'Beurs wil aftreden van Clinton'; Richard Sylla, hoogleraar financiën New York University

De affaire tussen president Clinton en Monica Lewinsky heeft invloed op de Amerikaanse aandelenkoersen. Harde cijfers zijn er niet, al zou het aftreden van Clinton de beurs zeker opdrijven.

NEW YORK, 22 SEPT. “Aftreden van de president zou gunstig zijn voor aandelen”, zegt Richard Sylla, hoogleraar financiën aan New York University. “De financiële markten willen een oplossing van deze kwestie, het sleept zich nu al te lang voort.” Sylla heeft als leeropdracht de geschiedenis van financiële instellingen en markten. Hij bestudeert onder meer het verband tussen presidentiële politiek en de aandelen. Het schandaal waarin president Clinton verwikkeld is, heeft zijn uitwerking op de koersen, al is het directe verband lastig te leggen. Er is economisch gezien nog zoveel meer aan de hand dat het moeilijk is om in het grillige koersverloop een Lewinsky-curve aan te wijzen.

“De twee meest recente kwesties van presidenten die in grote moeilijkheden raakten zijn die van Clinton en Nixon”, zegt Sylla in zijn werkkamer aan de Stern Business School van NYU. “Beide keren spelen de kwesties zich af tegen de achtergrond van grote economische zorg. De presidentiële problemen kwamen daar nog bij.”

Het geval Richard Nixon is genoegzaam bekend. In juni 1972 pleegden enkele mannen een inbraak in het Watergategebouw van de Democratische partij. Maanden later werd duidelijk dat er een link was tussen de mannen en hoge functionarissen in het Witte Huis. Toch werd Nixon herkozen in november van dat jaar; de Dow-Jonesindex brak in diezelfde periode door de magische 1.000 punten-grens.

Pas in 1973 werd Watergate echt serieus genomen. Later dat jaar brak de Yom-Kippoeroorlog uit en stelden de OPEC-landen een embargo in. De Amerikaanse vice-president Spiro Agnew raakte verwikkeld in een schandaal en moest aftreden. Uiteindelijk zag ook Nixon ('I am not a crook') zich hiertoe gedwongen. “Die samenloop van calamiteiten deed de koersen tussen januari 1973 en december 1974 dalen met 45 procent”, aldus Sylla. “Bedenk ook dat het olie-embargo een geweldige schok was en de inflatie deed stijgen. Het zou tot 1982 duren voor de Dow-Jonesindex opnieuw door de 1.000 punten-grens ging.”

De Clinton-crisis brak uit in januari van dit jaar. Het industrieel gemiddelde van Dow Jones stond toen op 8.000 punten. De markten wuifden de Azië-crisis een beetje weg en dachten dat het wel over zou waaien. In zeven maanden kon de koersindex nog stijgen tot boven de 9.300.

“Het begon de kenmerken van de klassieke zeepbel te krijgen”, aldus Sylla. “De koers-winstverhouding was in veel gevallen volkomen zoek. Slecht nieuws werd genegeerd. Toch was het niet het Lewinsky-schandaal maar de moeilijkheden in Rusland die de echte ommekeer in beursstemming en mentaliteit brachten.”

De opeenhoping van zorgelijk nieuws, waaronder de onzekere positie van de president, veroorzaakt schommelingen in de koersen. Sylla denkt dat dat nog wel twee maanden zo zal blijven. September en oktober zijn traditioneel moeilijke maanden voor aandelen. In het geval Clinton is er volgens Sylla nu een situatie ontstaan waarin hij maar het beste kan aftreden, hoewel hij met de bekendmaking ervan nog maanden kan wachten. Sylla: “Als Clinton nu aftreedt, zal er altijd worden gezegd dat hij weggetreiterd is. De publieke opinie wil dat nu nog niet. Bij Nixon is ook lang gezegd dat hij opgejaagd werd. Uiteindelijk was iedereen het er over eens dat hij moest opstappen. Wellicht vormt er zich in het geval Clinton straks ook een meerderheid die wil dat hij vertrekt.”

Tussen het Nixon- en het Clinton-schandaal zijn grote verschillen. Behalve de kwesties zelf is het verschil met 1973 dat de rente nu daalt en de inflatie laag is. De olieprijzen stijgen niet, maar staan op het laagste niveau in jaren. “Wat overeenkomt, is de behandeling door de politiek”, zegt Sylla. “De procedures werken nog steeds en we kunnen nog steeds een schandaal onthullen. Sommige mensen zeggen dat het allemaal beschamend is, maar dat zie ik niet zo.”

Wat beleggers er precies toe brengt om opeens massaal aandelen te verkopen, is moeilijk te zeggen. “Het is altijd een betrekkelijke beslissing”, zegt Sylla. “Hoe verhoudt de nieuwe situatie zich tot de oude? Dat is de vraag die de belegger zich onbewust stelt.” Op dit moment is het antwoord tweeërlei. De bulls en de bears vechten het op de beursvloer samen uit, maar houden elkaar een beetje in evenwicht. Daarom zijn er zulke grote stijgingen en dalingen. Sylla is geneigd te denken dat de Dow-Jonesindex, die gisteren iets hoger sloot op 7.933, in de komende drie tot zes maanden nog kan zakken tot onder de 7.000. Daarna ligt de weg volgens hem weer open voor een stijging naar de 9.300 - het niveau van juli dit jaar.