Clinton is slachtoffer van moralisme

De videobanden met het verhoor van president Clinton over zijn verhouding met Monica Lewinsky zijn het succesvolle resultaat van een jarenlange heksenjacht op deze deels zo populaire, deels zo verfoeide president, meent Y. Stem. Deze heksenjacht vloeit voort uit de puriteinse traditie.

De eerste Europese immigranten in Amerika waren met een missie naar het Nieuwe Land gekomen: ze wilden de gelovigen in Europa de weg wijzen naar de reformatie, die in hun ogen de enige ware religieuze gemeenschap was. Niet voor niets legde in 1630 de religieuze leider John Winthrop aan boord van het schip Arabella zijn volgelingen uit welke historische opdracht hun door God was opgelegd: “Wij zullen zijn als een stad op een heuvel, de ogen van de mensheid op ons gericht.”

Aan het eind van de twintigste eeuw staat er in de tuin van één van de populairste presidenten uit de Amerikaanse geschiedenis, Ronald Reagan, een standbeeld van diezelfde John Winthrop. Dat standbeeld staat er niet voor niets. Reagan, die zelf bepaald geen puriteins leven leidde, had van Winthrop begrepen dat Amerika een missie in de wereld had te vervullen, maar zag tegelijkertijd dat deze missie leek stuk te lopen. De Amerikanen hadden volgens hem behoefte aan een nieuw zelfvertrouwen, nu dit door de economische crises van de jaren dertig en zeventig, de Vietnamoorlog en de net beëindigde gijzeling van het personeel van de Amerikaanse ambassade in Teheran ernstig was gehavend.

Reagan bestreed alle ontstane twijfels met een simpel zwart-witschema. De Sovjet-Unie was het 'Rijk van het Kwaad' en daarmee werd 'the American way' - de belangrijkste vijand van het communisme - automatisch tot het Goede uitgeroepen. Reagan kon de Koude Oorlog in morele termen gieten. Zo stond hij met beide voeten stevig in Amerika's puriteinse traditie. Het einde van de Koude Oorlog betekende tevens het einde van Reagans historische missie. Het 'Rijk van het Kwaad' was uiteengevallen, maar daarmee werd minder duidelijk wat het Goede nu ook alweer was.

Zijn opvolger, president George Bush, probeerde nog met de Golfoorlog en de door hem geproclameerde Nieuwe Wereldorde een morele campagne te voeren. Maar zowel de boodschap als de boodschapper was niet overtuigend genoeg voor het Amerikaanse volk, dat geconfronteerd werd met de rekening van Reagans geldverslindende wapenwedloop.

De enorme staatsschuld en het klimaat van economische neergang in de Verenigde Staten bezorgden Bill Clinton de verkiezingsoverwinning. Ook Clintons boodschap van gelijke kansen voor alle minderheden en sociaal zwakkeren was aanvankelijk moreel getint. Maar onder druk van de politieke verhoudingen - de Republikeinen beheersten het Congres - bleef van dat programma weinig tot niets over. Zijn plaatsvervangende slogan - de VS klaar te stomen voor de 21ste eeuw - is geen morele boodschap. De huidige president is dan ook zeer ver verwijderd van Amerika's oorspronkelijke bestaansmythe.

Clinton heeft wel een keurig republikeins programma uitgevoerd. De staatsuitgaven werden teruggedrongen, de misdaad harder aangepakt (“three times and you are out”) en het neoliberalisme aan de boezem gedrukt. Allemaal zaken waar de gemiddelde Republikein uiterst tevreden mee zou moeten zijn. Toch wordt Clinton door de Republikeinen gehaat als de pest. Na vier jaar intensief onderzoek naar Clintons mogelijke misstappen is het de Republikeinen door middel van verstopte afluisterapparatuur en wat spermavlekken in een jurk gelukt om deze haat politiek gewicht te geven.

