Koppen bij voetbal leidt tot gebreken

GELDROP, 21 SEPT. Veelvuldig koppen, botsingen met het hoofd of een elleboog tegen het hoofd kunnen bij voetballers leiden tot blijvende hersenbeschadiging. Bij onderzoek onder 53 actieve Nederlandse eredivisievoetballers bleek dat 45 procent mentale gebreken vertoonde, zoals geheugentekorten, aandacht- en concentratiestoornissen, afname van visuele waarneming en organisatievermogen, terugloop van spreek- en taalvaardigheid en verandering van gedrag. De voetballers werden vergeleken met 27 topzwemmers en -hardlopers. Bij hen werden geen of nauwelijks beschadigingen waargenomen.

Het grote percentage gebreken is mede een gevolg van het koppen van een bal. Een profvoetballer kopt gemiddeld 800 maal per wedstrijdseizoen, een verdediger komt zelfs tot 2.500. Uitgerekend is dat een bal die met halve kracht wordt getrapt van een afstand van 10 meter het hoofd raakt met een snelheid van 83,2 kilometer per uur met een kracht van 116 kiloPascal. Wordt met volle kracht getrapt dan bedraagt de kracht op het hoofd 200 kiloPascal. Een optelsom van kopballen en stoten tegen het hoofd heeft hersenletsel tot gevolg. Vooral verdedigers en spitsen blijken veel te koppen en daardoor mentale problemen te ontwikkelen.

Neuropsycholoog E. Matser en neuroloog J. Breuer, onderzoekers verbonden aan het St. Annaziekenhuis in Geldrop, constateerden dat lichtvaardig wordt omgesprongen met voetballers die tijdens een wedstrijd na een kopbal, een hoofd-hoofdbotsing of een elleboog tegen het hoofd even afwezig zijn. De natte spons op het hoofd doet lachwekkend aan en het truukje de spelers even naar de stand te vragen, slaat volgens hen ook nergens op. “De meesten willen en mogen van de arts of verzorger gewoon doorspelen. Ze begrijpen niet dat een volgende kopbal of elleboogstoot het lichte letsel verergert of zelfs fataal kan zijn”, zegt Matser.

Vergelijkend onderzoek heeft eerder plaatsgehad in Finland, Noorwegen en de Verenigde Staten. Met nagenoeg dezelfde resultaten. Voetbal behoort tot de zogenoemde collisionsports, zoals American Football, ijshockey en boksen. Ook bij amateur- en recreatievoetbal is de kans op hersenletsel groot. De percentages liggen daar weliswaar lager, maar niettemin werden er ook gebreken met organisatievermogen en geheugen waargenomen.

Ook bij kinderen die voetballen komen deze problemen voor. Kinderen die vaak een bal koppen blijken meer aandachtstekorten te ontwikkelen dan kinderen die nooit koppen. “Bij een kind sluipt het gevaar er eerder in. Dat zeurt niet zo gauw”, zegt Breuer.

Pagina 17: 'Eén bal op zijn hoofd en Ronaldo was overleden'

Neuroloog Breuer is regelmatig toeschouwer bij PSV. “Ik zie elke wedstrijd wel een speler die doorspeelt, maar die eigenlijk een neurologische of neuropsychologische test zou moeten ondergaan. Neem zo'n geval als met Ronaldo. Die kreeg voor de WK-finale een epileptische aanval. Dat hebben een Braziliaanse en Spaanse neuroloog vastgesteld. Toch speelde hij. Dat had nooit gemogen. Wanneer hij in de wedstrijd een keer een bal op zijn hoofd had gekregen of een elleboog, was hij dood geweest. De symptomen waren duidelijk. Of hij nu zelf wilde spelen of niet. Het had niet gemogen. Een speler die aangeslagen is, is net als een bokser niet toerekeningsvatbaar.”

Matser kan zich een wedstrijd herinneren tussen Feyenoord en Porto. “De Wolf was even afwezig na een kopduel, een hele lichte hersenschudding dus. Daarna heeft hij nog vijftien ballen gekopt. Dat een verzorger of arts niet ingrijpt, is onbegrijpelijk. Die De Wolf heeft weleens met een tulband doorgespeeld tegen PSV. Dommer kun je het niet bedenken. Bloed staat gelijk aan heldenmoed. Nu hoeft de aanwezigheid van bloed niet meteen verontrustend te zijn. Een speler die doorgaat na een hoofd-hoofdcontact zonder bloed, kan veel meer risico lopen. Voor spelers, clubs en trainers zijn de belangen groot, maar dat mag geen beletsel zijn om in te grijpen.”

