Universiteiten zoeken 'suikeroom'

De Leidse universiteit wil zich losmaken uit het eenvormige onderwijsbestel om bedrijven en studenten fors te laten meebetalen aan het onderwijs. De concurrentie ziet daarvoor binnen de grenzen van de wet nog voldoende mogelijkheden.

ROTTERDAM, 21 SEPT. Wie is er bang voor de markt? De Universiteit Leiden niet. Zij wil zich losmaken uit het eenvormige onderwijsbestel en aanzienlijk meer geld incasseren van bedrijven en studenten dan de 10 tot 20 procent nu. De andere universiteiten juichen het Leidse initiatief toe. Want ook zij roepen de hulp in van bedrijven omdat er steeds minder overheidsgeld beschikbaar komt, echter binnen het huidige onderwijsstelsel.

Spant de Universiteit Leiden zich in om uit te groeien tot het Yale van Europa? De Delftse universiteit wil met bedrijvengeld te boek staan als het MIT aan de Schie, naar voorbeeld van het Massachusetts Institute of Technology in het Amerikaanse Cambridge. De Erasmus Universiteit laat bedrijven en studenten flink meebetalen aan een gerenomeerde post-doctorale opleiding voor managers. En de Universiteit Utrecht heeft sinds studiejaar zijn eigen internationale University College - getalenteerde VWO'ers betalen daarvoor 15.000 gulden per jaar. “Een heerlijk experiment”, zegt collegevoorzitter Veldhuis.

De Leidse universiteit gaat echter een stap verder. Zij wil dat studenten en bedrijven substantieel gaan meebetalen aan de eerste fase van de studie, terwijl de overheid nog borg blijft staan voor cultureel onmisbare studies en studiefinanciering voor arme, talentvolle studenten. De andere universiteiten wachten de Leidse plannen met gemengde gevoelens af. Zo hebben universiteitsbestuurders in Utrecht, Delft, Rotterdam en Twente daar een principieel bezwaar tegen. Leiden eigent zich een taak toe die de overheid toekomt. De Delftse collegevoorzitter N. de Voogd: “De overheid heeft de verantwoordelijkheid voor het opleidingsniveau van het land. Dat kun je niet in een open markt gooien.” Zijn collega J. Veldhuis uit Utrecht voegt daaraan toe dat een publiek bestel het beste alternatief is voor kwaliteit en gelijke kansen voor ook minder draagkrachtigen.

De universiteitsbestuurders zien eveneens een praktisch bezwaar in het voorstel van Leiden. Vraag is of het bedrijfsleven wel warmloopt voor een substantiële bijdrage aan dure studies als medicijnen en bèta-opleidingen en aan cultureel onmisbare studies als filosofie en theologie. Zo zou de Rotterdamse collegevoorzitter Van der Molen idealiter alle universiteiten willen privatiseren, maar hij ziet “daar geen markt voor”. Alsof het bedrijfsleven een of andere bovenwereldse suikeroom is, schampert Veldhuis uit Utrecht. Zijn collega in Twente, A. van der Hek, voorziet zelfs het einde van de Universiteit Leiden. “Zeventig procent van je budget via bedrijven en collegegeld binnen halen, laat me niet lachen. Dat is een illusie. Dan stort je in. Helemaal de markt op, dat heb je nooit geleerd.”

Wel erkennen de collegevoorzitters dat er nieuwe geldschieters gevonden moeten worden om de extra bezuinigingen op te vangen. Minister Hermans van Onderwijs rekent erop dat de universiteiten de komende vier jaar 300 miljoen gulden inleveren van hun totale budget van 5,3 miljard gulden. Echter anders dan Vredevoogd in Leiden kiezen de collegevoorzitters er vooralsnog voor te opereren binnen het huidige bestel. Dat betekent dat ze net als Leiden op zoek gaan naar meer niet-overheidsgeld dan de huidige 15 tot 30 procent, echter voornamelijk voor onderzoek en post-doctoraal onderwijs. Veldhuis noemt hierbij het Leidse argument als zou de overheid de universitaire vrijheid hiervoor te zeer beknot hebben, “onzin”.

Een andere geldbron die Leiden aanboort is het collegegeld. De universiteit wil de vrijheid krijgen dat bedrag zelf vast te stellen. Dat vinden de universiteitsbestuurders geen slecht idee. Collegevoorzitter De Voogd uit Delft: “Als je een goed product biedt, mag het duurder zijn dan bij de concurrent. Maar in Nederland zijn de marges smal, omdat studenten weinig geld te verhapstukken hebben.” Van der Molen waarschuwt er in dit verband voor dat een te hoog collegegeld studenten zal afschrikken. “Pas als je zeker weet dat je een dure studie terugverdient met een glanzende carrière, wil je er veel voor betalen.”

En de vereniging van universiteiten VSNU? Het Leidse voorstel tot meer privatisering heeft een bres geslagen in het universitaire front. Collegevoorzitter De Voogd vindt dat het voor de organisatie steeds moeilijker wordt om met de minister te spreken namens alle dertien universiteiten. “ Ze zijn zo parmantig. We zijn per slot vaak regelrechte concurrenten van elkaar.” VSNU-voorzitter R. Meijerink erkent dat “het wennen was” aan de groeiende profileringsdrang van zijn leden. Maar hij heeft begrip voor het Leidse plan en ziet de komende tijd een nieuwe uitdaging voor zijn vereniging. De VSNU beschouwt hij als een brancheorganisatie die garant staat voor kwaliteit binnen de universitaire veste en voor uniforme arbeidsvoorwaarden. “Die nieuwe rol maakt ons in feite alleen maar belangrijker.”