Waarom waren de Republikeinen zo gemotiveerd om Clinton weg te krijgen? De politieke strijd tussen Democraten en Republikeinen heeft zich sinds president Roosevelt geconcentreerd rond de discussie over de rol van de overheid in de economie. Waar de Democraten zich lieten inspireren door het Keynesianisme, geloofden de Republikeinen in het 'laissez-faire, laissez-aller' van de vrije markt. Clinton heeft met deze Democratische traditie gebroken en een Republikeins programma overgenomen - sommigen zeggen zelfs 'gekidnapt'. Daarmee is het politieke verschil tussen Republikeinen en Democraten even klein geworden als het verschil tussen Labour onder Tony Blair en de Tories van zijn tegenstander William Hague. Of het verschil tussen de PvdA van Wim Kok en de huidige VVD. De Republikeinse haat jegens Clinton komt dus niet in de eerste plaats voort uit meningsverschillen over de politieke koers. De president wordt vooral gehaat om datgene wat hij vertegenwoordigt.

Want wat vertegenwoordigt Clinton? De saxofoon spelende president staat model voor een nieuwe generatie Amerikanen. Het feit dat hij zich aan de dienstplicht onttrok om niet in Vietnam mee te hoeven vechten getuigt van wel zeer weinig strijdlust voor het vaderland. Tel daarbij op dat hij bekend heeft marihuana te hebben gebruikt (“zonder te inhaleren”), dat hij zich inzet voor positieve discriminatie van etnische minderheden, dat hij gelijke rechten van homoseksuelen nastreeft, voorstander is van abortus en er daarnaast ook nog eens een losbandig seksleven op na houdt, en de reactie van puriteins Amerika valt beter te begrijpen.

Het Starr-rapport en de videobanden over de Lewinsky-affaire zijn het succesvolle resultaat van een jarenlange heksenjacht op deze deels zo populaire, deels zo verfoeide president. Daarom spreken Clintons verdedigers nu van een opkomend “seksueel McCarthyisme'. Senator McCarthy voerde in de jaren vijftig een niets en niemand ontziende strijd tegen de door de Duivel georganiseerde samenzwering, dat wil zeggen tegen de communisten die zich overal in de Amerikaanse samenleving hadden verstopt.

Heksenjacht past in alle puriteinse tradities. En puriteinen zijn per definitie als de dood zo bang voor alles wat met seks en seksualiteit te maken heeft. Want daarmee wordt de aandacht voor de Ware Leer en de Enig Juiste Weg vertroebeld, en de weg voor Satan vrijgemaakt. Clinton heeft - zo blijkt nu uit het onderzoek van Starr - met zijn stiekeme vrijpartijen in het Witte Huis ('Ons Witte Huis', zeggen zijn vijanden) de Duivel vrij spel gegeven.

Clinton hoort bij de rebellerende generatie van de jaren zestig. Natuurlijk is er bij hem niets revolutionairs te ontdekken, zoals bij zoveel voormalige idealisten uit dit vervlogen tijdperk. De idee dat de wereld te verbeteren valt, is na de jaren zestig in snel tempo verdwenen. Maar dat was wél de periode die een aantal belangrijke maatschappelijke veranderingen teweeg bracht, waarvan wellicht de belangrijkste was het doorbreken van het christelijke taboe op het genieten.

In het gedachtegoed van de jaren zestig zou het vrij en openlijk genieten van seks en drugs de mens bevrijden van frustraties, oorlog en geweld. Zo dachten de voorvechters van de seksuele revolutie, zoals Beatrijs Ritsema schreef: “... een paradijs van seksueel hedonisme te stichten.” Maar door wat Marcuse de “repressieve tolerantie van het kapitalisme” noemde, werd deze filosofie van de 'bevrijding door genot' zeer snel door het bedrijfsleven als marketingstrategie overgenomen.

Hoever de yuppies van de jaren tachtig ook verwijderd mogen zijn van de idealistische geest van de jaren zestig, zij deelden het platvloerse hedonisme als gemeenschappelijke levensinstelling. Alleen werd het hedonistische paradijs voor allen vervangen door individueel genot. En dus maakte 'All you need is love' van de Beatles plaats voor 'Material girl' van Madonna. Seks, drugs en rock-'n-roll zijn echter gebleven.

