Slapen in een busje en mediteren op zee

Op m'n tiende ging ik met m'n vader al plankzeilen voor de kust van Scheveningen. Dan zag ik ook altijd jongens die aan het surfen waren. Het sprak me wel aan dat zij alleen maar een plank hadden en verder niets. Ook minder gedoe dus: geen mast, geen giek, lekker niets om op te tuigen.

Op m'n veertiende moest het er van komen. Ik ging naar een bouwplaats om zo'n piepschuimenplaat te jatten. Daar zaagde ik m'n eerste plank uit. Die eerste keer op zee ging meteen goed, ik kon gelijk staan. Dat gaf een fijn gevoel; een enorme kick ook dat ik een 'ritje' had gemaakt met alleen maar die plank, zonder zeil en zo.

Om te kunnen surfen moet je eerst - liggend op je plank en peddelend met je handen - door de branding. Je moet onder de golven doorduiken, anders word je steeds teruggeslagen. Als je eenmaal 'buiten' bent, begint het wachten op die ene hoge golf. Soms duurt dat vijf minuten, soms een half uur. Maar dat is een heerlijk moment: lekker liggen op je plank en een beetje naar de horizon staren. Dat is zó ontspannend, bijna een vorm van meditatie.

Bij wedstrijden gaat het erom wie de beste manoeuvres en spectaculaire trucs maakt. In Nederland is de sport goed te beoefenen, maar voor het echte werk moet je naar het buitenland. Hier zijn maar een paar dagen per jaar dat je goed kunt surfen. Dan moet je natuurlijk wel net kunnen. Ik organiseer zelf wedstrijden, publiceer surf- en reisverhalen en word gesponsord. Daardoor kan ik m'n tijd zo indelen dat ik kan gaan surfen als het weer goed is. Ik slaap ook veel in een busje bij het strand. Kan ik zes uur 's ochtends zo het water op.