ROBIN DE RAAFF OVER: De eenzame Schönberg

Der Einsame im Herbst: 24/9 20.15 uur De Doelen Rotterdam.

AMSTERDAM, 21 SEPT. “Vrij gericht vroeg programmeur Peter-Jan Wagemans mij voor het Doelen Ensemble een stuk te schrijven dat zou aansluiten bij het thema van het huidige Gergjev Festival: 'tragische liefde'. Door alleen gebruik te maken van het instrumentale ensemble had ik geen tekst die aan dat thema zou refereren. Daarom heb ik gekeken wat tijdens het concert nog meer werd gespeeld. Dat bleken Mahlers Lieder eines fahrenden Gesellen te zijn, in de bewerking van Schönberg, en het Kammerkonzert van Berg, opgedragen aan Schönberg. De grote afwezige is Arnold Schönberg zelf, en daarmee besloot ik iets te doen.”

Donderdag gaat de nieuwste compositie van Robin de Raaff, Der Einsame im Herbst, in première tijdens het Gergjev Festival. Robin de Raaff (1968) is een van de opvallendste jonge Nederlandse componisten. Zijn grote talent viel Pierre Boulez al enkele jaren geleden op tijdens een masterclass; muziek van De Raaff werd geselecteerd voor het Project Jonge Componisten en geprogrammeerd in de Matinee op de Vrije Zaterdag. De Raaff kreeg verschillende onderscheidingen, zoals deze maand nog de Bernard van den Sigtenhorst Meijer-prijs van het Genootschap van Nederlandse Componisten.

“Ik realiseerde me dat Schönberg zijn artistieke zoons - Anton Webern en Alban Berg - heeft overleefd. Dat is dramatisch. Schönberg is in de herfst van zijn leven in artistiek opzicht alleen overgebleven. Door het stuk de titel Der Einsame im Herbst te geven sloeg ik twee vliegen in één klap. Ik verwijs naar Schönberg en tevens naar Mahlers Das Lied von der Erde, waarvan het tweede deel dezelfde titel draagt.

“Het Kammerkonzert van Berg opent met de initialen van Schönberg, Webern en Berg in noten weergegeven. In mijn compositie heb ik elk van deze muzikale initialen uitvergroot tot een deel. De motiefjes sloten namelijk perfect aan op het door mij ontwikkelde toonsysteem. Aan het tweede deel ligt het initiaal van Alban Berg ten grondslag. Hierin laat ik vanuit een achtergrond van vierstemmige harmonieën langzaam een koraal ontstaan dat steeds verder naar voren komt.

“Dat is een mooi voorbeeld van waar de compositie in meer algemene zin over gaat, namelijk over een proces waarin de achtergrond voorgrond wordt. Ik las onlangs De elementen van Mulisch, waarin iets vergelijkbaars gebeurt. Ieder hoofdstuk heeft een element als titel. Gaandeweg worden die titels het belangrijkste onderwerp van het boek.

“Ik ben vroeger heel fanatiek bassist geweest. Vanuit de diepte van de muziek heb ik zodoende geleerd dat alles in een compositie goed uitgewerkt en in balans moet zijn. Vanuit de popmuziek ben ik rechtstreeks de 'klassieke' muziek ingerold. De jazz heb ik overgeslagen, terwijl ik daar nu erg in geïnteresseerd ben. In tegenstelling tot de klassieke muziek is jazz veel meer een optelsom van de muzikale ideeën van de afzonderlijke individuen. Jazzmusici volgen hetzelfde traject maar leggen daarbinnen een eigen weg af. Paul Klee heeft eens gezegd dat voor zijn kunst niet de man die het hondje uitlaat interessant is, maar dat wat het hondje ondertussen doet. Zo is het eigenlijk ook in de muziek.”