De tovenaar

Hij is een tovenaar. Zelfs op de dag van de opening, toen le tout Amsterdam tastend door het duistere labyrinth van Bill Viola's video-installaties in het Stedelijk Museum schuifelde, was het mogelijk om je, stilstaande voor het grote scherm van bijvoorbeeld 'Anthem', te laten betoveren door zijn beelden. Een halfwas meisje in een wit jurkje, dat rechtop staat te slapen in een grote hal. Daar tussendoor zie je uitgestorven industrieterreinen in de nacht, een aangesneden meloen, een operatie in een ziekenhuis - weer dat meisje - alles begeleid door geluid dat lijkt op wolvengehuil in de verte. Het is alsof je een instant droom toegediend krijgt.

Of die man op een beeldscherm - Viola zelf - in wiens hoofd je wordt verplaatst door een koptelefoon op te zetten. Je hoort zijn gedachten, onverstaanbaar fluisterende stemmen. Hij neemt een slokje water, en in je eigen hoofd klinken slikgeluiden. Zijn ademhaling hoor je beter dan je eigen adem. Als hij een tik op zijn hoofd krijgt, voel je die (bizar genoeg) zelf ook, en zijn de gedachtestemmen even weg, wit, blanco, om zich daarna te herstellen. I want to look inside your head: wanneer wilden we dat ook weer, getuige een populair liedje van Don McLean? In 1972? Viola maakt het mogelijk - en toont dat je er eigenlijk niet veel wijzer van wordt.

Ook in het Rijksmuseum is iets van hem te zien, misschien wel het beschaafdste videokunstwerk ter wereld. Er is al veel geschreven over 'The Greeting', een traag bewegende pastiche op een werk van Pontormo, een kunstenaar uit de Italiaanse Renaissance. De zwangere maagd Maria ontmoet de eveneens zwangere Elizabeth, met op de achtergrond nog een vrouw erbij, die een beetje buitengesloten wordt. Prachtige kleuren, wapperende stof en een magische sfeer. Plus, vreemd genoeg, een geluid alsof niet ver boven je hoofd een helikopter in de lucht hangt.

Als Viola in het Rijksmuseum een lezing houdt over dit werk blijkt dat hij niet alleen een tovenaar is, maar ook de ideale schoonzoon. Een aardige man die duidelijk spreekt en zo nu en dan een grapje maakt. 'Those were two pretty heavy-duty pregnancies', zegt hij over de zwangere vrouwen, en het publiek, dat aan zijn lippen hangt, schiet in de lach.

Hij begint met een overzicht van de kunstgeschiedenis, om ons een beetje een idee te geven van waar hij zelf staat. Dertig-, vijfendertigduizend jaar geleden had je de eerste afbeeldingen, zegt hij, de eerste menselijke uitingen. We kunnen gerust aannemen dat de mens toen al het liefste bewegende beelden had willen maken.

Het enige dat sindsdien is veranderd, is dat de menselijke uitingen ingewikkelder zijn geworden: de kunsthistorie is de 'reis van het beeld door verschillende media'. Vooral in de Renaissance schoot het op, de technische vooruitgang was geweldig. Je kreeg het perspectief, de olieverf, maar let wel: het ging niet om de techniek, het ging om de expressie. En by the way, natuurlijk had ook Brunelleschi niets liever gemaakt dan bewegende beelden.

Honderd jaar geleden werd dat eindelijk bereikt. Daarmee kreeg een kunstwerk iets dat op leven lijkt: duur, een tijdelijk bestaan. Daarna konden wij beginnen met videokunst. Wat dacht je, het gebeurt niet elke dag dat er een nieuwe kunstvorm wordt uitgevonden. En bedenk eens: waar gaat 'The Greeting' heen als ze de stroom er af halen, 's avonds? Bestaat het dan nog? Dit, zegt Viola, is even opwindend als Brunelleschi.

Wat een schat. Hij meent het, en valse bescheidenheid is hem vreemd. Zijn werk is een toppunt in de kunstgeschiedenis. Waarom ook niet? Is het soms niet waar, dat bewegende beelden zoals de zijne en de sensaties die hij weet op te roepen, bijzonder zijn? Alleen al de technische volmaaktheid is indrukwekkend. Bovendien pleit het voor Viola's werken (pieces, zoals hij ze noemt) dat ze het platte egocentrisme missen van veel hedendaagse kunst.

Viola's kunst gaat wel over Viola, maar hij maakt hem voor ons, om ons te betoveren. En hij interesseert zich voor van alles. Niet alleen voor Pontormo, maar ook voor de Grote Vragen des Levens. Voor geboorte en dood, en Zen-boeddhisme en Magritte.

Op de toon van iemand die een bijzondere ontdekking heeft gedaan, verklaart de spreker steeds opnieuw dat iets zeer interesting is. Een auto waar je in zit, afgesloten van de wereld en toch deel ervan. De Arabische filosoof Rumi, die diepzinnige teksten heeft nagelaten over het reizen van de geest. Geheimen, secrets are really interesting, omdat iemand ze toch moet doorvertellen. En zaadjes, en de grenzen van onze waarneming, en duisternis, en Abraham Maslow, de uitvinder van de zelfverwerkelijking.

Het is wel een beetje veel allemaal, vooral omdat het merkwaardig vertrouwd klinkt. Het zijn de versleten idee‰n van de jaren zestig, die door deze Amerikaan op even hedendaagse als geacheveerde wijze aan een nieuw publiek worden geboden.

Zo bewijst de kunstenaar al sprekend ten tweeden male dat het niet zo bijster interessant is als je een blik in zijn hoofd krijgt. Is dat erg? Worden zijn pieces er minder betoverend door? Misschien niet. 'Schoonheid en dwaasheid hebben elkaar in de kunst altijd goed verdragen', heeft een verstandige kunsthistoricus eens opgemerkt.

Als ik naar huis rijd, valt zilverkleurig namiddaglicht bijna horizontaal over de wilgen langs de weg. Hoog in de lucht hangen pakken witte wolken. De aanblik stemt mij gelukkig en ik denk: wat is de wereld zelf eigenlijk mooi, zo helemaal zonder technisch vernuft. Maar wat die gedachte eigenlijk bewijst, de overbodigheid van Bill Viola, of dat hij me juist iets gedaan heeft, dat weet ik niet.