Brinkman betaald door rijk en politie

DEN HAAG, 22 SEPT. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en het politiekorps Rijnmond betalen beide aan het ontslag van de Rotterdamse ex-korpschef J. Brinkman. Rotterdam betaalt het grootste deel. Minister Peper (Binnenlandse Zaken) heeft dit vanmiddag aan de Tweede Kamer geschreven. Peper en het politiekorps Rijnmond volgen hiermee het advies op van prof. W. Elzinga.

De Rotterdamse korpschef Brinkman werd in 1997 ontslagen na een hoog opgelopen conflict met Peper, toen burgemeester van de stad Rotterdam. De rechter bepaalde begin dit voorjaar dat het ontslag terecht was, maar dat Brinkman wel gedurende vijf jaar recht had op een volledig doorbetaald salaris.

Daarop ontstond ruzie over de vraag wie dit moest betalen: burgemeester Peper vond dat het ministerie van Binnenlandse Zaken ervoor moest opdraaien, toenmalig minister Dijkstal vond dat Rotterdam moest betalen. De zaak werd gecompliceerder toen burgemeester Peper afgelopen zomer de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken werd. Hij vroeg hoogleraar staatsrecht Elzinga om advies.

Elzinga stelt nu voor de kosten te delen. Normaal zou het wachtgeld voor Brinkman 912.777 gulden voor vijf jaar bedragen. Maar door de eis van de rechter dat het salaris vijf jaar lang moet worden betaald, gaat het om 1,2 miljoen.

Elzinga meent dat het normale wachtgeld door regiokorps Rijnmond moet worden betaald en de 'suppletie' van 366.486 gulden door het departement. Het korps moet na vijf jaar het 'gewone' wachtgeld betalen. Brinkman heeft tot zijn 65ste recht op wachtgeld.

Behalve Elzinga onderzocht de Inspectie voor de Politie het conflict. De Inspectie stelt dat voor de functie korpschef buiten de politie moet kunnen worden geworven, maar dan moet extra zorg worden besteden aan selectie, introductie en begeleiding. Brinkman was generaal-majoor bij de landmacht.