwaliteitsimpuls gegeven. En hij heeft het orkest een eigen, naar hem vernoemd festival gegeven, waarvan dit jaar de Tragische Liefde de rode draad van het programma is.

Bij lang niet alle concerten is de relatie met dit thema zo intens als dat van gisteren, met de door Stokovski voor strijkorkest bewerkte aria When I am laid in earth uit Purcells opera Dido and Aeneas en delen uit de 'symphonie dramatique' Roméo et Juliette van Berlioz aan weerszijden van Beethovens Derde pianoconcert. De Purcell-aria had in haar romantische strijkerstooi en het gedragen tempo waarin zij werd uitgevoerd op momenten iets weg van een opgerekte, langzame passage uit een compositie van Berlioz - zo'n zwevend ogenblik, zwanger van spanning, vlak voor een versnelling. In de instrumentale delen uit Berlioz' Roméo et Juliette daarentegen was de spanning soms ver te zoeken. Natuurlijk, de noten waren er, de erupties en het subtiele spel met de stilte eveneens, maar zo meeslepend als Gergjev in zijn briljante momenten kan zijn, was hij ditmaal zeker niet.

Dan was de solist in Beethovens Derde pianoconcert, Alfred Brendel, heel wat persoonlijker. Brendel (67) is een intelligente retoricus die op de piano steeds weer andere vragen aan de muziek lijkt te stellen. Hij is een persoonlijkheid die graag muzikale vanzelfsprekendheden ter discussie stelt. Er ontglipt hem wel eens een kleinigheidje, maar dat maakte ook zijn lezing van Beethovens concert uiteindelijk nauwelijks minder interessant. Een prachtige, opengewerkte cadens aan het slot van het eerste deel, plotselinge veranderingen in dynamiek, tempo en agogiek - het waren componenten van een markante uitvoering waarin het bovendien kwam tot een alert en boeiend tweegesprek tussen solist en orkest.