VN-orgaan geeft China voedselhulp; Ernst watersnood betwist

PEKING, 19 SEPT. Ondanks onduidelijkheid over de omvang van de overstromingen in China, heeft het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties (WFP) gisteren besloten tot de levering van voedselhulp aan de getroffenen.

Dat heeft V.K. Jain, adviseur van het WFP in Peking, gisteren bevestigd. Het is de eerste keer dat de VN-organisatie een noodhulpcampagne onderneemt in China.

Het hulpprogramma, dat bijna 176 miljoen gulden omvat, zal hoofdzakelijk bestaan uit voedselhulp die over een periode van vier maanden zal worden verdeeld onder 5,8 miljoen slachtoffers in de hardst getroffen gebieden van China. De Chinese autoriteiten hebben nooit eerder een verzoek gedaan om noodhulp. De overstromingen dit jaar, die eind juni zijn begonnen en inmiddels over het hoogtepunt heen zijn, zijn volgens Peking de ergste geweest van de afgelopen 45 jaar. Volgens de Chinese autoriteiten is een kwart van de Chinese bevolking getroffen door de overstromingen. Tevens zou 1,3 miljoen hectare landbouwgrond zijn ondergelopen en zouden vijf miljoen huizen volledig onbewoonbaar zijn geworden.

Critici beweren dat Peking de omvang van de overstomingen overdrijft. Hoewel zonder meer sprake is geweest van een lang en ingrijpend overstromingsseizoen, doet de vergelijking met gegevens van de overstromingen in 1991 en 1995 vermoeden dat de invloed van het water minder groot is dan Peking doet voorkomen.

Hoewel, volgens officiële Chinese gegevens, in 1991 tien miljoen mensen door de overstromingen zouden zijn getroffen, was het aantal dodelijke slachtoffers van 3.006 dat jaar vrijwel net zo hoog als de 3.004 doden dit jaar. Nu zou evenwel sprake zijn van 240 miljoen getroffenen. China stelde zeven jaar geleden vast dat de economische schade ruim 20 miljoen gulden bedroeg, terwijl 40 procent van het boerenland zou zijn ondergelopen. Dit jaar echter zou de schade 40 miljoen gulden bedragen, ondanks het feit dat minder landbouwgrond - tussen de 16 en 20 procent - zou zijn ondergelopen.

Het WFP heeft bij de goedkeuring van de noodhulp echter de gegevens gehanteerd zoals verstrekt door de Chinese autortiteiten. Volgens Jain, van het WFP in Peking, zijn die gegevens “zo goed als correct”. “Ondanks het feit dat wij niet overal onze mensen hebben, zijn wij zeer goed in staat om de omvang van een dergelijke ramp vast te stellen. De overstromingen dit jaar waren veel groter dan in de voorgaande jaren.” Het WFP zal coördinatieposten openen in de getroffen regio's van waaruit zal worden toegezien op verspreiding van het voedsel. “Dat zijn wij aan onze donoren verplicht.”

De distributie van hulp in China is een erkend probleem. Begin deze week berichtten Chinese media over het bezoek van premier Zhu Rongji aan het rampgebied. Hij doordrong de autoriteiten ter plaatste ervan dat de financiële hulp van de Chinese staat alleen daar gebruikt mag worden waar zij bedoeld is. “Het geld is niet bestemd voor de sanering van staatsbedrijven”, aldus Zhu in de Guangming Daily.

De Chinese economie verkeert, mede onder invloed van de economische crisis in de rest van Azië, in grote moeilijkheden. Staatsbedrijven leiden verliezen of sluiten hun poorten en de centrale overheid heeft grote moeite het overschot aan werklozen op te vangen. Buitenlandse economen beweren dat China de overstromingen gebruikt om de tegenvallende groeicijfers te verklaren. De vraag om noodhulp, voor het eerst in de geschiedenis van de Volksrepubliek, versterkt dat vermoeden.

Of China de omvang van de overstromingen overdrijft, is geen kwestie volgens Jain.