Vrijgevochten en verlaten; Na de zilveren bruiloft voorgoed uit elkaar

Huwelijken die mislukken, doen dat meestal in de eerste vijf jaar. Leuk is het nooit, maar de oud-geliefden zijn jong genoeg om een nieuw leven te beginnen. Anders is dat bij echtparen die elkaar op hoge leeftijd verlaten. Over woede, verraad en het gezamenlijk geheugen van ex-echtgenoten. Liever een kwaad geweten

Op zoek naar mensen die willen vertellen waarom hun huwelijk na meer dan een kwart eeuw op de klippen is gelopen, opent zich een waaier van banale en van vreselijke verhalen. Het leven is een soap, dat is duidelijk. Het scenario is telkens anders, maar er zijn terugkerende thema's. “We zijn uit elkaar gegroeid”, zegt iemand, maar bij nader inzien blijkt hij (of zij, of blijken beiden) te zijn verpieterd door een chronisch gebrek aan aandacht, warmte en waardering. Een ander vertelt over mentale en fysieke mishandeling, decennia lang ondergaan in de ijdele hoop dat het op een goed moment zou ophouden; dat hij zou veranderen. Er is sprake van verraad en van ontrouwe vrouwen en mannen.

Neem de Tervurens (34 jaar getrouwd). Frits Tervuren bleek zijn vrouw Nina (58)twintig jaar lang bedrogen te hebben met diverse anderen, die hij soms zelfs mee naar huis nam zonder dat ze iets door had. Ze hadden, vertelt Nina, wat je noemt een gelukkig huwelijk, waren dol op elkaar. Dat vonden hun kinderen en vrienden ook. Nina vertrouwde Frits volkomen, ze hadden immers een afspraak dat ze nooit vreemd zouden gaan. Nooit.

Toen zij er op een avond bij toeval achterkwam dat hij verliefd was, en niet van plan de dame in kwestie op te geven, zette ze hem pardoes de deur uit. Om na die vastberaden stap ten prooi te vallen aan een onbeschrijfelijk gevoel van verdriet, verlatenheid, gekrenktheid. Ze schreeuwde het uit, wekenlang, viel kilo's af, kon op haar werk alleen op een zacht pitje functioneren. De eerste weken belde zij soms midden in de nacht haar man op bij zijn vriendin en vroeg: Waarom? Hoe kon je? “Maar hij had geen antwoord, daar was hij te verliefd voor.”

Toen begin jaren zeventig in ons land de wettelijke echtscheidingsmogelijkheid werd verruimd, ontstond er al gauw een hausse aan scheidingen. In 1971 liep 12 procent van alle huwelijken stuk (voornamelijk in de hogere sociale klassen), met een gestage stijging tot 29 procent nu. Naar schatting zal dat over enkele jaren 40 procent zijn. Een trend die al of niet toevallig gelijke tred hield met de emancipatie van vrouwen. Door de 'ontdekking' van de Algemene Bijstandswet (uit 1963), die het vrouwen mogelijk maakte zelf een uitkering te ontvangen, nam het aantal echtscheidingen ook toe in minder draagkrachtige milieus.

Zowel toen als nu is de kans op mislukking het grootst in de eerste vijf jaar van het huwelijk. Toch waren en zijn late scheidingen niet ongewoon. In 1996 werden er volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek op een totaal van 34871 scheidingen, 686 uitgesproken na een huwelijk van 25 jaar, 586 na 26 jaar, 528 na 27 jaar, een reeks die eindigt in 39 scheidingen na 50 jaar of langer.

In Nederland is weinig bekend van de oorzaken en effecten van echtscheiding. Wat er aan onderzoek was, richtte zich vooral op de vroege echtscheidingen en op de situatie van kinderen en alleenstaande moeders. Hoe het gesteld is met ouderen, die na een lange huwelijksduur zijn gescheiden, is niet onderzocht - ook nauwelijks in Amerika waar de wetenschap verder is dan hier (met een scheidingskans van een op de drie). Een lacune die gedicht zal worden met een onlangs in gang gezet grootscheeps interuniversitair survey, vertelt sociologe Pearl Dykstra, senior onderzoeker van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut in Den Haag. Uit haar cijfermateriaal van onderzoek onder ouderen, komt met name een somber beeld naar voren van de leefsituatie van vrouwen die zijn gescheiden na meer dan 25 jaar. Er lijkt sprake van een groot sociaal isolement, ze hebben weinig te besteden, weinigen hebben een eigen huis en hun gevoel van eenzaamheid is groot.

