De 745 TRAPTREDEN van DE HEL

Er zijn in de sport vele titels te winnen, ook ludieke. Voor de vijfde keer werd in het hoogste kantorengebouw (37 etages) van Nederland aan het Rotterdamse Weena het nationaal kampioenschap traplopen gehouden. Schaatser Erben Wennemars won het “pokkeneind naar boven”.

Op de 37ste etage van haar hoofdgebouw, met schitterend uitzicht over Rotterdam en omgeving, heeft Nationale-Nederlanden een ontvangstruimte voor speciale gelegenheden. Eén keer per jaar komen er wel zeer bijzondere gasten op bezoek. Ze zijn gekleed in sporttenue, weigeren de lift omhoog te nemen en laten zich boven voor pampus op het dure tapijt vallen. Eén van de uitgeputte traplopers sprak zaterdag over “de 745 treden naar de hel”.

Het was een vreemd gezicht. Daar waar normaal keurig geklede heren en dames met aktetassen de statige roltrap in de centrale hal opgaan, sprintten nu sportmensen fanatiek met hele grote passen omhoog. Eerst hadden de deelnemers buiten ook nog twee ronden rondom het gebouw moeten lopen. Na de roltrap - voor deze gelegenheid uiteraard stilgezet - moesten ze, richting bedrijfsrestaurant aanhouden, naar het trappenhuis en dan op naar die vervloekte 37ste verdieping. “Wie hier altijd de post rondbrengt, heeft de beste kans”, was de voorspelling van een toeschouwer.

Het idee van deze ludieke trappenloop komt uit New York, waar al vele jaren de trappen van het Empire State Building worden beklommen. Een groot aantal Rotterdammers was vijf jaar geleden niet gelukkig met de bouw van de hoogste kantorenflat van Nederland in hun gemeente. In een poging het gebouw een positieve uitstraling te geven werd onder meer een loopwedstrijd naar de top georganiseerd. Een aantal prominente sportmensen verscheen aan de start en het evenement bleek een succes.

Deze keer deden er, afgezien van de dapperste personeelsleden, tussenpersonen en gewone wedstrijdlopers, 32 topsporters aan deze loodzware tocht mee. Ongetwijfeld zal het zakcentje, dat de prominenten na afloop in een enveloppe meekregen, er mee te maken hebben gehad. Maar ze houden vooral van uitdagingen. “Het is een grap, maar wel een grap waar je ontzettend moe van wordt”, zei lange-afstandloper Aart Stigter. “Wat mij zo trekt, is het onverwachte”, legde Marti ten Kate, de eerste winnaar in '94, voor de start uit. “Het kan dat je tot de twintigste etage fluitend naar boven gaat en dat het daarna ineens in je benen zakt.”

Roelof Veld, bestuurslid van de atletiekunie KNAU en account-manager bij het organiserende verzekeringsconcern, wist precies wat Ten Kate bedoelde. De voormalig nationaal kampioen op de verschillende disciplines was vanaf het begin bij de trappenloop betrokken en liep drie keer mee. “Je kan ineens zo verschrikkelijk verzuren. Dan wil je je alleen nog maar aan de leuning optrekken. Het is een kwestie van pure kracht.” Welke type sporter is het meest geschikt voor zo'n race? “Misschien een steeple-loper”, aldus Veld. “Die loopt en springt en is wedstrijden van acht, negen minuten gewend.”

Het deelnemersveld bestond zaterdagmiddag zeker niet alleen uit atleten. Ook hockeyers, judoka's, schaatsers en zwemmers waren goed vertegenwoordigd. Nationale-Nederlanden is hoofdsponsor van het nationale voetbalelftal, maar uit die sport waagde niemand zich aan de beklimming. Atleten en hockeyers maakten er daarentegen geen punt van dat ze volgende dag de Dam-tot-Damloop moesten lopen of een wedstrijd moesten spelen. “We hebben de gebroeders De Boer lang uit de competitie weten te houden, maar net niet lang genoeg”, excuseerde directeur W. van Es de afwezigheid van voetballers.

