Coalities in Europa

DE EUROPESE UNIE wordt geacht tussen de aangesloten landen sociaal-economische convergentie te bewerkstelligen. De vraag is of dat ook tot een politieke samenvloeiing leidt, of, anders gezegd, electorale verschuivingen zich in een vergelijkbare richting bewegen. De uitslag van de verkiezingen in Zweden is misschien een graadmeter voor het beantwoorden van die vraag. Zweden ligt extern, behoort vanouds tot een eigen, Scandinavische, cultuurkring, is laat tot de Unie toegetreden en aarzelt over aansluiting bij euroland.

Europese politieke hoofdstromen zoals de sociaal-democraten en de conservatieven zijn in Zweden vertegenwoordigd in de grootste twee partijen. De regerende socialisten verloren stevig, de oppositionele conservatieven wisten zich nauwelijks te versterken. De winst ging naar tot dusver marginale groeperingen links van de socialisten en naar de christen-democraten. De ruk naar links is voor een Nederlandse beschouwer geen verrassing, maar verder gaat de vergelijking niet op. De mogelijkheid van een succesvolle 'paarse' combinatie in Zweden - rechts en links ontmoeten elkaar in het midden - hebben de jongste uitslagen allesbehalve dichterbij gebracht.

Europeanen hechten aan hun verzorgingsstaat. Als zij al aarzelend instemmen met aanpassingen houden zij tegelijkertijd hun diepe zorg niet verborgen verkregen rechten te moeten opgeven. Betaalbaarheid op lange termijn botst met het eigenbelang nu. De Europese Unie met haar monetaire zuinigheid en sociale afstandelijkheid is vooral in de noordelijke lidstaten verdacht. De nationale trom wordt ter linkerzijde niet minder geroerd dan ter rechterzijde altijd al het geval was. Er zijn parallellen te registreren tussen Zweden en Nederland en mogelijk ook Duitsland, waar verkiezingen aanstaande zijn.

Een vergelijking wordt bemoeilijkt door de etiketten waarmee politieke partijen zich sieren. Maar de keuze lijkt te gaan tussen een grote coalitie van rechts en links en een coalitie links van het midden. In Nederland regeert nu een grote coalitie die overigens zo niet wordt genoemd. De term paars belemmert het zicht op de werkelijkheid. In het parlement dreigt paars intussen te worden geconfronteerd met een coalitie links van het midden. In Zweden staan de wijzers in de richting van een regering links van het midden. In Duitsland behoren beide coalities tot de mogelijkheden.

MET ENIGE overdrijving kan de grote coalitie als pro-Europees worden omschreven terwijl de coalitie links van het midden, haar tegenhanger, flinke reserves koestert tegenover het Europese experiment. Een onverzoenlijke anti-Europese gezindheid is eigenlijk alleen te vinden bij Britse en Franse conservatieven, maar die gezindheid drijft op andere overwegingen dan zorg over de toekomst van de verzorgingsstaat.

De Europese leiders doen er verstandig aan de signalen van het electoraat ernstig te nemen, zelfs die uit een 'ver' land als Zweden. Na de Duitse verkiezingen is de tijd van afwachten voorbij.