Chaos

Een scheiding, op welke leeftijd ook, gaat gepaard met pijn. Toch hebben jongeren het voordeel, als je dat zo kunt noemen, dat ze geen echte uitzondering zijn. Zij hebben meer voorbeelden, vinden gauwer een nieuwe vaste partner en gaan door met hun leven. De ouderen hebben behalve met rouw en verdriet, ook te maken met het gebrek aan een rite de passage, de rituelen en ceremoniën waarmee andere belangrijke levensveranderingen, een begrafenis bijvoorbeeld, wel zijn omkleed. Hier geen gesloten rij om de treurende achterblijver. Hier geen afscheidsreceptie, geen uitgesproken of onuitgesproken normen die je helpen je te gedragen. Hier heerst de chaos. Ook in de kennissenkring die meestal uiteenvalt, vaak gekweld door loyaliteitsconflicten.

Vooral mannen die 'schuldig' zijn, lijden er onder als de volwassen kinderen en de oude vrienden zich van hem afkeren. De oudere vrouwen moeten onder ogen zien dat er van hun verwachtingen als jong meisje (eeuwig geluk als echtgenote en moeder) bitter weinig is terecht gekomen. Zij lijden meer dan de jongeren onder een gevoel van 'schande' en onder het statusverlies, dat in een op paren gerichte samenleving aanzienlijk is. Nina: “Ik hoor nu bij het leger alleenstaande vrouwen, afschuwelijk.” Ze vraagt zich af of ze niet eerder weer op poten was geraakt als ze weduwe was geworden.

“Het wisselt”, zegt J.W.D. van Oldenborgh in antwoord op de vraag of late echtscheidingen 'erger' zijn dan vroege. Van Oldenborgh is advocaat met een 'honderd procent echtscheidingspraktijk', rechter-plaatsvervanger aan het Gerechtshof in Den Haag (familiezaken) en oud-voorzitter van de Vereniging AdvocaatScheidingsbemiddelaars (VAS). “Maar als je altijd hebt gedacht dat je samen oud zou worden en de ander loopt weg, doet dat natuurlijk veel pijn.” Dat mensen vaak hun zilveren huwelijk nog vieren, vindt hij niet zo wonderlijk als het lijkt. “Het toegroeien naar een scheidingsbesluit duurt vaak heel lang. Het kan zijn dat een van de twee veel verder is dan de ander. Dat de ene denkt: het gaat toch eigenlijk best goed, terwijl de ander in gedachten al aan het scheiden is. Dan kun je een rottig huwelijk toch vieren.”

Volgens van Oldenborgh veroorzaakt dit 'fase-verschil' veel problemen, en ook de verschillende manier waarop verlatene en verlater reageren. “De eerste is of kwaad of verdrietig, of allebei en komt vandaar al snel in de rancune terecht.” De verlater heeft schuld- en schaamtegevoelens (vooral mannen vinden het moeilijk om deze te laten zien of zelfs voor zichzelf te accepteren). “Het zijn ook rotgevoelens, kwaadheid kun je tenminste uitschreeuwen. Maar hij - het is meestal de man - wordt uiteindelijk ook boos, want de verlatene gaat actief tegenwerken, met de hakken in het zand.” Vaak met jaren slepende, zenuwslopende, juridische conflicten tot gevolg.

Dat overkwam Isaac van Ingen (64), zakenman in ruste en 27 jaar getrouwd met Linda. Hij was geen 'grote rondneuker', maar had wel 'een begeerte naar mooie vrouwen' die hij van tijd tot tijd stilde. Hij houdt nog steeds van haar, zegt hij, en bewondert haar omdat ze de kinderen zo goed heeft opgevoed. Hij werkte hard en met het grootste plezier, moest veel op reis, maar was volgens hem een goede echtgenoot. “Ik was er om geld te verdienen, ik deed de klussen in huis.” Een afspraak over al of niet vreemdgaan, kwam in hun vocabulaire niet voor.

