Zonder Zelda

Zonder Zelda (Maarten Treurniet, NL '97) Ned. 3, 20.14-21.25u.

Net als de andere regisseurs van de advocatenserie Pleidooi, André van Duren en Willem van de Sande Bakhuyzen, heeft Maarten Treurniet (1959) tot nu toe bijna uitsluitend televisie dramaproducties geregisseerd en toch is hij een van de interessantste jonge filmmakers van Nederland, met een herkenbare eigen stijl. Na de meesterlijke serie Zwarte sneeuw zijn er volgende week op het Nederlands Filmfestival twee nieuwe single plays van Treurniet te zien: de Vestdijk-verfilming Het glinsterend pantser en Zonder Zelda, dat vanavond al door de NPS wordt uitgezonden en tevens de inzending voor de Prix Italia 1998 is. Zonder Zelda vertoont veel kenmerken van een typische Treurniet-film: een lyrische, warme cameravoering die ruim gebruik maakt van de mogelijkheden van het brede kader; uitstekende en subtiele acteursregie; de ook in Zwarte sneeuw al opvallende, wrange symfonische muziek van Klaas ten Holt; en vooral het moedig on-Hollands uitsmeren van emoties, ook in visuele trouvailles die tegenwoordig veelal ongepast worden gevonden, zoals beeldrijm en ostentatief terugkerende motieven. Treurniet weet wat hij doet, en legt het er lekker dik bovenop. Zo speelt Zonder Zelda zich grotendeels af rond 1970 en toen was Venus van Shocking Blue een grote hit. De openingsakkoorden van het liedje komen niet een of twee keer, maar voortdurend terug, op tergend nadrukkelijke wijze.

Mijn grootste bezwaar tegen Zonder Zelda geldt dat die provocerende barokke stijl van Treurniet dit keer geen tegenwicht vormt tegen een subtiel scenario, maar het ook al behoorlijk expliciete script van Mieke de Jong onnodig verdubbelt. Het verhaal over de herinnering aan een jeugdliefde, ergens aan een grote rivier, eindigt met een paukenslag die je al ruim voor de helft van de 66 minuten speelduur aan ziet komen. Het scenario over het geheim dat de 14-jarige Zelda (mooi gespeeld door Isabel Erisman) met zich meetorst, is geheel plotgericht; het werkt toe naar een ontknoping, niet naar een inzicht in het menselijk lot, zoals Pleidooi en Zwarte Sneeuw altijd een extra laag onder de anekdote bevatten. Toch is het een genot om er naar te kijken, omdat maar weinig Nederlandse regisseurs zo brutaal effectbejag durven te plegen.