Affaire Van Gasteren weer opgerakeld

Louis van Gasteren wil dat er een boek uit de handel wordt genomen omdat de auteur opnieuw vraagtekens plaatst bij een verzetsdaad van de cineast.

AMSTERDAM, 22 SEPT. Cineast Louis van Gasteren (75) is er zwaar door geraakt. Zijn kwestie uit de Tweede Wereldoorlog is opnieuw opgerakeld. In 1990 was het Het Parool, dat suggereerde dat Van Gasteren in 1943 een roofmoord had gepleegd op de joodse onderduiker Walter Oettinger. Nu is het schrijver Eric Slot die in zijn onlangs verschenen boek Wandelingen door Moorddadig Amsterdam in vijf pagina's aandacht besteedt aan deze affaire en vraagtekens zet bij Van Gasterens motief om de onderduiker te doden. “Van Gasteren is erg ontdaan. Voor hem is dit weer een traumatische ervaring”, zegt M. de Zwaan, raadsman van Van Gasteren.

Namens Van Gasteren heeft de advocaat gisteren uitgever Arbeiderspers gesommeerd het boek van Slot uit de handel te nemen. Voorts eist hij een schadevergoeding. “In 1995 heeft de Hoge Raad al bepaald dat de beschuldigingen jegens Van Gasteren onrechtmatig waren. Dan moet je wel erg harde feiten hebben om de zaak weer op te rakelen. En die heeft Slot in het geheel niet”, zegt De Zwaan.

In mei 1943 bracht Louis van Gasteren, destijds electricien, de onderduiker om het leven. Hij werd nog in de oorlog veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor doodslag. In 1946 werd op aandrang van de Grote Adviescommissie der Illegaliteit gratie verleend. Volgens Van Gasteren had hij voor zijn daad een verzetsmotief. Hij sprak in 1989 in deze krant kort over de “liquidatie van die onderduiker, die voor mij gewoon een levensbedreiging was - en niet voor mij alleen, maar ook voor anderen”. Voor Parool-journalist Bart Middelburg waren deze opmerkingen aanleiding om de dood van Oettinger nog eens te onderzoeken. In 1990 publiceerde Het Parool vervolgens drie artikelen waarin vraagtekens werden gezet bij het verzetsmotief en de suggestie werd gewekt dat het om “een (ordinaire) roofmoord” ging.

Van Gasteren procedeerde vervolgens tot aan de Hoge Raad. En kreeg gelijk. Het gerechtshof had ook al bepaald dat de artikelen “onzorgvuldig” waren en dat Van Gasteren “naar de kern” genomen beschuldigd was van roofmoord. Volgens de Hoge Raad kon zoveel jaar na dato een beschuldiging met veel ophef in de publiciteit brengen alleen worden gerechtvaardigd als er een publiek belang was, de krant over voldoende harde feiten beschikte en het journalistieke onderzoek aan hoge eisen van zorgvuldigheid voldeed. Het Parool moest tonnen aan schadevergoeding betalen.

In zijn boek zet Eric Slot opnieuw vraagtekens bij het verzetsmotief. “Een verzetsdaad?”, schrijft hij letterlijk. Hij wijst er op dat Van Gasteren na de oorlog beweerde dat hij Oettinger had geliquideerd in het belang van de Vrije Groepen, een verzetsorganisatie van illegale verzetsgroepen. Maar die organisatie is volgens Slot pas ontstaan in september 1944, meer dan een jaar na Oettingers dood. Verder schrijft hij dat Van Gasteren nooit heeft willen zeggen tot welke verzetsorganisatie hij heeft behoord.

Volgens Van Gasterens raadsman De Zwaan is deze publicatie onrechtmatig. “Het Parool had geen goed onderzoek gedaan, nu is daar nog minder sprake van. Slot heeft wat dingetjes overgeschreven.” Uit het arrest van de Hoge Raad kan volgens De Zwaan worden geconcludeerd dat iemand het recht heeft om met rust gelaten te worden. Slot had op zijn minst moeten vermelden dat Het Parool eerder over de kwestie had geschreven en door de rechter in het ongelijk was gesteld, aldus De Zwaan. “Dat was een relevante toevoeging geweest. Je kunt ook onrechtmatig zijn door onvolledigheid.”

Arbeiderspers-directeur R. Dietz is terughoudend in zijn commentaar. Hij zegt te streven “naar een menselijke oplossing in deze gevoelige zaak” en in overleg te willen. “We willen het probleem zo klein mogelijk houden”.