Hommage aan Jaap Valkhoff

“Ik kan niet zingen”, waarschuwde Coen Moulijn, de legendarische oud-linksbuiten van Feyenoord, toen de accordeonist de eerste noten van het 'Hand in hand, kameraden' speelde. Maar Coen zong als een lijster, en met hem de honderd Rotterdammers rondom het monument dat zaterdagmiddag op de hoek van de Schiedamsedijk en de Schilderstraat werd onthuld.

Een monument voor Jaap Valkhoff, de componist van het Feyenoordlied en nog honderden andere bekende melodieën, waaronder - om maar wat te noemen - ook 'O Johnny', de ode van tante Leen aan Johnny Jordaan. De zon scheen en de stemming was zoals het in de jaren vijftig en zestig moet zijn geweest in de Oase Bar, die er nog altijd is aan de overkant van de straat. Jaap Valkhoff, toen al een van de aartsvaders van het Nederlandse levenslied, kocht in 1957 de Oase Bar die geliefd werd bij een hele generatie Rotterdammers die met Jaap zong over 'Kilometers in het rond, gaan de palen in de grond' - zelden had een bar een toepasselijker naam.

Jaap Valkhoff, in 1919 in Crooswijk geboren en in 1992 na een verkeersongeluk in Hoek van Holland overleden, is dus behalve met een naar hem vernoemd plein in Rotterdam geëerd met een monument, gemaakt door de al even Rotterdamse kunstenaar Cor Kraat. Het op een zwarte vierkante zuil geplaatste plastiek, dat in het donker door twee spots beschenen wordt, bestaat uit drie symbolische roestvrij stalen vormen - een gestileerde rode 'accordeon', een blauwe scheepsboeg en een grijs element met daarin het profiel van de componist/ accordeonist/saxofonist/basspeler met het gegroefde gezicht. “Die groeven kwamen niet van de neuten en de shag, of van de ruzie met zijn broer, maar enkel alleen door een leven van zestig jaar bikkelhard werken om de gezins-machine van moeder Bep te laten doordraaien”, schreef zoon Ben in een mooie brief aan een plaatselijke krant.

Bep mocht samen met wethouder Hans Kombrink zaterdagmiddag het groene kleed over Kraats monument wegtrekken, terwijl twee van haar vijf zonen, andere familie en veel oudere Rotterdammers zich opmaakten voor het zingen van 'Diep in mijn hart' en 'Langs de Maas sta ik diep in gedachten'. Het zijn simpele en eerlijke liedjes die, zoals 'Ketelbinkie', bij Rotterdam behoren. Jaap Valkhoff schreef ze pas in de jaren vijftig en zestig toen hij al een lange carrière als muzikant achter de rug had. Hij speelde voor de oorlog bij jazzorkesten zoals dat van Boyd Bachman en schakelde pas over op het Nederlandstalig repertoire omdat de Duitse bezetter het Engelse niet wilde horen. In de Oase Bar, al ruim na de oorlog, vierde hij zijn grootste triomfen omdat hij de Rotterdammers het sentiment teruggaf dat ze nodig hadden in de kale vlakten van het centrum waar de wind het zand opjoeg.

Na de onthulling was er in de feestende Witte de Withstraat nog een 'neutje' of bier in plastic voor Valkhoffliefhebbers in een café met een terras. De bezoekers werden er vanuit een raam op de eerste verdieping op operazang onthaald toen de alom aanwezige mega-boxen hun dreunen even inhielden. Bep Valkhoff was toen al vertrokken - want de liedjes van Jaap hoor je niet meer, daar luister je naar. Of je zingt ze, zoals Coen Moulijn, die ook niet zou kunnen zingen.