Bizar drama over jaloezie

Voorstelling: Cocu magnifique van Fernand Crommelynck door Het vervolg. Vertaling: Marc Didden; regie: Hans Trentelman; decor: Herbert Janse. Gezien: 19/9 Vervolg-theater Maastricht, aldaar t/m 9/10; 12 t/m 15/10: Venlo. Res.: (043) 350 5555.

Stella heeft heel wat aanbidders, maar hun toenaderingspogingen en zelfs openlijke liefdesverklaringen laten haar overschillig. Haar hart heeft ze al op jonge leeftijd verpand aan Bruno, de man met wie ze later is getrouwd. Bruno is een toegewijd echtgenoot, hij adoreert zijn vrouw en tegenover ieder die het horen wil bezingt hij haar goddelijke schoonheid. Maar allengs verandert zijn passie voor Stella in een ziekelijke obsessie. In zijn angst haar kwijt te raken aan de 'ideale' minnaar gaat hij zoeken naar 'bewijzen' van haar vermeende ontrouw. Zijn jaloezie drijft hem ertoe hun beider geluk op te offeren aan een waanvoorstelling: hij dwingt zichzelf in de rol van de bedrogen echtgenoot door overspel te creëren en aldus zijn eigen twijfel te voeden met bedrog dat hij zelf in het leven heeft geroepen.

Cocu magnifique, zoals het stuk heet waarmee de Franstalige Belg Fernand Crommelynck in 1920 doorbrak, wordt wel de Othello van de twintigste eeuw genoemd. Zo althans kondigt theatergroep Het Vervolg de tekst aan. De vergelijking gaat niet helemaal op. Weliswaar draait het in beide gevallen om jaloezie en overspel maar anders dan de titelfiguur in Shakespeare's tragedie is Bruno een pathologisch ziektegeval. Hij is niet het slachtoffer van andermans duivelse influisteringen zoals Othello; hijzelf is de aanstichter van alle ellende, met fatale wellust richt hij zichzelf en Stella te gronde.

Acteur Geert Jan Romeijn toont Bruno bij Het vervolg als een bezetene in woord en daad die zijn emoties niet de baas is. Bij opkomst oogt hij als een kille pooier met zijn zwarte zonnebril en glimmend achterovergekamde haren, maar als hij Stella in het vizier krijgt stort hij zich op haar, er is geen houden meer aan. Zijn gemoed is een kolkende hogedrukpan; als toeschouwer heb je soms zelf het gevoel in ademnood te komen door zoveel verbaal en fysiek geweld.

De gezwollen retoriek van Crommelynck biedt de spelers weinig lucht. Niettemin blijft Mieneke Bakker als Stella prachtig kalm. Ze is een verleidelijke, geheimzinnige verschijning in een lange zwarte jurk die haar waardigheid ook in de meest vernederende situatie behoudt.

Hans Trentelman heeft de voorstelling geënsceneerd in een sober zwart decor als om aan te geven dat we met Fernand Crommelynck afdalen in de duistere krochten van de ziel. Wat we zien speelt zich voornamelijk af in de geest en niet in werkelijkheid, vandaar dat de handeling zich voornamelijk voltrekt op het kale voortoneel en bijna niet op het echtelijke bed van Bruno en Stella dat op een verhoogd podium achter zwart gazen schuifdeuren gedeeltelijk aan het zicht is onttrokken. Overspelige personages horen we zuchten, maar we zien ze niet.

De pathetiek van Cocu magnifique is bepaald zwaar op de hand. Pogingen van Hans Trentelman om de voorstelling toch ook lichtvoetig te houden, met een enkele danspas bijvoorbeeld, zijn niet altijd geslaagd. Belangrijk voor de voortgang en de dynamiek van de voorstelling is het aandeel van het musicerende trio op het toneel. De muziek is rauw, hard en expressief; de voorstelling is dat op de beste momenten ook, maar geheel overtuigd van de noodzaak dit bizarre drama opnieuw op te voeren was ik daardoor niet.