COR FUHLER EN GUUS JANSSEN

Fuhler/Bennink/De Joode: Bellagram (Geestgronden 18). Janssen/Glerum/Janssen: Zwik (Geestgronden 19). Distr. BVHAAST.

Twee toetsenspelers die zoveel gemeen hebben dat men het maar beter over hun verschillen kan hebben.

Guus Janssen speelt wel eens clavecimbel maar een voorliefde voor aftandse orgeltjes heeft zich tot nu toe alleen geopenbaard bij Cor Fuhler. Ook op Bellagram jengelt weer zo'n ding, bijvoorbeeld in 'Drawstring-Jig'. Ook al door de hupse begeleiding zou men bij een luisterquiz gokken op een zeldzame Sun Ra-single uit de jaren '50. Op de 'keyolin' ofwel toetsenviool lijkt Fuhler op niemand maar op piano weer wel, namelijk op Herbie Nichols, of om preciezer te zijn, op Misha Mengelberg die Nichols speelt. Dat Han Bennink achter het slagwerk zit maakt die associatie alleen maar sterker. Al bij al een geschikte plaat bij een scrabble-partijtje op een winteravond.

Guus Janssen speelt op een andere manier met het verleden. Voor Zwik heeft hij als een vileine chirurg een aantal standards geamputeerd en die vervolgens van een prothese voorzien. Wat er gesneden is staat keurig vermeld, wetenschap is tenslotte wetenschap. Zo doet 'I Mean' het zonder Monks 'You', mist Erroll Garners 'Mist' de 'y' erachter en gaat er aan 'Paloma' geen 'La' vooraf. In één geval gaat Janssen nog verder, maar daar wordt in de tekst van deze standard dan ook uitdrukkelijk om gevraagd. Aldus gaat (Why not take) 'All of me' nu als 'Pollux' door het leven.

De bassisten op deze cd's, Wilbert de Joode en Ernst Glerum, spelen allebei voortreffelijk.