De taxi als venster op de wereld

Majestic 5 A410, 1946. (Foto Louk Röell, collectie Harry de Winter/ID TV)

Beijing Taxi, het lied van Wang Yang is samen met Mijn papa is een taxichauffeur Jin Qi's favouriete taxi-lied. “Het gaat over een taxichauffeur die vanachter zijn stuur het straatleven in Peking aanschouwt”, zegt radiopresentator Jin Qi. “Die taxichauffeur geniet van de wereld waarin hij werkt: etende mensen, neonlicht, een groepje buitenlandse toeristen. Hij is blij met zijn beroep.” Als Jin het lied beschrijft, trilt zijn stem, alsof hij een beetje is aangedaan, precies als op de radio. 'Nihao Taxi', of 'Hallo Taxi', dat iedere dag tussen negen en tien op Pekings Musical Radio te beluisteren valt, richt zich op taxichauffeurs die bereid zijn wat te leren. “Reken maar dat er naar ons wordt geluisterd”, zegt Jin. In Peking rijden 63.000 taxi's. “Dat is verschrikkelijk veel, zelfs voor een miljoenenstad.” Het levert niet alleen verkeersproblemen op, maar ook lege taxi's. “En veel gefrustreerde taxichauffeurs.”

In Nihao Taxi stelt Jin dat soort zaken aan de orde. Vijfentwintig minuten muziek, een kwartiertje reclame en twintig minuten discussie. Niet te lang en niet te ingewikkeld, want dat leidt alleen maar af, en dat is in het hectische verkeer van Peking gevaarlijk.

Om de drie weken neemt Jin zelf plaats in een taxi. “Ik laat de chauffeurs praten. Niet te opvallend natuurlijk. Zo hoor ik wat er speelt. Een taxi is een venster op de wereld van de stad.” Weer die gedragen stem, Jin's handelsmerk.

“Ik ben een van de eerste geweest die het probleem van de prijsverlagingen, eind dit jaar, aan de orde hebben gesteld.” De meeste taxichauffeurs verafschuwen die maatregel. Ze verdienen weinig. Al het onderhoud en de benzine is voor hun eigen rekening. En hun taxi's zitten lang niet altijd vol.

“In mijn programma probeer ik hun het belang van die maatregel uit te leggen. De taxi's zijn leeg omdat de mensen er niet voor willen betalen. Daarom moeten de prijzen omlaag. Ik vertel mijn luisteraars over de overwegingen van hun potentiële klanten. Chinezen zijn niet als de mensen in het Westen, waar tijd geld is. Chinezen reizen desnoods een halve dag om, als het maar goedkoop is.”

Klanten werven is volgens Jin ook afhankelijk van houding. “Beleefdheid laat nogal eens te wensen over. Ik leer taxichauffeurs wat netjes is.”

Klagen mag in Nihao Taxi. De luisteraars van Jin kunnen altijd bij hem terecht, telefonisch en rechtstreeks in de uitzending. Jin probeert later hun klachten en suggesties over te brengen in gesprekken met kaderleden van het Stedelijk Bureau voor de Regulering van Taxi's. “Ik heb daar veel contacten en redelijk wat invloed.” Althans - zolang de kritiek niet ingaat tegen het beleid van het stadsbestuur. “Ik ben en blijf natuurlijk wel in dienst van de overheid. Net als alle media in China. Ik wil taxichauffeurs behulpzaam zijn, maar het nationaal belang mag nooit uit het oog worden verloren.”

Jin geeft toe dat daar af en toe enige creatieviteit voor nodig is. Als chauffeurs klagen over roekeloos of onredelijk politiegedrag bijvoorbeeld. “Ik kan natuurlijk niet eventjes de politie terechtwijzen. Maar ik heb manieren waarop ik de mensen kan laten weten dat ze rechten hebben. Ik zeg dan, 'ik vertrouw erop dat jullie weten wat je moet doen'. En dat weten ze heus - dat verzeker ik - de politie in China is niet onschendbaar.”

Voor Jin zijn dergelijke zelfbeperkingen, want censuur wil hij het niet noemen, als een tweede huid. “Mijn vader was journalist bij het Volksdagblad. Ik weet waar de grenzen liggen in dit land. Daar hoef ik niet eens over na te denken.”