Een volwassen besluit

DE BIJLMERRAMP bevat alle ingrediënten voor een dramatisch parlementair onderzoek: mannen met witte pakken, onduidelijke en onvolledige vrachtdocumenten en het mysterie van de zwarte doos. Wat was precies de opdracht aan de bemanning van het Israelische rampvliegtuig? Er zijn al verschillende onderzoeken ingesteld naar de aard en afhandeling van deze fatale crash van een El Al-Boeing op een flatgebouw in een Amsterdamse voorstad op 4 oktober 1992, waarbij 43 mensen om het leven kwamen. Elk onderzoek lijkt vooral nieuwe vragen op te roepen.

De onrust bij slachtoffers en hulpverleners van de ramp is dan ook nog groot. Dat is begrijpelijk. Onzekerheid over de precieze aard van het ongeval is niet goed voor de hulpverlening. Toch is het instellen van een parlementaire enquête, zoals een werkgroep uit het parlement aanbeveelt, geen bekeken zaak. De Tweede Kamer is geen veredelde ongevallenraad. Het is van groot belang dat hij het onderzoekswapen scherp houdt. Een behoorlijk onderzoek naar een vliegramp is in de eerste plaats een taak van de regering. Deze dient daaraan strikt te worden gehouden, al is succes natuurlijk nooit te garanderen.

Pas als het onderzoeksbeleid vragen oproept, heeft de Kamer een taak. De parlementaire werkgroep vindt dat er zes jaar na dato voldoende van deze vragen zijn gebleken. Zo is het inderdaad opmerkelijk dat het kabinet het evaluatie-onderzoek opdroeg aan een commissie die werd voorgezeten door staatsraad Hoekstra. Deze was ten tijde van het ongeval secretaris-generaal op het ministerie van Algemene Zaken en niet direct een onpartijdige buitenstaander. De commissie-Hoekstra signaleerde in elk geval dat er flink langs elkaar heen is gewerkt. Zoiets rechtvaardigt op zichzelf speciale parlementaire aandacht.

DE BIJLMERRAMP was ook geen gewone ramp, maar een met de speciale complicatie van de betrekkingen tussen Nederland en Israel. Dat is een context waarin de term staatsveiligheid al gauw valt. Toch heeft de werkgroep goede moed nog wel enig materiaal te kunnen lospeuteren van de BVD. Er is echter een tweede complicatie: een deel van de gezochte antwoorden ligt in het buitenland. Buiten bereik van het Nederlandse parlement.

Om enige indruk te maken, is het instellen van een formele enquête - het krachtigste parlementaire onderzoeksmiddel - het minste. Tegelijk is het de vraag of daarmee jegens de slachtoffers en hulpverleners, die met zoveel onopgeloste vragen en dagelijkse moeilijkheden worstelen, niet te grote verwachtingen worden gewekt. De werkgroep spreekt overigens van een partiële enquête, die onderdeel uitmaakt van een bredere aanpak waarin onder meer ook een opdracht voor nader extern wetenschappelijk onderzoek past.

Het besluit een enquête in te stellen heeft een eigen dynamiek, zoals wel is gebleken in het geval van het fraudebestendige paspoort. Een parlementaire onderzoekscommissie vroeg de enquête eigenlijk vooral als stok achter de deur aan. Toen zij daar eenmaal gebruik van moest maken, leidde dit tot het vertrek van twee bewindslieden. Partieel of niet, het gaat deze week in de Tweede Kamer om een volwassen enquêtebesluit.