De Blauwe Engel

De Blauwe Engel - zo noemden we het boemeltje tussen Mariënberg en Almelo waarmee we bij slecht weer naar school gingen. Slecht weer betekende destijds sneeuw of ijzel of andere omstandigheden waarbij aan fietsen niet te denken viel. Het treintje stopte in Mariënberg, aan de Geerdijk, in Vroomshoop, Daarlerveen, Vriezenveen en Almelo. Toen ik nog op de lagere school zat reed er om zes uur 's ochtends en om zes uur 's avonds ook nog de 'fabriekstrein', waarmee de mannen en vrouwen aan- en afgevoerd werden die werkzaam waren in de textielindustrie. De mannen in manchester pakken, de vrouwen met hoofddoek en karbies. De trein bestond uit ouderwetse wagons met houten banken er werd voortgetrokken door een locomotief. Midden in de nacht passeerde er ook nog een olietrein, afkomstig uit Schoonebeek. Als we wakker waren telden we het aantal k'doenks dat de wagons maakten. Wanneer je dat door tweeën deelde wist je hoeveel olietanks op weg waren naar Rotterdam. Het aantal schommelde tussen de 18 en de 22.

We liepen vaak langs de 'lijn' op zoek naar vuurstenen waar we vonken uitsloegen of op de rails legden om te zien hoe ze wegschoten of uit elkaar spatten wanneer de trein er overheen reed. Ook legden we spijkers of centen op de rails om te zien hoe plat ze onder de wielen vandaan kwamen. In het voorjaar staken we vaak het dode gras van het talud in brand. De trein ging dan stapvoets rijden terwijl wij achterna gezeten werden door een van de twee politieagenten die het dorp rijk was.

Van het 'centrum' van het dorp naar het station liep het 'lijnpaadje'. Een zandpad dat hier en daar wat slingerde en glooide. Niet zo lang geleden was ik even in het dorp. Grote delen waren onherkenbaar veranderd maar het lijnpaadje was gelukkig nog intact.

Wanneer we als scholier met de Blauwe Engel in Almelo aankwamen moesten we nog een minuut of twintig lopen door het noordelijk deel van het stadje. Hier stond ook de grote fabriek van Palthe die een we¨ë, licht aangebrande geur verspreidde die permanent over de omgeving hing. Ik kan me niets deprimerenders voor de geest halen dan de geur van Almelo op een regenachtige namiddag begin jaren zestig.