Chinese Jade Lingling meer dan welkom

Uit cijfers van het ministerie van Justitie blijkt dat het aantal Chinese adoptiekinderen de laatste jaren sterk is toegenomen, en dan vooral het aantal meisjes.

BLOEMENDAAL, 22 SEPT. Iedereen in de straat kent Jade Lingling van den Brink. “Als ik met haar over straat loop, is het de hele tijd 'hallo Jade'. Soms ken ik die hele mensen niet”, zegt haar vader. Met haar Chinese uiterlijk is het meisje van 19 maanden een opvallende verschijning in de Bloemendaalse woonwijk. Ze is nu vijf maanden in Nederland, op 10 mei kwamen haar ouders met haar thuis. In plaats van geboortekaartjes stuurden ze aankomstkaartjes. “Dat soort termen, daar rol je vanzelf in als je met adoptie bezig bent.”

Martin (38) en Gerda (36) van den Brink konden zelf geen kinderen krijgen. Adoptie was voor hen een voor de hand liggend alternatief. Gerda: “Ik wilde eigenlijk altijd al twee adoptiekinderen en twee van mezelf.”

Sinds 1993 zijn ze bezig geweest met de adoptieprocedure: aanmelden bij justitie, anderhalf jaar wachten, de verplichte voorlichtingsbijeenkomsten volgen, inschrijven bij een adoptiebureau, en dan weer tweeënhalf jaar wachten voordat ze het bericht kregen dat ze Jade uit China konden ophalen. De hele procedure heeft hun zo'n 30.000 gulden gekost, inclusief de reis naar China.

Sinds 1992 kunnen Chinese kinderen worden geadopteerd, waardoor China sindsdien zeer in trek is bij aspirant-adoptieouders. Colombia, sinds vele jaren koploper qua aantal in Nederland opgenomen kinderen, is al bijna door China van de eerste plaats verdrongen. Chinese kinderen zijn aantrekkelijk voor Nederlandse aspirantadoptieouders, omdat ze meestal erg jong zijn en omdat het bijna allemaal meisjes zijn. Volgens René Hoksbergen, hoogleraar adoptie in Utrecht, hebben adoptieouders “abusievelijk het idee dat meisjes makkelijker zijn dan jongens”.

Voor Martin en Gerda was dat geen reden om een meisje te kiezen. “Gerda wilde graag een meisje, mij maakte het niet uit”, zegt Martin. Gerda: “Ja, je bent door zo'n heel circuit gegaan, dus waarom zou je niet kiezen als het kan?”

De adoptie van Jade verliep via de Vereniging Wereldkinderen. Deze non-profit organisatie bemiddelt bij de adoptie van ongeveer tweederde van alle uit het buitenland geadopteerde kinderen, en het is een van de twee organisaties in Nederland die contacten hebben met China. Dat land sprak Gerda gevoelsmatig erg aan. Martin benadrukt de praktische kant. “Je gaat ook kijken naar de verblijftijd. Als je een kindje uit Colombia adopteert, moet je er zes tot acht weken naartoe. En er bestaat niet zoiets als adoptieverlof, je krijgt niet doorbetaald van je werk. In China zijn we tweeënhalve week geweest. Bovendien is de wachttijd voor China relatief kort.” Dat laatste komt doordat sinds mei 1996 de adoptie-aanvragen in China beter behandeld worden, zegt Anneke Döbken, hoofd van de afdeling Azië, Afrika en Oost-Europa van Wereldkinderen. “Daarvoor waren twee ministeries verantwoordelijk voor adoptiezaken, nu is alles bij één ministerie ondergebracht.”

De reorganisatie heeft de afgelopen twee jaar tijdelijk tot langere wachtlijsten geleid, zoals ook blijkt uit de adoptiecijfers, maar dat is nu voorbij. Bovendien is het beleid versoepeld. Zo zijn de leeftijdseisen die China stelt aan aspirant-adoptieouders de laatste jaren telkens verruimd. Vroeger moest je 45 of 50 zijn om een Chinees kind te mogen adopteren, nu ligt de grens op 35. Hoksbergen verklaart die leeftijdsgrens met “ideeën over de wijsheid van de oudere. Er ligt geen al te ingewikkelde redenering aan ten grondslag.”

Het nieuwe, versoepelde, beleid heeft volgens Hoksbergen te maken met de pogingen van de Chinese overheid de overbevolking terug te dringen. “De één-kindpolitiek is nog steeds van kracht. Vroeger werden kinderen die 'te veel' waren, geadopteerd door familie. Maar dat heeft de Chinese regering bemoeilijkt, zodat er meer kinderen voor het buitenland beschikbaar kwamen.”

Dat China vooral meisjes voor adoptie naar het buitenland stuurt, heeft ook te maken met de één-kindpolitiek. Hoksbergen: “Jongetjes zijn in China nodig voor de verzorging van de oude dag. Een zoon wordt geacht voor zijn ouders te zorgen, zo is de cultuur. Als mensen dan een meisje kregen, lieten ze het adopteren of het ging naar een kindertehuis. Ze lieten meisjes daar soms gewoon doodgaan, versterven.”

Nadat het Britse Channel Four een documentaire uitzond over een tehuis waar kinderen in erbarmelijke omstandigheden leefden - en stierven - mogen adoptieouders de tehuizen niet meer in. Gerda en Martin namen Jade in ontvangst in een hotelkamer, samen met nog enkele andere echtparen.

Gerda en Martin vonden China een geweldig land. Gerda: “We gaan absoluut terug, sowieso voor een tweede kindje. Als we haar een jaar hebben, gaan we meteen weer beginnen. Dan mag je een nieuwe procedure starten. Een nadeel is wel dat je bij een tweede kindje er een met een medisch probleem moet nemen, zo is de Chinese regelgeving.”

Alleen buitenlanders die nog geen eigen kinderen of adoptiekinderen hebben, mogen een gezond Chinees kind adopteren. Zo'n medisch probleem kan variëren van een hazenlip tot een hersenafwijking, maar volgens Döbken van de Vereniging Wereldkinderen zijn er ook kinderen bij die geen enkel zichtbaar medisch probleem hebben. Gerda en Martin blijven bij hun duidelijke voorkeur voor China. “Het zou doodvermoeiend zijn om je zo sterk te verbinden met nog een ander land.”