Aan deze flitsende mengeling van culturele progressiviteit en economisch en politiek neoconservatisme danken politici als Clinton hun populariteit. Maar diezelfde mix heeft een reactionaire tegenbeweging veroorzaakt.

De reactionaire krachten zijn niet alleen in Amerika te vinden. Overal ter wereld zoeken zowel zij die zich niet kunnen vinden in het neoliberale gedachtegoed, waarin de markt heilig is verklaard, als zij die zich afwenden van het primaat van cultureel hedonisme, naar alternatieven.

In Rusland bijvoorbeeld was het duidelijk de mengeling van neoliberale hervormingen en platvloers hedonisme die tot een heropleving heeft geleid van de orthodoxe kerk en tot de wederopstanding van het al dood verklaarde communisme. In Nederland is het opvallend dat de kerken - en daarmee ook het CDA - veel meer dan vroeger armoedebestrijding als een politiek thema naar voren brengen, en niet langer als een charitatieve verplichting. Hun antwoord op de combinatie van culturele progressiviteit en economisch en politiek conservatisme is het presenteren van precies de omgekeerde mix: cultureel conservatisme en economische progressiviteit.

In 1628, zo leert de puriteinse geschiedschrijving, kwam kapitein Wolastone uit Engeland over naar Massachusetts om daar een plantage te beginnen. Toen hij een keer afwezig was, stookte één van zijn dienaren, een zekere Morton, de anderen op om in opstand te komen tegen hun meester. Aldus geschiedde: Mount Wollaston werd omgedoopt in Merriemounte. Alsof, zo bericht een bittere geschiedschrijver, “hun vrolijkheid voor altijd en eeuwig kon zijn”. De bewoners van Merriemounte dronken en dansten niet alleen, maar ze deden dat ook nog met vrouwen. Bovendien verkochten zij wapens aan de indianen. Mogelijk hadden zij zelfs seks met hen. Ondanks waarschuwingen van de andere settlers weigerden zij dit schandelijke gedrag te veranderen en toonden daarbij geen enkel berouw. De verontwaardiging hierover betekende het einde van Merriemounte. Een klein leger van puriteinen veroverde de kolonie, nam Morton gevangen en stuurde hem onder dwang terug naar Engeland.

Gedrag als dat van Morton kon toen niet getolereerd worden, en wordt - zeker als je president bent van de Verenigde Staten - nog steeds niet getolereerd. De strijd voor en tegen president Clinton is dan ook uiteindelijk niet alleen een politieke, maar vooral een culturele strijd.

“Het ideaaltype van een kapitalistische ondernemer”, schrijft de beroemde Duitse socioloog Max Weber, “vermijdt zowel uiterlijk vertoon en onnodige uitgaven, als het bewust genieten van macht. Hij heeft een levenswijze die wordt gekenmerkt door een zeker ascetisme.” Als onafhankelijk aanklager Kenneth Starr - zoon van een ouderwets-christelijke predikant - zich met een thermosfles naar zijn werk begeeft en de aanwezige journalisten vertelt dat hij niets heeft mee te delen, zelfs niet wat voor koekjes hij bij zich heeft, beantwoordt hij aan dit klassieke beeld van de protestantse arbeidsethiek. Clinton daarentegen laat rustig een vliegtuig vol met passagiers twee uur wachten, als hij in zijn eigen presidentiële toestel de kapper bestelt om nog even zijn haren bij te laten knippen. Hij is de belichaming van de nieuwe tijd - de tijd van het pragmatische hedonisme.

De president heeft, als boegbeeld van de Amerikaanse natie, door zijn optreden de mythes, waaraan de Verenigde Staten hun bestaansrecht ontlenen, met voeten getreden. Volgens die mythes zou het land de hele wereld tot moreel voorbeeld moeten strekken. Hij probeert nu, door erg veel berouw te tonen over zijn zondige gedrag, de schade te beperken. Waarschijnlijk tevergeefs. Want dertig jaar seksuele revolutie weegt niet op tegen meer dan 300 jaar van protestantse moraal.