Zo behandel je maîtresses

Lodewijk XIV, de Zonnekoning, die met absolute macht regeerde, kwam door zijn buitenechtelijke relaties geregeld in het nauw. In de zeventiende eeuw was de biechtvader van de koning een rechtstreekse intermediair tussen de paus en Lodewijk XIV. Beiden waren in een lange politieke strijd verwikkeld over de afbakening van de macht tussen kerk en staat. Een van de wapens die tegen de koning werden gebruikt, was de openbaarmaking van persoonlijke zaken die hem in verlegenheid konden brengen.

Rond Pasen 1676, toen Lodewijk XIV moest gaan biechten, ontstond er een probleem rond zijn buitenechtelijke verhouding die publiek werd gemaakt. De biechtvader weigerde hem absolutie te verlenen als hij niet beloofde een einde te maken aan zijn verhouding met Madame de Montespan. De koning kwam hiermee voor een groot dilemma te staan, want pas na het krijgen van de absolutie kon hij deelnemen aan het jaarlijks genezingsritueel voor scrofuloze-lijders die met honderden tegelijk uit heel Europa bijeen kwamen om door aanraking van de koning genezen te worden.

De druk op de koning werd nog eens vergroot toen ook de hofpriester, Bourdaloue, zich met de kwestie ging bemoeien. De priester, die bekend stond om zijn grote welsprekendheid, veroordeelde de koning in zijn preken ten overstaan van heel het hof om zijn verhouding met Mme de Montespan. Lodewijk, die juist steun zocht voor zijn oorlog tegen de Nederlanden, wilde het meningsverschil met de geestelijken niet laten escaleren. Hij stemde daarom in met een compromis. Lodewijk zou absolutie ontvangen als hij ervoor zorgde dat Mme de Montespan en later ook Mademoiselle de Fontanges ieder jaar rond Pasen gedurende een maand het hof verliet.

Zijn opvolger, Lodewijk XV, weigerde elk compromis met de biechtvader en liet vanwege Mme de Châteauroux de scofuloze-lijders vergeefs op hem wachten. Enkele jaren later raakte hij verwikkeld in een ernstige confrontatie met de hofgeestelijken, die nu geen mededogen meer met hem kenden. In 1744, toen Lodewijk XV aan het front in Vlaanderen was, had hij tegen de uitdrukkelijke wens van zijn adviseurs heimelijke ontmoetingen met zijn maîtresse. De aartsbisschop van Parijs was verzocht om regelmatig openbare gebeden en processies te houden en God om voorspoed voor het leger te vragen en het was dus niet gepast als de koning zelf de kerkelijke geboden overtrad. De ontdekking van zijn geheime relatie vond plaats in Metz toen Lodewijk plotseling ernstig ziek werd. De dokter vreesde voor zijn leven en de biechtvader greep toen onmiddellijk zijn kans door Mme de Châteauroux en haar zuster met harde hand uit de ziekenkamer te verwijderen. Hij gaf opdracht de twee zusters uit de stad te verjagen en hitste de menigte tegen hen op. Overal waar ze kwamen op hun dagenlange vlucht naar huis werden ze bekogeld en uitgejouwd.

Ondertussen werd bij Lodewijk de biecht afgenomen. Hij toonde groot berouw en bekende dat hij fouten had gemaakt. Hij vroeg God om hulp en beloofde zich voortaan beter te zullen gedragen. De tekst van deze biecht werd woordelijk genoteerd en vervolgens door het hele land verstuurd om vanaf alle kansels te worden voorgelezen.

Ondanks de tegenstand van de hofgeestelijken kregen de maîtresses van Lodewijk XIV en Lodewijk XV de semi-officiële positie van maîtresse-en-titre. De koning zorgde altijd goed voor zijn minnares. Hij gaf haar een royale behuizing en regelde goede functies en andere gunsten voor haar familie en vrienden. Hij behandelde haar met het grootste respect en eiste dat ook zijn hovelingen haar met gepaste eerbied benaderden. Aldus verzekerde de koning zich van haar loyaliteit en discretie.

Een koninklijke maîtresse zou het daarom nooit in haar hoofd hebben gehaald aan een vriendin de geheimen uit de koninklijke kabinetten te verraden.