Isaac: “Je moet niet denken dat het de eerste keren iets is van 'Ha, ik spring er vrolijk bovenop'. Helemaal niet. Als je zo lang monogaam bent geweest, geeft vreemdgaan een groot schuldgevoel. Je hoort stemmen. Je wilt weg, naar huis. Het geweten laat zich niet disciplineren. En daarbij, als je lang met iemand samenwoont, ontstaat er iets als een 'gemeenschappelijk geweten', dat oordeelt over goed en kwaad in die speciale relatie en dat je eigen persoonlijkheid overwoekert.” Urenlang voerde hij innerlijke dialogen, alsof zich in zijn hoofd een rechtszaak afspeelde. En dát geknaag gaat op den duur beklemmen, dáár wilde hij vrij van zijn. “De truc is het gemeenschappelijk geweten zo ver af te breken dat je weer een vrij mens bent, zonder alle verworvenheden van je liefde prijs te geven”, zegt hij nu. Erover spreken met elkaar? Isaac: “Liever een kwaad geweten, dan oprechtheid die verdriet doet.” Pogingen om het gedeelde geweten te hervormen mislukten. Hij verbleef steeds langer in het buitenland, maar dan reisde Linda hem achterna. Toen hij zich tenslotte vrijvocht, barstte een vierjarige oorlog los die, zegt hij, in heftigheid en haatgevoelens niet voor die in Bosnië onderdeed. Zijn werk redde hem en het feit dat de kinderen hem trouw bleven.

Schoolvriendje

Liesbeth Stam is sinds 25 jaar relatietherapeute en voorzitter van de 'Werkgroep Scheidingsbegeleiding', een samenwerkingsverband (“voor de moeilijke zaken”) tussen advocaten van de VAS en relatietherapeuten, die gespecialiseerd zijn in scheidingsbegeleiding en -bemiddeling. Stam: “Een te sterke symbiose, die het natuurlijke 'wij-gevoel' overwoekert, is niet gezond. Ook na meer dan een kwart eeuw samenleven, blijft de ander een ander. Anders dan jijzelf bent en voelt.” Volgens Stam gaan partners nog steeds te veel uit van het harmoniemodel, en te weinig van het differentiatiemodel. Hoe meer de partners hun eigen persoonlijkheid behouden, hoe beter. En hoe makkelijker het wordt te leven met de onvermijdelijke gevoelens van ambivalentie. Nobody's perfect. Stam: “De kunst is niet alles te richten op het veranderen van het tekort wat je voelt bij je partner en wat je zelf ook hebt. Dat lukt toch niet. En wat meer stil te staan bij wat je elkaar wél te bieden hebt.”

Volgens Stam geldt naast 'de derde' een ingrijpende levensverandering, zoals de dood van een kind, een levensbedreigende ziekte of ontslag, als een belangrijke oorzaak van echtscheiding na lange tijd. “Als de ene partner in een onverwachte crisis heel anders reageert dan de andere, geeft dat eenzaamheid en wordt het evenwicht soms voorgoed verstoord.”

Leonoor Alings (53) was 32 jaar getrouwd met Gerard, een schoolvriendje. Ze waren elkaars 'grote liefde', ze vormden 'een sterke symbiose'. “We dachten, voelden en spraken voor elkaar. En probeerden elkaar te sparen.” Makkelijk hadden zij het niet. Na veertien jaar werd definitief vastgesteld dat zij geen kinderen kon krijgen omdat hij onvruchtbaar was, wat een groot verdriet betekende. Na een korte episode met een ander besloot ze dat Gerard belangrijker voor haar was dan een kind en bleef. Zeven jaar geleden kreeg ze kanker en werd een borst geamputeerd. Kort daarna verloor ze door een reorganisatie haar werk, waar ze zich met hart en ziel voor had ingezet. Anderhalf jaar geleden liet Gerard haar in de steek voor een veel jongere vrouw, met een kind. “Verraad van het ergste soort”, zegt Leonoor. Ze ging twijfelen aan de waarde van de keuze die ze destijds gemaakt had. In psychotherapie kwam ze er achter dat kinderloos blijven háár keuze was geweest; dat ze geen martelares was die zich voor hem had opgeofferd. Dat hielp haar zichzelf te hervinden.