De neuropsycholoog verwijst naar de regelgeving in het American Football. “Daar zijn de belangen vele malen groter dan in het Europese voetbal. Footballspelers verdienen gemiddeld veel meer dan profvoetballers. Daar kan de bond zonder pardon een speelverbod opleggen als de speler een test niet heeft doorstaan. Gewoon een wet dus. Footballspelers zijn er heel blij mij. Zo wordt nog meer schade aan hoofd en hersens vermeden. Net als een bokser na een technisch knock-out acht weken niet meer mag boksen. Zo'n regelgeving zou ook in voetbal kunnen. Maar dat botst met de commerciële belangen van de clubs.”

De onderzoekers adviseren zogenoemde sideline testing, net als bij American Football. Breuer: “Teamartsen hoeven maar een paar gerichte vragen te stellen om te weten of een speler iets heeft opgelopen. De scheidsrechter kan zulke vragen achter op zijn gele of rode kaart laten drukken. Niet vragen als: hoe is de stand, hoe heet je. Niet naar automatismen vragen. Maar iets onbekends, zoals de maanden van het jaar van achter naar voren opnoemen. Kan een speler dat niet, dan hem niet laten doorspelen. Een mogelijkheid is een kwartiertje rust geven en een ander laten invallen. Gewoon een wisselspeler, net als hij ijshockey, en dan later weer terug. Van der Sar bij het WK was ook even duizelig na een botsing. Maar hij speelde wel door. Na verloop van tijd krijgt hij daarvoor de rekening gepresteerd. Als voetballer merkt hij het misschien niet. Maar wanneer hij moet rekenen, lezen of denken op den duur een klein beetje, zonder het echt te beseffen.”

De bedreigde gebieden in de hersenen liggen achter het voorhoofd en aan de zijkanten, bij de slapen, verklaart Matser. “Veel stoten op de voorkant heeft invloed op organisatievermogen, afname van flexibiliteit en concentratievermogen. Aan de slaapzijden ligt onder andere het geheugen, links het gehoor en rechts het gezicht. Een bekend fenomeen zijn de sterretjes die iemand ziet wanneer hij een klap of een stoot krijgt, of valt. Een keer met je hoofd schudden en doorgaan, dat doet iedereen. In werkelijkheid zijn die sterretjes het gevolg van kleine bloedingen die het gezichtsveld en het waarnemingsvermogen kunnen beïnvloeden. Het is allemaal heel klein, maar vele kleine dingetjes verergeren op den duur de beschadiging.”

Bij hun onderzoek onder 53 voetballers en 27 topzwemmers- en atleten bleek bij navraag dat 54 procent een of meermalen een hersenschudding had gehad en 79 procent een of meer botsingen hoofd tegen hoofd of hoofd tegen paal had gehad, zonder daar aandacht aan te schenken. “Wij zijn er niet om een verbod op te leggen”, zegt Matser. “Wij hebben onderzoek gedaan en adviseren een betere neurologische begeleiding. Bijvoorbeeld de sideline-testing en regelmatige testen en scans, daarnaast pleiten we voor een betere begeleiding bij het aanleren van koptechniek en meer neurologische bijstand.” Breuer: “Clubartsen zijn niet gespecialiseerd in neurologie, zelfs in de opleiding tot sportartsen wordt niets aan neurologie gedaan. Waarom geen neuroloog op de bank?”

De twee wetenschappers deden eerder onderzoek naar hersenletsel bij boksers en adviseerden in die sport een neuropsychologische test in te voeren. Slechts één jaar werd er gebruik van gemaakt, maar de test werd in 1995 alweer afgeschaft omdat er internationaal een controverse was ontstaan over de interpretatie van de resultaten. Dit leidde ertoe dat boksers een buitenlandse licentie aanvroegen om daarmee vervolgens in Nederland te boksen. Nadat was geconstateerd dat ook onder voetballers hersenletsel voorkomt, drong de Tweede Kamer op maatregelen aan. Toenmalig staatssecretaris Terpstra besloot advies aan te vragen bij de Gezondheidsraad over mogelijke preventieve maatregelen tegen acuut en chronisch hersenletsel bij sporten als boksen, voetbal, bergbeklimmen en duiken.

Eind 1999 dient de Gezondheidsraad een antwoord te geven op de vraag of de beschikbare neurologische en neuropsychologische onderzoeken effectief genoeg zijn, in het bijzonder bij boksen. De Gezondheidsraad kan een negatief advies geven, dat kan leiden tot een algemeen verbod op bokswedstrijden. Tussen 1987 en 1996 waren er in total 18.000 sportmensen met hersenletsel. Voetbal kende 4.300 gevallen, paardrijden 3.400 en boksen slechts 70, wat meer te maken heeft met het geringe aantal beoefenaren dan met de daaraan verbonden risico's. Professor D. Swaab van het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek noemde profboksen eens “neuropornografie en een barbaarse sport”. Die kwalificatie past voetbal nog niet.