Meervoudige perspectieven

Het Uur van de Wolf: Metamorphose (M.C. Escher). Ned.3, 23.23-00.18u.

“Een graficus ben ik met hart en ziel, maar het predikaat 'kunstenaar' geneert mij een beetje.” Aldus M.C. Escher in zijn dankwoord waarmee hij in 1965 de Cultuurprijs van de gemeente Hilversum aanvaardde. Het ongemak was wederzijds: ook de kunstkritiek wist zich weinig raad met zijn strenge litho's en houtsnedes. Het werk zou te afstandelijk zijn, artistiek temperament en passie ontberen. Toen Escher in de jaren vijftig aan zijn serie 'cirkellimieten' werkte, klaagde hij dat dat uitgezonderd wiskundigen zo'n beetje niemand hem meer verstond.

Toch is in de documentaire Metamorphose, die Jan Bosdriesz ter gelegenheid van Eschers honderdste geboortedag maakte, van verbittering van de kant van de graficus geen sprake. We zien een zachtmoedig man, verknocht aan zijn werk, eenzaam maar gedecideerd zijn weg zoekend in een zelfgeschapen universum. Welwillend staat Escher de camera te woord.

Bosdriesz volgt nauwgezet Eschers levensloop en brengt aldus perspectief aan in een veelsoortig oeuvre dat bij het grote publiek is vernauwd tot kunstig vlakverdelingenbehang en onmogelijke trappen. Terwijl veelvuldig uit Eschers brieven wordt geciteerd, en de graficus af en toe zelf aan het woord komt, glijden foto's voorbij, komen de plekken waar hij woonde tot leven en blijft het verrassen dat het stadsgezicht waarmee het meterslange Metamorphose II uit 1940 eindigt, als twee druppels water lijkt op het Zuid-Italiaanse kustplaatsje Atrani.

Ruim aandacht is er voor de periode dat Escher in Italië verbleef. Het waren de gelukkigste jaren in zijn leven. Mauk ontmoette er zijn vrouw Jetta en het paar vestigde zich in Rome. Zonder zich te bekommeren om zijn carrière of sociale status - zijn vader stuurde iedere maand een toelage - tekende Escher wat hij op zijn voettochten zag. Voor het verbeelden van ideeën, zoals hij begin jaren twintig op de Haarlemse School voor Bouwkunde en Sierende Kunsten wilde en later in Baarn opnieuw, liet het overweldigende Italië hem eenvoudig geen ruimte. Later was er de heimwee. Als hij een stadsgezicht of landschap nodig had, putte hij steevast uit de Italiaanse schetsboeken.

In Granada, waar Escher in het Alhambra met de subtiele Moorse vlakverdelingen kennis maakte, vielen hem 'de schellen van de ogen'. Van het onderwerp maakte hij een diepgaande studie, mede op basis van de kristallografie, waarbij hij de abstracte meetkundige figuren omwerkte tot hagedissen, vogels en vissen en zo tot leven wekte. Van de talloze oplossingen waarmee Escher zijn schriften vulde vonden er maar enkele hun weg naar officieel werk. Vooral Dag en Nacht, een houtsnede uit 1938, verkocht zeer goed. Later volgden de meervoudige perspectieven en onmogelijke figuren.

Het aardige van Bosdriesz' documentaire is dat alleen Escher aan het woord komt. Geen biograaf, huisvriend, kunstkenner of wiskundige mag zijn deskundige zegje doen. In plaats daarvan zien we de graficus in de weer met pers en guts, mogen we een blik werpen in zijn zakagenda's. Zo stuiten we in 1922 op het Italiaanse woord voor onderbroek, valt op hoe vaak Escher noteert weer eens voor het laatst gerookt te hebben. Of we zien Jetta, die in Nederland doodongelukkig was, aan de hand van een overzichtelijke tabel per maand vermageren. Opnieuw: van emotie geen spoor.