Levensritme“Na heel lange tijd uit elkaar gaan, kan ook een bevrijding zijn”, zegt advocaat Van Oldenborgh. “Alleen te leven, is heel goed te leren.” Stam is daarmee eens, maar wijst erop hoe moeilijk het kan zijn als je je tientallen jaren hebt gedragen als deel van een 'emotionele tweeling'. “Als je je eigen identiteit hebt opgegeven, dan kost het veel angst, zweet en tranen voordat je op jezelf durft te vertrouwen, je eigen beslissingen durft te nemen, zelf erop uit durft te gaan.”

Ook kan de gezamenlijke geschiedenis, die je hebt opgebouwd in een kernperiode van je leven, ineens niet meer relevant lijken. Nina heeft het gevoel dat haar verleden kapot is gemaakt. Ze piekert over haar eigen rol: was ze al die jaren te veel bezig met haar werk, was de seks niet zo goed als ze altijd dacht, was ze te bazig en kon hij daar niet tegen? Bij elke foto van vroeger, bij elke herinnering aan iets leuks, denkt ze: “Zou hij toen ook? Dacht hij toen aan een ander?” En tenslotte is ook het 'gezamenlijk geheugen' zoek. Ineens is er niemand meer om aan te vragen 'hoe zat dat ook al weer, toen en toen'.

Dat er pas de laatste jaren mondjesmaat over negatieve effecten wordt gepubliceerd, wijt sociologe Dykstra aan een soort politieke correctheid. Vijfentwintig, dertig jaar geleden sloten de 'opinieleiders' - vrije beroepsbeoefenaars, academici en publicisten - de ogen voor de grote ontreddering en deden het voorkomen alsof uit elkaar gaan een verworvenheid was, een bevrijding uit het Instituut Huwelijk dat vrouwen maar onderdrukte. Dat kinderen wel degelijk te lijden kunnen hebben onder een gezinsbreuk werd ook liever niet gezien. Toch waren er altijd al paren die bij elkaar bleven 'tot de kinderen van school zijn en de hond dood is'.

Eliza Berends is eind zestig, een vrouw zonder illusies. Kwijtgeraakt in de loop van een 33 jaar durend kil huwelijk. Ze woont al weer twaalf jaar alleen. Haar man Kees was een workaholic die voor haar en de kinderen geen aandacht had. “Hij heeft mij al heel in het begin emotioneel in de steek gelaten”, zegt Eliza. “Hij heeft nooit gesnapt wat mij bezielde.” Ze hield het uit voor haar kroost. Maar het was “alsof ik al die jaren een kostganger in huis had”. Hun gevoelens vervlakten al meer, ze werden al afstandelijker. Voor het daadwerkelijk gebeurde, wist ze al wat het is om gescheiden te leven. Maar toch. Toen Kees vlak na de geboorte van hun jongste kind het huis verliet en bij een jongere vriendin ging wonen, werd Eliza geconfronteerd 'met een woedende onmacht'. Ook voor de kinderen was het een schok, zegt ze. Al kregen ze er meer begrip voor naarmate ze merkten hoe weinig inlevingsgevoel hun vader had - en dat terwijl hij voor de buitenwereld de vriendelijkheid en behulpzaamheid zelve was. Na een maandenlange ernstige ziekte is Kees twee jaar geleden overleden. Eliza: “Dat is een penibele situatie. Je bent te dichtbij om zo'n ziekbed te verontachtzamen en te ver weg om je ermee te bemoeien.” Het laat haar duidelijk niet onberoerd, hoe boos ze nog steeds op hem is dat hij haar in wezen 'altijd heeft belogen'. “Had hij maar eens hardop durven zeggen 'ik heb geen behoefte aan je'. Dat is hard, maar dan had ik geweten waar ik aan toe was.”

“Mannen kunnen ook verdriet hebben”, zegt Evert Roefs. Hij is 72, komt uit een dorp in Brabant. Een man met alleen lagere school, die het op kantoor en in de politiek een eind heeft geschopt door bij te leren en altijd keihard te werken. En door te lezen, en nog eens te lezen. Hij was de oudste van een groot, arm, gezin, met een bijbehorend gevoel voor verantwoordelijkheid. Hij trouwde na negen jaar verkering met een meisje uit een naburig dorp van wie zijn moeder had gezegd: niet doen, die mensen daar deugen niet. Achtentwintig jaar bleef hij officieel met haar getrouwd. Nu zegt hij: “Het was al op voor de huwelijkssluiting. Had ik maar naar mijn moeder geluisterd.” Er kwamen met grote tussenpozen drie kinderen. Evert kon niet weg, want er moest brood op de plank. Zijn vrouw klaagde: 'Je hebt overal tijd voor, behalve voor mij'. Evert: “Dat was niet zo, ik heb echt geprobeerd haar te bereiken.” Ze kregen ruzie over de opvoeding (“Ik wilde discipline, maar die was er niet”) en over haar uitgavenpatroon (“Ik ben zunig van aard, zij bleef maar schulden maken”).

