Kind brengt leven op orde in Het Schoolhuis

Jongeren die door problemen thuis en op school dreigen af te glijden naar de criminaliteit kunnen in Het Schoolhuis in Amsterdam hun leven bij elkaar rapen. Een kostschool in een nieuw jasje.

Door onze redacteur MONIQUE SNOEIJEN

AMSTERDAM, 21 SEPT. Hij is een zoon van stadsnomaden. Zijn ouders gebruiken regelmatig drugs en zwierven jarenlang met hun kinderen door Europa. Toen hij een jongetje van vijf was deden zijn ouders al een beroep op zijn zelfredzaamheid. Met dertien jaar bestierde hij zijn eigen eenpersoonshuishouden in een caravan aan de rand van de stad. “Ik wil wel naar school”, liet hij op zijn vijftiende aan de hulpverlening weten, “maar het lukt me niet”.

Nu woont hij voor een jaar in Het Amsterdamse Schoolhuis, een initiatief van het NOVA-college (Voorbereidend Beroepsonderwijs en MAVO) en hulpverleningsinstelling Amstelstad. Morgen wordt het opvanghuis voor jongeren met ernstige problemen thuis en op school officieel geopend. Het Amsterdamse Schoolhuis wordt betaald uit de leerachterstandgelden van het NOVA-college en de bestaande budgetten van Amstelstad en het Psychologisch Pedagogisch Instituut (PPI).

Het is voor het eerst in Nederland dat een school samen met jeugdhulpverlening het initiatief neemt voor een opvanghuis. Het NOVA-college kent de problemen van de grote stad. Negentig procent van de leerlingen is allochtoon. Een groot deel van hen komt rechtstreeks uit een ander land. De meesten hebben een leerachterstand van twee of meer jaren. Het zijn de meest kwetsbare jongeren van de samenleving. De bemoeienis van de school gaat daarom noodgedwongen verder dan alleen het lesprogramma. Soms is de thuissituatie zo nijpend dat ze bij hun ouders weg moeten. In samenwerking met het PPI had de school daarom sinds enkele jaren al twee crisisbedden gereserveerd in een opvanghuis, voor nachten waar acuut hulp nodig is.

In het Amsterdamse Schoolhuis kunnen deze jongeren nu gedurende een jaar proberen hun leven weer op orde te krijgen. Misschien wel de laatste kans voordat ze de school definitief de rug toekeren en wellicht in het zwerf- of criminele circuit belanden.

Het voormalige schoolgebouw in Amsterdam-West is volledig verbouwd tot een flink woonhuis, aangekleed met meubels die rechtstreeks uit de IKEA-catalogus lijken te komen. “Je weet wat ik wil gaan zeggen, hè?” Groepsleider Peter kijkt naar Rafaela (14) die onderuitgezakt op de bank met haar schoen tegen de tafel schopt. “En Isabella, wil je alsjeblieft op de bank gaan zitten in plaats van op de grond? Moet ik je nog een keer uitleggen waarom?” Een grote Marokkaanse jongen in een zwart trainingspak verslindt intussen in drie happen een appel.

Pagina 8: Studeren is een 'doortikker'

Het thee-halfuurtje in het Amsterdamse Schoolhuis moet vooral worden gezien als een oefening in sociale vaardigheden en dagelijkse structuur. Voor de aanwezigheid bij de thee staan 100 punten. Dagelijks kan een jongere 8.000 punten halen (Op tijd aan tafel: 150 punten, kamer netjes: 200, was doen 400 punten). Wie zijn punten niet haalt, krijgt straf. Dat wil zeggen, hij loopt zijn 'privileges' mis. Dus niet spelen op de spelcomputer en geen televisiekijken. Doortikker op de dagelijkse scorelijst is de aanwezigheid bij het studie-uur: maar liefst 500 punten. “Het heet hier niet voor niets het schoolhuis”, zegt de groepsleider terwijl hij de deur openslaat van de studiekamer. Een rustige kamer in de kelder van het huis met tien bureau's. Hier moeten de jongeren van zeven tot acht huiswerk maken. De aandacht voor school is het grootste verschil met bestaande tehuizen. De pedagogische rituelen zijn vrijwel dezelfde, maar uniek is het intensieve overleg met de scholen die aan Het Schoolhuis zijn verbonden: het NOVA-college en VSO-West II. Aan het einde van elke week belt de groepsleider met de school over het gedrag van elke leerling. Hoe heeft hij zich gedragen? Heeft hij zijn huiswerk gemaakt? Hebben zich nog problemen voorgedaan? Dan kunnen ze daar 'thuis' adequaat op inspringen. “Dat lijkt vanzelfsprekend”, zegt coordinator Bouweriks, “maar in de praktijk pakt dat vaak anders uit”. Door de grote omvang van de scholengemeenschappen en de vele leraren die een leerling heeft, is het voor de groepsleiders in tehuizen moeilijk om goede afspraken met school te maken - en omgekeerd. 'Kan die leraar er niet voor zorgen dat hij zijn huiswerk opschrijft, dan kan ik het tenminste controleren', moppert dan de groepsleiding, terwijl de leraar klaagt dat 'ze in dat tehuis toch wel wat beter kunnen opletten'.

Zelfs op de bestaande vakinternaten (een VBO- of VSO-opleiding waarbij jeugdzorg en onderwijs samenwerken) is er niet altijd een goed contact tussen groepsleiding en leraren. Directeur M. Bent van Amstelstad herinnert zich hoe hij ooit met een aantal collega's een werkbezoek bracht aan een vakinternaat en tot zijn stomme verbazing merkte dat ze met een grote boog om de school op het terrein moesten heenlopen, omdat internaat en school op voet van oorlog met elkaar leefden. Nadeel van de vakinternaten is bovendien dat ze vaak ver buiten de stad zijn gevestigd. Voor Amsterdamse jongeren betekent dit dat ze ver van hun familie en woonomgeving belanden. De Amsterdamse wethouder Van der Aa (Onderwijs en Jeugdzaken) noemt Het Schoolhuis “een goed initiatief”. “Maar we moeten het wel kritisch volgen, voor je het weet heb je een nieuwe geldstroom gecreeërd, terwijl de resultaten tegenvallen.” Van der Aa waarschuwt ervoor dat kostscholen in Nederland nooit zijn aangeslagen. “Dat is een simpele constatering. Je haalt kinderen bij hun ouders weg, dat is niet alleen voordelig.”

De ouders van de tien jongens en meisjes die momenteel op Het Schoolhuis verblijven hebben alleen niet zoveel keus. Bijna alle jongens en meisjes hebben een onder toezichtstelling. Toch is de houding van de ouders ten opzichte van Het Schoolhuis van groot belang, zegt Bouweriks. “Als ouders niet willen meewerken is het voor ons heel moeilijk. Kinderen voelen zich altijd loyaal aan de ouders.” Het Schoolhuis probeert de ouders daarom zoveel mogelijk bij de uitbestede opvoeding te betrekken. Dat het schoolhuis overeenkomsten vertoont met de kostschool van weleer, is in dat verband alleen maar een voordeel, meent coordinator Bouweriks. “Want wie deden vroeger hun kinderen op kostschool, juist ja, de elite. Ouders schamen zich er vaak voor om aan hun omgeving te moeten vertellen dat hun kind uit huis is geplaatst. Maar: 'Mijn kind zit op Het Schoolhuis', dat klinkt veel vriendelijker.”