Ex-minister Liberia in ambassade van VS

MONROVIA, 22 SEPT. De Amerikaanse ambassade in Monrovia, de hoofdstad van Liberia, is een belegerde veste sinds gewezen krijgsheer Roosevelt Johnson, de belangrijkste rivaal van president Charles Taylor, daar dit weekeinde zijn toevlucht zocht.

Johnson, tot voor kort minister in Taylors regering, raakte gewond bij de vuurgevechten die uitbraken toen regeringstroepen zaterdag zijn woning bezetten en daarbij stuitten op verzet van gewapende aanhangers van Johnson. Volgens de laatste berichten kwamen daarbij 47 mensen om het leven.

Toen Johnson en enkelen van zijn aanhangers zaterdagmorgen bij de Amerikaanse ambassade arriveerden, nam de Liberiaanse geheime politie hen onder vuur. Daarbij vielen vier doden en raakten vier mensen, onder wie twee Amerikanen en Johnson zelf, gewond. Een van Johnsons zonen, de 22-jarige Puna, werd in zijn schouder en arm getroffen. Volgens ooggetuigen beantwoordde ten minste één Amerikaanse militair het vuur.

Amerikaanse mariniers in gevechtsuitrusting patrouilleren door de gangen van de ambassade en de diplomaten zijn gehuld in kogelvrije vesten. Nigeriaanse soldaten van de West-Afrikaanse vredesmacht ECOMOG bewaken het ambassadegebouw.

“Ik weet niet hoe we hier weer uitkomen”, zei een aangeslagen en bebloede Johnson gisteren in de kamer die hem door het ambassadepersoneel is toegewezen. De regering van president Taylor eist van de Amerikanen dat ze Johnson en zijn gevolg overdragen aan de autoriteiten. “Als deze man het land verlaat en herbewapend terugkomt, vormt hij een bedreiging voor de veiligheid van de staat en de hele regio”, zei Taylors woordvoerder, Reginald Goodridge. Volgens diplomaten zijn de Verenigde Staten niet van plan Johnson over te dragen aan de politie en onderhandelt het State Department met de regering.

In Monrovia is gisteren de rust weergekeerd. Honderden Liberiaanse soldaten en militairen van ECOMOG patrouilleren door de straten.

Liberia was van 1989 tot 1996 het toneel van een bloedige burgeroorlog tussen rivaliserende krijgsheren, onder wie Taylor en Johnson, en hun legers. (AP)