Maar belangrijker nog was dat zij 'stil is blijven staan'. Over niets wat hem beroerde en interesseerde, of het de politiek betrof of een boek, kon hij met haar praten. Ze gingen in therapie, vergeefs. Tenslotte vroeg zij om een proefscheiding. “Ik zei: 'Jij krijgt het huis en de inboedel en de kinderen. Ik haal mijn spullen en mijn boeken'. De andere dag ben ik weggegaan, jankend. Ik was kapot.” De huisarts zei: 'Je kunt ook van afstand een goede vader zijn.' Maar dat viel tegen, de kinderen kwamen steeds minder. Ik kan het niet bewijzen, maar ze heeft ze van me weggehouden.” Hij verloor een nieuwe liefde en viel in een diepe depressie, waaruit hij heel langzaam weer opkrabbelde. Het gevoel dat hij gefaald heeft, te kort is geschoten in zijn taak, doet nog steeds pijn. Pas de laatste tijd, nu hij een een lieve vriendin heeft, gaat het echt beter. En komen de kinderen weer eens langs.

“Ik heb een troostrijk netwerk om me heen, daarom heb ik het gered”, zegt Nina. Dat neemt niet weg dat ze het dagelijks luisterend oor van Frits het meest mist. “Ik besprak alle kleine en grote problemen met hem, dat doe je niet met je vrienden.” Alle alleen achtergebleven ouderen kampen met een grote dagelijkse verandering in hun levensritme. Ook als het rot was, je was niet alleen in huis. Nu moet je de tijd alleen doorbrengen (de kinderen zijn groot en uit huis), alleen eten, alleen naar de televisie kijken. En hulp inroepen van buiten als er een klusje moet worden gedaan, dat de ex altijd deed.

En dan de toekomst. Als je midden dertig bent, ach dan loop je wel weer iemand tegen het lijf. Maar degenen die midden vijftig zijn, zestig, zeventig? De meeste mannen, blijkt uit de cijfers en in de praktijk, vinden een nieuwe levenspartner. Zo is Isaac van Ingen al enkele jaren samen met een jongere uitgave van Linda, die echter niet zo op zijn lip zit.

Nina sluit een verzoening met Frits niet helemaal uit, maar zou eerst zeker willen zijn dat “hij het nooit meer zal doen”. Ze maakt zich zorgen over haar werk, nu haar is aangeraden met pre-pensioen te gaan. “Mijn chef vond dat ik mij niet professioneel had opgesteld. Ik had me de eerste maanden zonder Frits te veel laten gaan.”

Leonoor weet zeker dat Gerard ooit terug zal komen. Het bestaat niet dat hij met 'zo'n rugzak vol' gelukkig kan worden met een ander. Maar of ze hem dan nog terugwil, weet ze niet. Voorlopig heeft ze het in haar eentje best naar haar zin, zegt ze wat verbaasd. Ze schildert dat het een lieve lust, schrijft gedichten en is actief als vrijwilligster 'in kankerland'.

Eliza Berends vindt het jammer dat er niet genoeg tijd is met iemand 'voldoende vertrouwen op te bouwen voor een leven samen'. Als ze een oud stel ziet, harmonisch hand en hand, dan voelt ze “een soort afgunst dat ik dat nooit heb mogen meemaken”. Haar vrienden hadden na de scheiding gezegd: 'Jij met je sterke karakter zult het wel redden'. Dat klopt. Ze is er trots op dat ze het zonder alimentatie te vragen heeft gerooid. Ze heeft plezier, gaat veel op stap met vriendinnen. Eliza: “Ik voel me nu minder eenzaam dan toen.”

De namen van de gescheiden mensen zijn om redenen van privacy gefingeerd.