Het einde van de tijden is voorzien op Musica Sacra

Festival Musica Sacra. Gehoord 19, 20/9 diverse plaatsen Maastricht. Opnamen KRO voor latere uitzending op Radio 4.

“Met angstwekkend geraas storten watermassa's uit de hemel, het gehele land overstromend. Toen ik 's morgens wakker werd, schilderde ik het zoals ik het had gezien.” Dit is geen verslag van de afgelopen wateroverlast, maar een passage uit het dagboek van Albrecht Dürer uit 1525. Eén aquarel spreekt door zijn paddenstoelvorm, die lijkt te verwijzen naar een atoombomexplosie, sterk tot de verbeelding.

Met improvisaties naar Dürers apocalyptische visioenen opende vrijdag in Maastricht het vijftiende festival Musica Sacra. Daarmee presenteerde de Poolse organist Krzysztof Ostrowski in de Sint Servaasbasiliek het festivalthema - het einde der tijden.

Angst voor de Dies Irae, de 'dag der wrake' is op allerlei manieren en op allerlei plaatsen verbeeld. Vanuit India over Perzië bij de Griekse Sibyllinen tot in het joodse bijbelboek Daniel en - centraal in Maastricht - de Openbaring van Johannes. Een bijzonder inspirerend thema zowel voor de beeldende kunst als voor de muziek. Vreemd is alleen dat de negentiende eeuw met zijn hang naar demonie zo weinig zag in de apocalyps.

Het Bostonse ensemble Tapestry, dat eerder optrad in het Festival Oude Muziek te Utrecht, bracht ook hier Notre Dame-repertoire uit de tijd van Hildegard von Bingen. De anonieme componist van Sol eclypsim inspireerde zich op de verdwijning van de zon. Nostalgisch bezingt hij duisternis de aarde hult in één grote wolk van droefenis. Jean Langlais daarentegen eindigt zijn Cinq méditations uit 1973-74 in een gruwelijk visioen van vuur, rook en sprinkhanen. Je hoort de zwermen uit het orgel kruipen; met dissonanten als scherpe lanspunten eindigt de compositie.

In Olivier Messiaens Quatuor pour la fin du temps, gecomponeerd in een krijgsgevangenkamp in Silezië, januari 1941, heerst noch eenzijdige nostalgie noch eenzijdige gruwel. Messiaen werd geobsedeerd door de beschrijving van de Engel uit de apocalyps, in wolken gehuld, een regenboog boven het als een zon vlammend hoofd, de benen als zuilen van vuur. Al die wervelende kleuren uitmondend in het onvergankelijke tijdloze licht had Messiaen al in zijn dromen gezien.

Kleurig, maar niet zozeer krachtig, was de uitvoering door het Osiris Trio en klarinetist Harmen de Boer zaterdagmiddag in de Sint Janskerk. Nauwkeurige intonatie, verfijning en precisie dwongen luisteraandacht af. Helaas, het feest werd wreed verstoord door luid klokgebeier voor twee huwelijksmissen.

Gebeier stoorde minder op het concert door Wouter van Belle flamboyant musicerend op het romantische orgel van de Sint Servaas. Het sloot zelfs stemmig aan op het Alleluia Final uit Messiaens Livre du Saint Sacrement uit 1984. Door de omlijsting met een Triptique van Gaston Litaize en een suite uit l'Apocalypse selon Saint Jean van Jean Francaix kwam Messiaens originaliteit des te sterker tot zijn recht. Een dans van Litaize is niet zozeer wèrvelend als wel vervélend, en bij Francaix klinken hemelse visioenen en helse verschrikkingen als filmmuziek bij een western.

Er viel op het driedaagse Musica Sacra ook wat te zien. De dansgroep van Krisztina de Châtel bracht in opdracht van het festival een choreografie op Pierre Henry's enigszins gedateerde Apocalypse de Jean, een elektronisch oratorium in vijf delen uit 1968. Het wrong nogal in de stemmige Middeleeuwse Keizerzaal in de St. Servaas.

De barokke aankleding met grote kragen en pofmouwen boven doorkijkblouses verwees naar frivoliteit, maar de abstracte dans was eerder streng en geconcentreerd. Het begin in een verkenning van de ruimte boeide, maar gaandeweg ebde de inspiratie weg.

Henry richt zich zowel tot gelovigen als niet-gelovigen en dit doet Telemann ook in zijn oratorium Der Tag des Gerichts uit 1762. Bach had een tekst waarin de religie wordt verweten misbruik te maken van de angst en gelovigen zeker niet gecomponeerd! Het oratorium was bedoeld voor de concertzaal en beslist niet voor de kerk. Met name een koor van lasteraars is door Telemann met grote inzet getoonzet in een zelfs aan Bach genzende kwaliteit. Het Vocaal Ensemble Ex Tempore en Barokorkest Les Agrémens weerden zich kranig, sopraansoliste Johannette Zomer dwong zelfs een open doekje af.

Het bijzonderste was voor het laatst bewaard. Zondag brachten sopraan Tatjana Melentjeva, Stadsjongenskoor Oldenzaal en Ensemble '88 onder leiding van René Gulikers een bijzonder geconcentreerde wereldpremière van Alexander Knaifels Amicta Sole (Gehuld in de zon) en dat werd een onvergetelijke ervaring! Nu was de akoestisch gulle kerkruimte van de St. Servaas geen belemmering maar noodzaak, door Knaifel als voorwaarde gesteld om aan zijn in wezen eenvoudige en hoogst toegankelijke muziek een nog etherischer kwaliteit te verlenen. Knaifel inspireerde zich op de tekst: “En er verscheen een groot teken aan de hemel: een vrouw bekleed met de zon, de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren.” De monodische frases - er zijn slechts enkele synchronisatiepunten, vrije plastiek overheerst - zwommen zacht golvend in hoge glinsteringen door de gehele basiliek.