Persson deed het slecht, maar de oppositie ook

De sociaal-democraten leden bij de Zweedse verkiezingen van gisteren verlies - maar ze kunnen blijven regeren: de oppositie heeft het óók niet goed gedaan.

ROTTERDAM, 21 SEPT. Ondanks het dramatische verlies van de sociaal-democratische partij in Zweden, die bij de verkiezingen voor de Riksdag gisteren het slechtse resultaat behaalde sinds tachtig jaar, betekent de verkiezingsuitslag in Zweden op het eerste gezicht geen aardverschuiving. De sociaal-democraten zullen gewoon verder regeren, zoals ze dat, met een paar korte onderbrekingen, al sinds 1932 hebben gedaan.

“Business as usual is mijn boodschap”, aldus partijleider en premier Göran Persson. “We zullen vasthouden aan onze politiek van een sluitende begroting, een lage inflatie en hopelijk ook lagere belastingen”.

Er is geen duidelijk alternatief voor een sociaal-democratische regering. Bij de oppositie hebben de Centrum Partij, die de afgelopen regeerperiode de sociaal-democraten steunde, en de Liberalen beide meer dan twee procent verloren. De Conservatieven boekten amper winst. Alleen de christen-democraten wonnen fors, een teken dat ook rechtse kiezers weinig voelen voor de harde sanering van de veel te dure Zweedse economie, waar de conservatieven al sinds jaar en dag voor pleiten.

Toch zal Persson de draad van voor de verkiezingen minder gemakkelijk oppakken dan hij suggereert. Aan steun van de Centrum Partij, zoals in de vorige regeerperiode, heeft hij lang niet meer genoeg. Op de christen-democraten hoeft hij niet te rekenen. Die partij heeft vanaf het begin van de campagne gemikt op een rechtse coalitie.

Blijft over de Linkse Partij - eventueel samen met de Groenen. Met de voormalige communisten van de populaire Gudrun Schyman deelt Persson de zorg over de werkloosheid (ruim 7 procent) en het gevoel dat de overheid nauw betrokken moet blijven bij het creëren van nieuwe banen. Maar de methodes die ze voorstaan verschillen drastisch. Persson vindt een 35-urige werkweek, met behoud van inkomen, zoals Schyman wil, veel te duur. De sociaal-democraten willen banen liever scheppen in de dienstensector, dan speciaal bij de overheid, en ze houden vast aan het belangrijkste principe van de door hen gecreëerde welvaartsstaat: gelijke betaling voor gelijke diensten, onafhankelijk van het inkomen. Schyman wil de lage inkomens ontzien.

Dat de Linkse Partij veel kiezers bij de sociaal-democraten heeft weggesnoepd toont dat de Zweden nog steeds veel over hebben voor het behoud van de welvaartsstaat. Ze moeten ook wel, want de kosten voor levensonderhoud zijn intussen zo hoog (behalve een hoge inkomstenbelasting bestaat ook nog eens 25 procent BTW op vrijwel alle producten), dat de Zweden maar wat blij zijn dat de staat het grootste deel van de collectieve diensten voor zijn rekening neemt.

Om uit die vicieuze cirkel te ontsnappen, heeft Persson de afgelopen regeerperiode hardhandig geprobeerd de overheidsuitgaven te saneren. Dat werd hem echter niet in dank afgenomen. Hij verloor snel aan populariteit, de sociaal-democratische partij dreigde zelfs kleiner te worden dan de conservatieven. Pas toen de oude sociaal-democratische 'vrijgevigheid' weer terugkeerde krabbelde Persson in de peilingen weer een beetje overeind.

Carl Bildt, leider van de Conservatieven, zei naar aanleiding van de verkiezingsuitslag dat de sociaal-democratie in Zweden “zowel parlementair als politiek” in een diepe crisis verkeert. Hij heeft ongetwijfeld gelijk, maar het is de vraag of zijn eigen partij er beter voorstaat. Toen Bildt vorig jaar terugkeerde in Zweedse politiek na een succesvolle internationale missie in Bosnië, waren de verwachtingen hoog gespannen. Hij was al gauw de populairste politicus van het land, populairder zelfs dan de koning. Maar hij wist die populariteit uiteindelijk niet om te zetten in een zege voor zijn partij. En hij moet zich dezer dagen vertwijfeld afvragen hoe zijn partij de sociaal-democraten dan wel kan verslaan.

Het probleem is dat Bildt en Persson elkaar te zeer hebben verketterd om te kunnen samenwerken, al zijn ze het op enkele belangrijke punten met elkaar eens. Zoals over Europa. Beiden vinden dat Zweden zo gauw mogelijk aan de monetaire unie moet deelnemen - al zegt Persson dat op een fluistertoon. Maar nu de sociaal-democraat verdoemd is tot samenwerking met Links en de Groenen, die het liefst vandaag nog uit de EU zouden stappen, zal hij waarschijnlijk gedwongen worden tot een referendum over de kwestie, waarvan de uitslag voorlopig volstrekt onzeker is.