Erben Wennemars was er wel. Bij aankomst aan het Weena in Rotterdam keek de schaatser uit Dalfsen omhoog naar de te beklimmen kolos. “Jezus, wat een pokken-eind naar boven, zeg.” De meeste deelnemers reageerden op een soortgelijke wijze en spraken elkaar moed in. “Kom op, gewoon blind naar boven”, adviseerde judoka Mark Huizinga. Ook Wennemars bleef optimistisch. “Hier heb ik 22 jaar voor getraind. Ik loop elke dag zeker twee keer de trap op, want ik slaap thuis op de eerste etage.” En serieuzer: “Ik denk dat dit mij wel ligt. Als schaatser maak je steeds die negentig-gradenhoek. Alleen is onze afzet opzij en nu op de trap omhoog.”

Collega-schaatser Jan Bos, die al eens eerder had meegedaan in Rotterdam, had hoge verwachtingen van zijn maatje. De sprintkampioen was er bij geweest toen Wennemars tijdens een trainingskamp de Alpe d'Huez was opgelopen en het een haarspeldbochtje of twaalf had uitgehouden. “Erben kan een verschrikkelijk tempo draaien.” Zelf kwam Bos zaterdag in het trappenhuis de man met de hamer tegen. “Ik was helemaal naar de kloten. Ik liep echt te shaken.”

Bos werd slechts 62ste - zelfs een hele minuut achter de eerste vrouw Annamarie Thomas, maar Wennemars maakte indruk. Het leek bij de start nog dat hij stoer wilde doen door als eerste weg te sprinten, maar helemaal boven was hij ook de nummer één. Pas bij de oversteek op de 33ste etage, tussen de bureaus door, was Wennemars atleet Jaco Luijendijk voorbijgegaan. “Hij liet me heel sportief langs. Hij had zich ook breed kunnen maken”, vertelde de winnaar over het verloop van de race. Wennemars zei pas op het laatst echt in zijn ritme te zijn gekomen. “Het is twee passen maken op de overloop en dan de trappen op, twee passen, de trappen op, enzovoort.”

Ze kwamen stuk voor stuk kapot boven aan. De traplopers hapten naar adem en grepen naar hun verzuurde benen. “Er is niets anders waar je in negen minuten zo moe van wordt”, wist hockey-wereldkampioen Jeroen Delmee. Ook Wennemars liet zich vlak na de finish op de grond vallen, maar hij was snel weer hersteld. “Koekje, nergens last van”, begon Wennemars vol bravoure zijn commentaar. “Nee, wat was het zwaar! Ergens op de twintigste etage vroeg ik mezelf af waar ik in godsnaam mee bezig was.” Twee keer wilde hij opstaan uit het riante bankstel op de 37ste etage, maar liet zich ook weer snel terugvallen. “Jezus, m'n poten.”

De zege van Wennemars - tijd: 7,03 minuten - was verrassend, aangezien de voorgaande vier edities van de trappenloop alle werden gewonnen door atleten. Marti ten Kate, nu slechts negende, noemde de prestatie van de schaatser dan ook “grote klasse”. Toch was de atleet niet helemaal verrast door Wennemars. “Ik ben hem de afgelopen maanden veel bij loopwedstrijden tegengekomen. Vergeet niet dat hij de tien kilometer in 33 minuten loopt.”

Het organiserende verzekeringsconcern was natuurlijk blij met de kleurrijke schaatser als winnaar. “We zijn niet vergeten hoe je in februari in Nagano kermend op de grond lag”, zei speaker Rens Hoogvliet tijdens de prijsuitreiking tot Wennemars. “Vanmiddag lag je hier weer te kermen, maar nu van blijdschap.” Ook de komende jaren zal de trappenloop zeker weer worden georganiseerd. “Alleen als er ergens in het land een hoger gebouw wordt neergezet, vinden wij dat het daar moet worden gehouden”, zei Frits Suèr, manager sportsponsoring van Nationale-Nederlanden.

Olympisch kampioen Nico Rienks, zaterdag verdienstelijk achttiende en met de roeiers winnaar van het ploegenklassement, had tot slot nog een vraag aan de organisatie. “Wanneer krijgen we een wedstrijd van boven naar beneden? Dat lijkt me iets prettiger”, aldus de veteraan, die na 745 treden zijn oude botten flink voelde.